Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Standpunt van OVSG over de conceptnota 'Samen taalgrenzen verleggen'

dinsdag 27 september 2011

Taal, talen, taalsensibilisering, taalinitiatie, taalbeschouwing, etc. nemen in de pedagogische begeleidingsdienst en de nascholing van OVSG al geruime tijd een centrale plaats in. Bovendien is het thema ‘taalonderwijs en taalbeleid’ sinds schooljaar 2009-2010 een gezamenlijke prioriteit van de begeleiders van de verschillende onderwijsniveaus. We keken dus nieuwsgierig uit naar de inhoud van het talenbeleid dat de minister aankondigde in de beleidsnota onderwijs 2009-2014.

Algemene bedenkingen

In eerste instantie vindt OVSG het positief dat de visie op meertaligheid als meerwaarde in deze geglobaliseerde wereld in ‘Samen taalgrenzen verleggen’ vervat zit. Ook belangrijk zijn de aandacht die gegeven wordt aan thuistalen en de plaats van talensensibilisering. De decretale verankering van CLIL (Content and Language Integrated Learning) voor het secundair onderwijs is eveneens positief.

Niettemin roept de conceptnota nog veel vragen op. We missen structuur en concrete informatie; de nota is eerder fragmentarisch opgebouwd en bevat geen duidelijke opsomming van de doelstellingen met daaraan verbonden acties, noch een tijdspad met prioriteitenlijst. Daarenboven gaat de Vlaamse regering met de goedkeuring van deze nota geen financiële of budgettaire engagementen aan. En hoewel de nota spreekt van een geïntegreerde aanpak, zal de minister gefragmenteerd regelgevende maatregelen nemen. OVSG vraagt zich af hoe op die manier een globale aanpak van het talenbeleid gegarandeerd kan blijven en hoeveel voorstellen uit de nota werkelijk gerealiseerd zullen worden.

De conceptnota neemt geen kritische afstand van PISA-resultaten, diverse Europese rapporten en evaluatieonderzoek. We vragen de minister om een duidelijke argumentatie. Is het voorstel om het differentiatiepakket van het secundair onderwijs te beperken tot de EU-talen en de talen van de BRIC-landen een keuze van de minister? De Europese aanbeveling waarnaar verwezen wordt, geeft immers slechts richting voor het beleid van de deelstaten. Door deze keuze te maken worden heel wat kinderen uitgesloten van een vreemdetalenaanbod op school dat zij buiten de schoolpoorten zullen invullen. We denken daarbij aan de kinderen uit de grote Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in Vlaanderen. Voor OVSG rijmt dit niet met een nota waarin gesproken wordt over uitsluiting tegengaan, ontmoeting stimuleren en kansen geven aan wie voorop kan en wil lopen.

Scholen moeten volgens het kwaliteitsdecreet inspanningen leveren om aan een talenbeleid te werken. De nota maakt niet duidelijk of een talenbeleidsplan al dan niet verplicht wordt. Een talenbeleid moet in de eerste plaats gericht zijn op optimale leerwinst bij alle leerlingen. De manier waarop dit beleid in de praktijk gebracht wordt, behoort tot de autonomie van de inrichtende macht. OVSG is geen voorstander van een verplicht plan. Basisscholen kunnen het talenbeleid opnemen in het verplichte schoolwerkplan. Secundaire scholen kunnen dit beleid integreren in een jaarplan waarmee ze aan de slag kunnen.

Voorschools en basisonderwijs

Veel kinderopvanginitiatieven hebben in hun werking aandacht voor talen. OVSG vindt dat de overheid deze positieve tendens kan versterken door ook hen te stimuleren om te werken aan een talenbeleid. Daarenboven is het aan te raden de vele bestaande trajecten rond voorleescultuur te ondersteunen en te verankeren.

De nota stelt voor om een taalcoördinator aan te stellen die het talenbeleid op school coördineert. Dat is voor OVSG niet de beste manier van werken. De school heeft immers verschillende opdrachten (talenbeleid, zorgbeleid, ICT-aanpak om er maar enkele te noemen) en ze spant zich in om die op een correcte manier te vervullen. Hoe de school dat doet, behoort tot de autonomie van de inrichtende macht en de school. De uitvoering is afhankelijk van de context van de school en van de prioriteiten die de school voor zichzelf bepaald heeft. OVSG vindt het dan ook niet nodig om een taalcoördinator aan te stellen.

Secundair onderwijs en volwassenonderwijs

De tekst neemt al enkele voorafnames op de hervorming van het secundair onderwijs. OVSG wil niet vooruitlopen op de processen die nog aan de gang zijn. Deze discussies kunnen pas gevoerd worden als de hervorming van het secundair onderwijs concreet wordt.

De talennota is onduidelijk over de formulering van ambitieuze eindtermen moderne vreemde talen. Met het decreet van 13 februari 2009 werden nog maar net nieuwe eindtermen goedgekeurd. Die worden sinds het schooljaar 2010-2011 gefaseerd geïmplementeerd via nieuwe leerplannen. De vernieuwingsoperatie zal voltooid zijn in 2016. Wil de minister nog voor het einde van dit proces alweer nieuwe eindtermen formuleren? Dat is niet duidelijk en het zou in elk geval meer planlast voor de leraren betekenen.

Volgens de nota zullen de CVO’s ingeschakeld worden voor een meertalig aanbod buiten de schooluren. Is dat enkel voor jongeren ouder dan 16 jaar of ook voor de groep van 12 tot 16 jaar, naar analogie met het aanbod NT2 (decreet 2007)? De vergelijking die hier gemaakt wordt met het deeltijds kunstonderwijs gaat niet op. De centra voor volwassenenonderwijs beschikken niet over de nodige ervaring om te werken met jongere cursisten, wat een andere pedagogische aanpak vereist.

Onthaalonderwijs voor niet-Nederlandstalige kinderen

Het onthaalonderwijs wordt hier herleid tot een taalbad, terwijl de opvang van niet-Nederlandstalige kinderen ook gaat over omgaan met oorlogstrauma’s, over kinderen met weinig of geen schoolervaring, etc. OVSG vraagt om dit thema apart te behandelen, los van de talennota, en het onthaalonderwijs uit de talennota te lichten.

Los daarvan vindt OVSG het positief dat de inclusie van niet-Nederlandstaligen voorafgegaan wordt door een taalbad. Maar hoelang moet dit taalbad duren? We hebben twijfels bij de verplichte remediëring van het Nederlands buiten de lesuren. De recente Vlor publicatie ‘Gezin en school. De kloof voorbij, de grens gezet? Een verkenning.’ wijst op het belang van de gezinstijd voor kinderen en vraagt om respectvol om te springen met deze tijd. Deze extra belasting lijkt ons niet de meest geschikte oplossing voor kinderen die het zo al moeilijk hebben.

Meertaligheid, thuistalen en talensensibilisering

De aandacht voor meertaligheid en thuistalen is positief, maar we missen een duidelijke en samenhangende visie. Wetenschappelijke inzichten worden slechts gedeeltelijk of niet consequent opgenomen. Onderzoek in binnen- en buitenland toont bijvoorbeeld aan dat kinderen het meeste voordeel halen uit het verwerven van (vreemde) talen op vroege leeftijd. OVSG volgt de boodschap van CLIL-expert Hugo Baetens Beardsmore (2002) en vindt het jammer dat er geen mogelijkheden geboden worden voor CLIL in het basisonderwijs. Uit onderzoek weten we dat een rijke moedertaal/thuistaal een uitstekende basis is voor de verwerving van een vreemde taal. Met de conceptnota krijgt de thuistaal van kinderen een plaats in de kleuterklas, maar jammer genoeg niet in de verdere schoolloopbaan. Nochtans stopt de moedertaalverwerving niet op de leeftijd van zes jaar (Cummins, 2000).

Brussel en de Rand

Onder het thema Brussel en de Rand wordt aangegeven dat de vzw (fusie VBB en BROSO) een expertise- en vormingsopdracht krijgt in verband met onderwijs in een meertalige context. Deze opdracht geldt voor heel Vlaanderen. Voor OVSG is het onduidelijk hoe deze opdracht ingevuld en aangestuurd zal worden.

De pedagogisch begeleidingsdienst en de nascholing

In de conceptnota wordt meermaals verwezen naar opdrachten voor de pedagogische begeleiding en de nascholing (kwaliteitscharter, talenportfolio, taalcoördinator, …). Er wordt eveneens verwezen naar prioritaire nascholingsthema’s. De tekst is hiervoor weinig concreet. De pedagogische begeleidingsdienst van OVSG zet zich al jaren in om het talenbeleid en het omgaan met talen in scholen te ondersteunen. De opgebouwde knowhow mag niet verloren gaan en de eigen autonome werking van deze ondersteuning moet ook gevrijwaard blijven.

Andere elementen

Ouderbetrokkenheid

OVSG vraagt zich af wat verstaan wordt onder ouderbetrokkenheid en heeft vanuit de ervaring met de engagementsverklaring van 2008 vragen bij de waarde en effectiviteit ervan. Voor OVSG kan het engagement dat ouders aangaan ten aanzien van het Nederlands niet verdergaan dan het maximaal stimuleren van hun kinderen in het leren van Nederlands.

Lerarenopleiding

OVSG stelt zich vragen bij het civiel effect van het diplomasupplement taalleerresultaten. OVSG hoopt dat de pas hervormde lerarenopleidingen in de CVO’s doorgelicht zullen worden op basis van het nieuwe decreet voor het volwassenenonderwijs en niet op basis van deze talennota.

Taalscreening

OVSG is (nog steeds) geen voorstander van een taalscreening en wil de toenemende trend om te meten op zogenaamde scharniermomenten beperken. Deze screenings zijn slechts een momentopname. OVSG pleit voor monitoring en permanente evaluatie met aandacht voor gepaste remediëring. Een taalproef moet deel uitmaken van een bredere evaluatie die een volledig beeld geeft van de taalvaardigheid van de kleuter, leerling of scholier.

Bovendien vraagt OVSG zich af of een diagnostisch onderzoek en het plannen van een remediërend traject haalbaar is voor de CLB’s aangezien zij niet beschikken over de nodige kennis van de ontwikkelingsdoelen, eindtermen en leerplannen. Een samenwerking met de pedagogische begeleidingsdiensten is hier noodzakelijk.

Conclusies

De conceptnota ‘Samen taalgrenzen verleggen’ is een ambitieuze nota. Om te kunnen inschatten wat in de toekomst moet gebeuren, is de nota nog onvoldoende concreet. OVSG wil constructief meedenken en werken aan een zinvolle en doelgerichte ondersteuning van de scholen. Daarbij moet rekening gehouden worden met de volgende factoren:

  • werken vanuit concrete doelstellingen op leerling-, leraar- , en schoolniveau;
  • gebruik maken van al bestaande begeleidingsmethodieken die succes blijken te hebben;
  • inzetten op pedagogisch-didactische vaardigheden bij leraren;
  • de functie van de onderwijzende ten volle (h)erkennen;
  • evaluatiemomenten gedurende het proces inbouwen;
  • de nodige middelen voor een aantal hervormingen voorzien.

Voor OVSG is het fundamenteel dat rond bovenstaande ‘indicatoren’ een goed talenbeleid in de scholen kan worden gevoerd.

Referenties

Cummins (2000) Language, Power and Pedagogy: Bilingual children in the crossfire. Clevedon: Multilingual Matters. Geciteerd in Blommaert Jan (2007) Taal, leeromgeving, en de hoge lat. Bedenkingen bij taalbeleid en taalkennis. Leerstoel onderwijsvernieuwing, Universiteit Antwerpen, februari 2007.

Baetens Beardsmore, Hugo (2002). The Significance of CLIL/EMILE in Marsh, David (ed.) (2002). CLIL/EMILE – The European Dimension. Actions, Trends and Foresight Potential. UniCOM, Continuing Education Centre, Finland.

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs