Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Besparingen in onderwijs, een stand van zaken

vrijdag 17 oktober 2014

Op 17 oktober diende de Vlaamse regering het ‘programmadecreet’ in bij het Vlaams parlement. In een programmadecreet neemt de overheid allerhande maatregelen op die ze nodig vindt om de begroting van het volgende jaar te kunnen uitvoeren. Niet alle besparingsmaatregelen zijn erin terug te vinden, maar dit decreet geeft wel een stand van zaken van de besparingsoperatie. Na de syndicale onderhandelingen kunnen koepels en vakorganisaties aangeven of zij wel of niet akkoord gaan met het voorgestelde decreet. OVSG gaf een protocol van niet-akkoord.

Algemene vaststellingen

1. In totaal wordt € 193 miljoen bespaard op onderwijs waarvan € 113 miljoen in het niet-hoger onderwijs. Dit is een groot bedrag voor een essentiële sector als onderwijs. De eerlijkheid gebiedt ons te vermelden dat het aandeel dat onderwijs moet besparen een stuk lager ligt dan het aandeel van onderwijs in het geheel van de Vlaamse begroting.

2. Aan de uitgangspunten van ons financieringssysteem wordt niet geraakt.

  • De ‘open end financiering’ wordt behouden. Elke leerling genereert dus bijkomende omkadering, middelen enz. Dat is belangrijk omdat zo de middelen van onze scholen mee groeien met het leerlingenaantal. Dat dit belangrijk is, blijkt duidelijk uit de financiering van de CLB-sector die met een gesloten enveloppe werkt.
  • De omkaderingscoëfficiënten blijven ongewijzigd.
  • In het leerplichtonderwijs blijft men een deel van de middelen toekennen op basis van de sociaal economische indicatoren.

Voor alle onderwijsniveaus

Er wordt bespaard op het totale bedrag van de nascholingsmiddelen, hoewel u dat op het eerste gezicht niet zal opvallen. Deze middelen zijn momenteel versnipperd over een aantal gekleurde potjes waarvan er enkele zo klein dreigden te worden dat er niets zinvols mee kon worden gedaan. Daarom werd besloten de middelen te hergroeperen en maximaal aan de instellingen zelf toe te kennen. Uw eigen nascholingsbudget zal nagenoeg intact blijven, maar de afzonderlijke fondsen voor nascholing over functiebeschrijving en evaluatie en het directeurenfonds verdwijnen.

Basisonderwijs

Het basisonderwijs levert 1,8% van zijn werkingsbudget in. Samen met een gedeeltelijke niet-indexatie betekent dit dat het budget 2,3% lager zal liggen dan voorzien.

Als compensatie wordt de scherpe maximumfactuur verhoogd. Voor de kleuters wordt deze voor alle jaren gelijkgetrokken op het hoogste bedrag, nl. € 40 per kind. In het lager onderwijs komt er € 10 bij zodat het bedrag op 70 euro uitkomt. OVSG blijft ervoor pleiten om de schooltoelage met een gelijk bedrag te verhogen.

Secundair onderwijs

Het secundair onderwijs levert in totaal 4,5% in op de werkingsmiddelen. 0,5% daar van is het gevolg van een gedeeltelijke niet-indexatie. In de media was er heel wat te doen over mogelijke maatregelen rond het personeel. Die ingrepen moeten niet via het programmadecreet gebeuren. Maar wij veronderstellen dat de overheid dit op zeer korte termijn op de onderhandelingstafel zal leggen. OVSG pleit voor een breed debat over de opdracht van de leraar. Het zou een gemiste kans zijn als het hele loopbaandebat verzandt in een discussie over het verhogen of verlagen van de opdrachtnoemer met één uur.

Volwassenenonderwijs

Het inschrijvingsgeld wordt verhoogd tot € 1,5 per uur i.p.v. € 1,15. Het maximumbedrag dat van een cursist mag gevraagd worden, verhoogt men tot € 600 per jaar. Er wordt bekeken om dit op te splitsen in € 300 per semester. OVSG vraagt om het plafond niet zo sterk op te trekken voor het secundair volwassenenonderwijs omdat daar nogal wat cursisten zitten die gebruik maken van het tweedekansonderwijs.

De meeropbrengst van de verhoogde inschrijvingsgelden wordt integraal doorgestort aan het Fonds Inschrijvingsgelden Centra voor Volwassenenonderwijs zodat de dotatie van de Vlaamse overheid aan dat fonds omlaag kan.

Initieel wou men de consortia vanaf één januari 2015 afschaffen, maar uiteindelijk opteert de overheid ervoor om in 2015 een uitdoofscenario toe te passen. De meerkost hiervan (geschat op € 900.000) moet gecompenseerd worden. Enerzijds zal elk centrum per lesuur per cursist 0,05 euro meer moeten doorstorten aan het Fonds Inschrijvingsgelden. Anderzijds zal het groeipad van de terugbetaling door het fonds aan de centra met een jaar vertraagd worden. Kortom, het langer openhouden van de consortia betekent dat – ondanks het verhoogde inschrijvingsgeld - de centra minder werkingsmiddelen over houden.

Deeltijds kunstonderwijs

Het inschrijvingsgeld voor volwassenen wordt verhoogd met 50% tot € 300. OVSG betreurt deze drastische verhoging. Wel konden we in de onderhandelingen bekomen dat alle jongvolwassenen (18 tot 24 jaar) van het verminderd tarief (dat € 125 zal bedragen) gebruik kunnen maken. Voor minderjarige leerlingen bedraagt het inschrijvingsgeld € 62 of, met verminderd tarief, € 40.

Het al (veel te) karige werkingsbudget van DKO wordt niet geïndexeerd en bovendien afgeroomd met 10%. Zo worden de kosten nog meer afgewenteld op steden en gemeenten dan nu al het geval is.

Centra voor leerlingenbegeleiding

Ondanks het feit dat de CLB’s moeten werken met een gesloten enveloppe aan werkingsmiddelen, moeten zij toch 10% inleveren. Het is duidelijk dat het werkingsbudget voor CLB’s niet meer in verhouding staat tot het takenpakket. Een fundamenteel debat over de verwachtingen van onderwijs, welzijn en volksgezondheid t.a.v. de CLB’s dringt zich op.

De regering krijgt een machtiging om op de omkadering een aanwendingspercentage (met uitzondering van het ambt van klerk) toe te passen. Dat betekent dat je als centrum slechts een deel van de toegekende omkadering effectief mag gebruiken. Op de vraag om dit percentage te begrenzen tot 98% (het equivalent van de 2% van de beoogde besparing) werd niet ingegaan.

Tot slot

Besparingen in onderwijs moeten de klasvloer zo veel mogelijk ontzien. Het kan ook niet zijn dat door deze besparingen de kosten afgewenteld worden op de inrichtende machten. Het programmadecreet bevat een aantal elementen die tegen deze principes zondigen. Wanneer die maatregelen een blijvend effect hebben (zo is bijv. niet voorzien dat de werkingsmiddelen na verloop van tijd terug verhoogd worden), moeten zo snel mogelijk alternatieven gezocht worden.

Als de overheid verwacht dat onderwijs met minder middelen dezelfde resultaten haalt, moeten ook de bestaande processen kritisch bekeken worden. OVSG pleit voor deregulering, flexibilisering en minder planlast. We hopen in de beleidsnota effectieve maatregelen op dat vlak terug te vinden. 

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs