Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Opinie '80 000 leerlingen worden gewoon genegeerd'

maandag 5 maart 2018

Het is een jaarlijks fenomeen dat elke ouder met het schaamrood op de wangen ondergaat: de kampeertoestanden voor de vermeende fine fleur van ons scholenaanbod. Telkens weer getuigt een nieuwe generatie ouders – overigens terecht – verontwaardigd hoe zij in de barre kou/regen/wind (afhankelijk van de weersgesteldheid in dat jaar) aanschuiven om hun kinderen in de school van hun voorkeur in te schrijven. De afgelopen jaren namen verschillende lokale besturen het voortouw en ontwikkelden een Centraal Aanmeldingsregister (CAR). Minister van Onderwijs Crevits kondigde aan dat vanaf volgend jaar overal met zo’n CAR gewerkt zal worden. Gelukkig, want zo behoort het kamperen hopelijk tot het verleden. Maar dan ook alleen het kamperen. Al gebeurt het dan vanuit de luie zetel, onder het fleece dekentje en met het verzamelde arsenaal digitale apparaten om ons heen: aan het nagelbijtend wachten en hopen dat ons kind in een (liefst dé) school van onze voorkeur binnengeraakt, verandert niets. De wachtrijen zijn immers niet meer dan een symptoom. Net zoals de befaamde wachtlijsten en alle andere bekende en minder bekende noden in de Vlaamse scholenbouw. De ziekte zelf heet chronische onderfinanciering.

Verouderde formule voor noden van nu

Toen de Vlaamse Gemeenschap net de bevoegdheid over onderwijs verworven had – al weer enkele decennia geleden – waren de ambities nochtans groot. Er werd een formule ontwikkeld die exact becijferde hoeveel middelen er jaarlijks in scholenbouw geïnvesteerd moesten worden. Parameters in die formule zijn o.a. het leerlingenaantal en de bouwprijs per vierkante meter. Het was de bedoeling de belangrijkste parameters om de vijf jaar te actualiseren zodat het budget gelijke tred zou houden met de noden. Helaas werd de formule slechts één keer toegepast. De parameters die we in 1990 hanteerden en de uitkomst die we toen kregen, vormen nog altijd de basis van het huidige infrastructuurbudget. In de loop der jaren werd dit bedrag (meestal) wel geïndexeerd en – vooral de laatste jaren - worden er afhankelijk van de budgettaire mogelijkheden ad hoc bijkomende middelen vrijgemaakt. Maar de clou blijft dat de Vlaamse middelen voor scholenbouw in 2018 berekend zijn op de noden van 1990. Hoeveel privéwoningen zullen er dit jaar gebouwd worden met een budget voorzien op de gezinssamenstelling van dertig jaar geleden en een bouwprijs van 28 875 ‘Belgische frank’ (€ 641) per vierkante meter? Sinds 1990 groeide het leerlingenaantal in ons leerplichtonderwijs met ongeveer het inwonersaantal van een stad als Hasselt. Een kleine 80 000 leerlingen waarvoor we dus eigenlijk géén onderwijshuisvesting plannen. Hetzelfde geldt voor alle nieuwe eisen die we ondertussen aan onze gebouwen zijn gaan stellen: pedagogische vernieuwingen, technieken, toegankelijkheid, energiezuinigheid, brandveiligheid, asbestverwijdering, … allemaal kosten van deze tijd die we met een budget uit 1990 trachten te betalen.

Het is goed dat we kamperen weer in de eerste plaats met zomerfestivals zullen associëren en niet met winterse toestanden voor de schoolpoort. Wel hoop ik dat onze beleidsmakers, ook zonder de druk van dit jaarlijkse moment van collectieve verontwaardiging, de juiste vragen over schoolkeuze en scholenbouw zullen blijven stellen.

Patriek Delbaere
Algemeen directeur OVSG

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs