Hier kan je inloggen voor het extranet en lerarenplatform DKO.

Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

Zoek je attesten of lesmateriaal van een opleiding? Ga naar Mijn OVSG
Problemen? Stuur een mailtje naar nascholing@ovsg.be

Inloggen voor de OVSG-toets kan via de puntenmodule.

 

Visietekst tweede taal Frans

maandag 30 september 2013

Elk schoolbestuur en school staat omwille van veranderende regelgeving voor besluitvorming omtrent het aanbieden van Frans in het basisonderwijs. OVSG wil de besturen en de basisscholen daarbij ondersteunen.
Op basis van de vigerende regelgeving en inzichten uit de onderwijsliteratuur wordt een advies geformuleerd.
Een ‘one-size-fits-all’- advies is echter onmogelijk. Daarom worden besturen en scholen aangespoord dit advies af te toetsen aan de lokale context, de onderwijsbehoeften van de kinderen, enz. en een visie/talenbeleid op maat van de school te maken.

Uitgangspunt?

De nieuwe regelgeving laat vanaf 2014 scholen toe vroeger te starten met Frans. De lat voor Frans wordt echter niet hoger gelegd, vermits de eindtermen Frans niet veranderen. Een effect zou evenwel kunnen zijn dat meer kinderen gemakkelijker en met meer plezier de eindtermen Frans kunnen bereiken tegen het einde van de basisschool.

Mag de focus breder?

De taaldiversiteit in Vlaanderen en Brussel wordt steeds diverser. Het Vlaams Parlement (2012), de VLOR (2011) stellen dat er heel wat empirische evidentie bestaat om meertaligheid als didactisch kapitaal te benutten. Dat betekent o.a. dat de thuistaal erkend en gewaardeerd wordt en dat ze functioneel gebruikt wordt om de Nederlandse taal te remediëren.
Kortom, de focus in een visie op tweede taal gaat breder dan ‘Frans’.
Scholen en schoolbesturen worden dus uitgedaagd om na te denken over hun taalbeleid/talenbeleid. Zijn we daarbij voorstander van een eentalige ideologie of gebruiken we taaldiversiteit als didactisch kapitaal? Hoe krijgen concepten als ‘talensensibilisering’ en ‘taalinitiatie’ daarbij plek? En wat is dan de plaats van Frans binnen dit geheel?

Welke kernideeën kunnen we meenemen uit de onderwijsliteratuur?

  • Vroeg starten met een tweede taal biedt meer kansen om het niveau van een moedertaalspreker te behalen (Vlor, 2008).
  • Een vroege start is op zichzelf niet voldoende voor succesvol vreemdetalenonderwijs. Er moet ook aandacht besteed worden aan continuïteit en een doorlopende leerlijn (Europees platform, 2011; Herder & de Bot, 2007).
  • Kinderen hebben voldoende tijd nodig om een taal te leren. Veel oefenen en herhalen zijn belangrijk (Dekeyser, 2011).
  • Positieve gevoelens ten opzichte van de te leren taal zijn belangrijk (Vlor, 2011).
  • Jonge kinderen (tot tien/elf jaar) leren de vreemde taal impliciet en dat gaat onbewust en moeiteloos, oudere kinderen kunnen expliciet met de te leren taal aan de slag (Vlor, 2008).
  • Beginners gebruiken de beschikbare hersencapaciteit voornamelijk voor ‘betekenis’ en in mindere mate voor ‘regels’. Als er hersencapaciteit vrijkomt, kan ook aandacht besteed worden aan regels/grammatica (Westhoff, 2006).

Hoe kunnen we deze ideeën vorm geven binnen de huidige regelgeving?

Het leerplan Frans van OVSG heeft als studielast 3% van de totale onderwijstijd (OVSG, 2010). Dat komt overeen met bijvoorbeeld 3 uren Frans in het vijfde en zesde leerjaar. Het behoort tot de autonomie van de scholen deze onderwijstijd in te vullen. Ze kunnen deze onderwijstijd spreiden of uitbreiden. Deze uitbreiding gaat dan ten koste van andere leertijd. Op zich is dat geen probleem omdat er vrije ruimte (13% van de onderwijstijd) is voorzien.

Bovendien kunnen vreemde talen ook aandacht krijgen in andere leergebieden en domeinen. Het leerplan ‘Nederlandse taal domein taalbeschouwing, strategieën en (inter-)culturele gerichtheid’ bevat een leerlijn (inter-)culturele gerichtheid. Deze leerlijn laat toe om creatief aan de slag te gaan met het Nederlands en andere talen uit de omgeving zodat bij kinderen respect en een positieve houding ontstaan voor vreemde talen en culturen in en om de klas. Op deze manier kan gewerkt aan het creëren van positieve gevoelens ten opzichte van het leren van vreemde talen. Dit is een doel bij talensensibilisering (zie ook verder).

Meer aandacht voor talen in de basisschool?

Uitgaande van de hoger geformuleerde kernideeën is aandacht voor vreemde talen op jonge leeftijd wenselijk. Kinderen zijn globaal genomen gemotiveerd om een nieuwe taal te leren. Het leren van een nieuwe taal heeft bovendien geen negatieve invloed op de beheersing van het Standaardnederlands. Ook bij moedertaalsprekers niet Nederlands zou het aanreiken van een derde taal weinig of geen invloed uitoefenen op de beheersing van het Standaardnederlands (De Bot & Herder, 2008). Belangrijk is daarbij dat scholen zorgen voor een continuüm omdat eenmalige activiteiten onvoldoende effect hebben. Dit continuüm kan de school vastleggen in haar talenbeleid. Dit continuüm kan evolueren van ‘het gevoelig maken voor vreemde talen’ over initiatie in de Franse taal tot het formeel leren van de Franse taal. Al deze activiteiten zorgen er samen voor dat de eindtermen en leerplandoelen Frans gerealiseerd worden

Talensensibilisering – taalinititatie – formeel Frans?

Talensensibilisering staat voor het gevoelig maken voor en bewust maken van het bestaan van een veelheid aan talen, en daaraan onderliggend culturen en referentiekaders, in onze wereld en, dichterbij, in de eigen schoolomgeving. Door leerlingen op een zelfontdekkende manier met de talige diversiteit in contact te brengen, ontwikkelen zij een referentiekader waarin een positieve omgang met die diversiteit een centrale plaats krijgt. Door talensensibilisering ontwikkelen leerlingen een attitude van openheid en gevoeligheid voor talige diversiteit. Daarnaast doen ze kennis en inzichten op over taal en talen en ontwikkelen ze langzaamaan metalinguïstische vaardigheden die hen kunnen helpen om vreemde talen te leren en de eigen moedertaal (het Nederlands, een dialect, een streektaal of een vreemde taal) verder te ontwikkelen. Op deze manier biedt talensensibilisering leerlingen een unieke voorbereiding op een geglobaliseerde, meertalige en multiculturele samenleving waarin mensen elkaars taal en cultuur respecteren.” (Vlor, 2011).

Taalinitiatie is erop gericht om jongere kinderen of vroegetaalleerders in te wijden in één vreemde taal die later formeel wordt aangeleerd, zoals Frans en Engels. Taalinitiatie vormt als zodanig een opstap naar vreemdetalenonderwijs zoals dat in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs verzorgd wordt. … Kenmerkend voor taalinitiatie is de speelse manier waarop het gebeurt, meestal via een muzische aanpak, waarin het auditieve en andere zintuiglijke waarnemingen en mondelinge interactie een prominente rol krijgen. … Het gaat om laagdrempelige activiteiten, die weinig of geen structurele ingrepen met zich mee brengen in het curriculum of het lerarenkorps.” (Vlor, 2011) Als een school kiest voor taalinitiatie is de eerste doeltaal Frans.

Formeel Frans houdt in dat men werkt met leerlijnen voor mondelinge interactie, luisteren, spreken, lezen en schrijven” (OVSG, 2011). Het leerplan meldt verder dat het hoofddoel is dat leerlingen de Franse taal in hun dagelijkse context kunnen gebruiken en dat de kennis over de taal en haar grammatica niet centraal staan. Dit sluit niet uit dat in functionele situaties kennis over en inzicht in de taal een plaats krijgen (OVSG,2011).

Wie geeft Frans?

“Het spreekt voor zich dat talensensibilisering, initiatie Frans en formeel onderwijs Frans slechts tot stand komen als de leraar de Franse taal voldoende beheerst en een zekere vorm van communicatie met de kinderen tot stand kan brengen. Een voldoende rijke woordenschat, correcte zinsconstructies kunnen maken en een juiste uitspraak zijn dus belangrijke voorwaarden” (Vlor, 2008).

Dit betekent dat scholen goed nadenken over wie het aanbod Frans geeft en kansen tot professionaliseren aanbiedt. Het is een meerwaarde dat de leraren met de beste competenties ingeschakeld worden voor talensensibilisering, taalinitiatie en formeel Frans. We denken hier ook aan de mogelijkheid om native speakers in te schakelen.
De klasleraar is meestal de meest aangewezen persoon om dit aanbod te verzorgen. De klasleraar is een vertrouwd figuur en genereert daardoor ook de veilige omgeving waarin spreekdurf een plaats krijgt. Bovendien is er meer kans tot integratie in de verschillende vakken.
Kortom, elke school onderzoekt de interne mogelijkheden om het vreemdetalenonderwijs breed te integreren in de werking. Het aanwenden van competenties van leraren en inzetten op professionalisering voor het hele team zijn daarbij belangrijke facetten.

Advies begeleiding

Op basis van deze kerngedachten komen we tot het volgend advies:

  • Het huidige leerplan Frans blijft ongewijzigd. Dit betekent dat ‘de inhoudelijke lat’ niet hoger wordt gelegd.
  • Scholen denken na over hun talenbeleid op basis van de lokale context en onderwijsbehoeften van de leerlingen.
  • Scholen besteden eerst aandacht aan het impliciet leren van het Frans via talensensibilisering en taalinitiatie. Talensensibilisering kan in alle klassen van de basisschool en heeft aandacht voor de aanwezige talen in de klas en/of omgeving. Een positieve attitude en respect tegenover andere talen is daarbij cruciaal. Er kan muzisch, speels en communicatief aan de slag gegaan worden. Het leren van de taal is nooit een doel op zich. In een latere fase (ten laatste in het derde leerjaar) evolueert het aanbod naar taalinitiatie Frans. Ook hier is de aanpak speels, muzisch en/of communicatief. Het gaat steeds over mondelinge vaardigheden in alledaagse kindvriendelijke situaties. Er wordt niet gelezen en geschreven. De scholen realiseren reeds een aantal leerplandoelen mondelinge vaardigheden.
  • Zowel bij talensensibilisering als bij taalinitiatie wordt niet geëvalueerd en gerapporteerd.
  • Vanaf het vijfde leerjaar start het formele vreemdetaalonderwijs dat systematisch gericht is op de realisatie van de (nog niet gerealiseerde) leerplandoelen. De gehanteerde didactiek is communicatief en functioneel. Vanaf dit moment is er systematisch plaats voor evaluatie en rapportage.
  • Kinderen die als moedertaal Frans hebben, behoeven een andere aanpak. Leerlingen die de eindtermen/leerplandoelen Frans beheersen, kunnen de vrijgekomen tijd aanwenden om in te zetten op beheersing van het Nederlands of andere onderwijsbehoeften van de leerling. Organisatorisch vraagt dit een inspanning van de scholen om aan de specifieke onderwijsbehoeften van de verschillende leerlingen tegemoet te komen.
Bronnen en aanvullende literatuur:
  • De Bot, K., & Herder, A. (2008). Effecten van vroeg vreemdetalenondewijs (1). Primair, 2008/1.p. 2-3.
  • De Keyser, R. Interview over onderwijs in talen. Gevonden op 18 augustus 2013 op http://wikint2.wikispaces.com/3.+Theoretisch+gesprek
  • Europees Platform (2011). Naar eindtermen VVTO Engels, een eerste verkenning. Gevonden op 18 augustus 2013 op http://www.europeesplatform.nl/sf.mcgi?3808
  • Goorhuis-Brouwers, S., & De Bot, K. (2005). Heeft vroeg vreemde-talenonderwijs een negatief effect op de Nederlandse taalontwikkeling van kinderen? Levende Talen 6/3, p. 3-7.
  • Herder, A. A., & de Bot, C.L.J. (2005). Vroeg vreemdetalenonderwijs in internationaal perspectief. Literatuurstudie. Groningen: Expertisecentrum taal, onderwijs en communicatie.Rijksuniversiteit Groningen.
  • Herder, A. A., & de Bot, C.L.J. (2007). Vroeg Engels in het Nederlandse taalcurriculum. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
  • OVSG (2010). Onderwijstijd: van lestijd naar leertijd. Brussel: OVSG
  • OVSG (2010). Leerplan Frans. Brussel: OVSG.
  • Smet, P. (2011). Conceptnota samen taalgrenzen verleggen (versie 22 juli 2011). Brussel.
  • Vlaams Parlement (2012). Conceptnota voor nieuwe regelgeving over de hervorming van het secundair onderwijs. Gevonden op 18 augustus op http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2011-2012/g1449-1.pdf 
  • Vlor (2011). ‘t Is goe, juf, die spreekt mijn taal! Wetenschappelijk rapport over talensensibilisering in de Vlaamse onderwijscontext. Gevonden op 16 augustus 2013 op http://www.diversiteitenleren.be/sites/default/files/Rapport_Wegwijzer_Talensensibilisering_DEF20111107_0.pdf
  • Vlor (2008). Frans leren in de basisschool. Vroeg begonnen, half gewonnen: talensensibilisering en taalinitiatie vanaf de kleuterschool. Brussel: Vlor.
  • Westhoff, G. (2006). Eigen inhoud eerst. In de zin en onzin van grammaticaonderwijs. Enschede: Nationaal Bureau Moderne Vreemde talen.

Zapatillas para correr

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs