Praktische leidraad voor een kwaliteitsvol beleid op leerlingenbegeleiding

In deze leidraad wordt stap voor stap beschreven hoe we kwaliteitsvol aan de slag kunnen met een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding. Hierbij geeft het kader interne kwaliteitszorg van OVSG richting. 

Werken aan kwaliteit

Leidraad aan de slag met een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding 

In deze leidraad wordt stap voor stap beschreven hoe we kwaliteitsvol aan de slag kunnen met een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding. Hierbij geeft het kader interne kwaliteitszorg van OVSG richting. 

Dit kader sluit aan bij het evidence-informed werken in het onderwijs. Het helpt om onderbouwde beslissingen te nemen die steunen op informatie uit verschillende bronnen en op verschillende perspectieven. Die beslissingen implementeren we volgens een procesmatig en cyclisch proces (Leerpunt, 2025). 

Iedere stap van interne kwaliteitszorg wordt toegelicht en aangevuld met inspirerende reflectievragen en ondersteunende materialen. 

Het geïntegreerde karakter van een beleid op leerlingenbegeleiding krijgt vorm door ook het gelijke onderwijskansen- en SES-beleid mee op te nemen. Dit is zichtbaar door de oranje kaders die worden gehanteerd in de downloadbare leidraad.

Waar nodig wordt expliciet aangegeven wat opgenomen moet worden in het beleidskader leerlingenbegeleiding.

Indien er specifieke vragen zijn, neem dan contact op met het aanspreekpunt van de school.

Stap 1: verzamelen, registreren en analyseren

K2 De school evalueert haar werking cyclisch, systematisch en betrouwbaar vanuit de resultaten en de effecten bij de lerenden. 

De school voert een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt” (decreet leerlingenbegeleiding, 2018).

Zowel de contextkenmerken als de inputkenmerken beïnvloeden de uitgangspositie van de school. Het is belangrijk dat schoolteams een zicht hebben op de context- en inputkenmerken en deze benutten in de vormgeving van het onderwijs.

Onder context begrijpen we:

  • administratieve, structurele, bestuurlijke gegevens en historiek 
  • socio-economische en andere kenmerken van het werkgebied (zoals grootstedelijk gebied, aanwezigheid kansarmoede, aanwezigheid van sociaal-culturele voorzieningen, instroom van anderstaligen…)
  • infrastructuur
  • financiële middelen
  • regelgeving

Onder input begrijpen we: 

  • kenmerken van de lerenden (zoals gender, aanvangssituatie, attitudes en motivationele kenmerken…) 
  • kenmerken van de ouders en de thuisomgeving (zoals socio-economische kenmerken, thuistaal, etniciteit/​immigratiestatus, ouderlijke betrokkenheid…) 
  • kenmerken van het schoolteam (zoals didactische en inhoudelijke vakkennis, verwachtingen m.b.t. de lerende, attitudes en motivationele kenmerken, doelmatigheidsbeleving, opleidingsniveau, aantal jaren onderwijservaring…) 
  • kenmerken van de bestuursleden (samenstelling van het bestuur, professionaliteit…) 
  • kwantitatieve en kwalitatieve data uit output (OVSG-toetsen, Vlaamse toetsen, Koala, leerlingvolgsysteem, …)

Hoe brengen we de beginsituatie van de school in kaart 

We brengen de beginsituatie van de school in kaart a.d.h.v. volgende stappen:

  • Schets de context en input van de school
  • Beschrijf de doelgroep en de middelen
  • Lijst de systemen en structuren op die de school ter beschikking heeft 
  • Breng in beeld wat de school doet binnen de vier domeinen van leerlingenbegeleiding

Het is belangrijk om sterktes en zwaktes uit de beginsituatie en motivatie tot verandering te bekijken. Gebruik hiervoor relevante databronnen: Datawijzer, Vlaamse toetsen, OVSG-toets, leerlingvolgsysteem… Betrek het schoolteam maximaal en aanvullend, en waar relevant, de leerlingen, hun ouders en andere partners. Deze manier van werken zal de verwachtingen die er vanuit het decreet worden gecreëerd verduidelijken voor alle betrokkenen. Verwerk de verzamelde gegevens (context en input) en vat ze samen. Koppel deze data aan praktijkkennis en wetenschappelijke kennis om de noden van leerlingen en hun ouders, het schoolteam en het beleid te definiëren (Leerpunt, 2025). 

Beleidskader op leerlingenbegeleiding
De beginsituatie van de school neem je op onder punt 1 (p2).
Een overzicht van de vier domeinen van leerlingenbegeleiding neem je op onder punt 3 (p4).

Hoe pakken we dat aan in onze school

  • Informeer de teamleden over de inhoud en de draagwijdte van het decreet.
  • Verzamel de mening en data van partners over de leerlingenbegeleiding met oog op gelijke onderwijskansen. Het beleid op leerlingenbegeleiding van de school is onderwerp van gesprek tijdens het structureel overleg met de decretale partners. Benoem wat goed loopt.
  • Noteer werkpunten.
  • Hoe verhoudt zich dit tot de vier begeleidingsdomeinen?
  • Breng de gekleurde middelen in kaart:
Basisonderwijs Buitengewoon onderwijs Secundair onderwijs

SES-middelen
Taalintegratie (i.f.v Koala)

GOK-middelen

GOK-middelen

  • Gebruik data uit Datawijzer om een overzicht te krijgen van de verdeling van de OKI-kenmerken van alle leerlingen en SES/GOK-leerlingen. Doe dit op schoolniveau, klasniveau en individueel niveau.
  • Analyseer de output (OVSG-toets, Vlaamse toetsen, gestandaardiseerde toetsen, …) in functie van SES/GOK-leerlingen. Hoe zijn hun leerprestaties tegenover leerlingen die niet aantikken op GOK/SES? Wat merk je op schoolniveau? Merk je hierbij een verschil tussen leerlingen die één of twee keer aantikken? Welke onderwijsleerbehoeften zijn er?
  • Op klasniveau maak je een klasbeeld van je (GOK/SES)-leerlingen. Je verzamelt de gegevens van deze leerlingen rond bijvoorbeeld leerlingenkenmerken, onderwijsnoden, essentiële informatie uit gesprekken (kind-, ouder-klas-…) … Door dit in een klasbeeld te gieten, zie je in één oogopslag welke noden er op groepsniveau zijn.
  • Informeer het team over deze data. Wat zijn trends die we vaststellen i.v.m. het aantal aantikkers? Welke klasgroepen hebben veel SES/GOK-leerlingen? Waar tikken deze leerlingen dan op aan? Welke leerlingen zijn dit?
  • Breng de competenties en de expertise in functie van de OKI-kenmerken van het team in beeld. Welke professionaliseringsnoden zijn er? 

Reflectievragen en ondersteunende materialen

  • In welke mate werden teamleden geïnformeerd over de inhoud en de draagwijdte van het decreet?
  • Hoe werden gegevens over de huidige werking verzameld? In welke mate werden de verschillende partners hierbij betrokken? Over welke periode gebeurde dit?
  • In hoeverre worden in de school systematisch data verzameld binnen leerlingenbegeleiding? Welke structuren werden hiervoor uitgewerkt?
  • In welke mate werden er conclusies geformuleerd? Hoe werden vaststellingen gedaan? Op welke manier werden verschillende perspectieven naast elkaar geplaatst? In hoeverre is men het eens over de gemaakte analyse? Hoe weten we dit?
  • Zijn de sterktes binnen de begeleidingsdomeinen in leerlingenbegeleiding concreet geformuleerd?
  • Zijn we het eens over de werkpunten die er zijn? Hoe weten we dat?

Ondersteunende materialen

Basisonderwijs


Niveau-overstijgend

Stap 2: ontwikkel een schooleigen visie op leerlingenbegeleiding met oog voor gelijke onderwijskansen

B1 Het schoolteam geeft de begeleiding vorm vanuit een gedragen visie en systematiek en volgt de effecten van de begeleiding op.

De regelgeving vraagt expliciet dat de school een visie op leerlingenbegeleiding uitwerkt. Deze visie wordt geformuleerd op het niveau van de school en houdt rekening met de contextgegevens. Zij is gekend en wordt gedragen door het volledige schoolteam.

De visie omschrijft waarvoor je staat. Ze omvat dus de kernwaarden (normen en waarden) van jullie beleid op leerlingenbegeleiding met oog voor gelijke onderwijskansen. Ze beschrijft ook een ambitieus gedeeld beeld van de toekomst. Ze functioneert als ethisch kompas voor de schoolorganisatie. De visie geeft een antwoord op de vraag: Wat willen we zijn? Waar geloven we in?

De strategische visie omschrijft hoe de verschillende elementen gerealiseerd zullen worden door doelstellingen en concrete acties te omschrijven.

Een schooleigen, gedragen visie zorgt voor gelijkgerichtheid in de uitvoering van het beleidsplan. Ze zorgt ervoor dat het einddoel van jullie traject helder en begrijpelijk is.

Beleidskader op leerlingenbegeleiding
Deze visie neem je op je beleidskader beleid op leerlingenbegeleiding” onder punt 2.2 (p3)

Hoe pakken we dat aan in onze school

Formuleer, samen met je team een antwoord op volgende vragen:

  • Wat willen we bereiken met onze leerlingenbegeleiding? Wat is onze gezamenlijke droom? Onze ultieme missie?
  • Welke normen en waarden willen we daarbij uitdragen? Welke uitgangspunten dragen wij hoog in het vaandel?
  • In welke mate kan ik mijn visie aftoetsen aan de visie van handelingsgericht werken?
  • Wat willen we specifiek bereiken voor onze leerlingen die aantikken voor SES/GOK?
  • Hoe wil de school gelijke onderwijskansen op school-, klas- en leerlingenniveau creëren?
  • Wat betekent gelijke onderwijskansen bieden’ voor onze school?

Beschrijf het antwoord op deze vragen in een korte, duidelijke en begrijpelijke tekst.

Volgende elementen maken deel uit van de visie:

  • Inclusieve schoolcultuur
  • De vier begeleidingsdomeinen
  • Het zorgcontinuüm
  • Gelijke onderwijskansen

Reflectievragen en ondersteunende materialen

  • Welke methodieken kunnen we inzetten om tot visie-ontwikkeling te komen?
  • Op welke manier geeft deze visie onze diepste wensen weer?
  • In welke mate kent het hele schoolteam deze visie? Hoe zorgen we ervoor dat deze voor iedereen raadpleegbaar is? Hoe maken wij de visie zichtbaar in onze school?
  • Op welke manier heeft iedereen hierover mee nagedacht? 
  • Welke droomelementen bevat de visie? In hoeverre is er een duidelijk doel? In welke mate is dit doel uitdagend en ambitieus geformuleerd?
  • In welke mate is de visie ruim genoeg en niet te specifiek? Hoe kan elk teamlid deze visie vertalen in zijn eigen werkcontext?
  • Welke waarden en normen zijn in de visie opgenomen? In hoeverre is de invulling en concrete vertaling van deze normen omgezet in waarneembaar gedrag?

Hoe is de visie op leerlingenbegeleiding afgestemd op de algemene schoolvisie?

Ondersteunende materialen

Niveau-overstijgend

Stap 3: interpreteren en prioriteren

Werk het beleid op leerlingenbegeleiding uit

Bepaal op basis van de beginsituatieanalyse en visie de prioriteiten binnen leerlingenbegeleiding.

  • Hoe worden de gekozen aandachtspunten gecommuniceerd naar het team? In welke mate hebben teamleden hierbij input kunnen geven? In hoeverre is er gedragenheid m.b.t. de gekozen prioriteiten?
  • Bepaal op basis van de beginsituatie en de visie de prioriteiten binnen GOK
  • Wat zijn de specifieke mogelijkheden en onderwijsbehoeften van kleuters/​leerlingen die aantikken op thuistaal niet Nederlands/​op kansarmoede indicatoren? Hoe weten we dat of hoe kunnen we daarachter komen?
De kleuter/leerling tikt aan op … Thuistaal niet-Nederlands - Opleidingsniveau moeder Opleidingsniveau moeder - Schooltoelage

Verwacht obstakel

TAAL

ARMOEDE

Taalkundig en cultuur kapitaal
Communicatie en leermogelijkheden

Culturele bagage en sociaal kapitaal
Financiële draagkracht
Pedagogisch (thuis)comfort

Bepaal de doelstellingen en effecten binnen leerlingenbegeleiding

Na het bepalen van de prioriteiten, worden deze vertaald naar strategische doelen op lange termijn en operationele doelstellingen voor de komende schooljaren. De school tracht hierbij duidelijke resultaten te bereiken tot op de klasvloer. Naast doelen met impact op school-, leerkracht- en leerlingenniveau (passend binnen het zorgcontinuüm en binnen de vier begeleidingsdomeinen) formuleer je ook effecten die je wilt bereiken en hoe je deze gaat meten. Betrek bij voorkeur het team bij de keuzes die hierin worden gemaakt.

  • Welke streefdoelen streven we al na voor de kleuters/​leerlingen die aantikken op thuistaal en/​of kansarmoede? Werken we doelgericht?
  • Welk tijdspad voorzien we om dit doel te bereiken? Is het transparant?
  • Bereiken we daarmee de vooropgestelde effecten? Wat zijn dan de indicatoren om deze effecten te meten? Is de werking doeltreffend?

Formuleer acties om de doelen te realiseren

Plaats onder elke doelstelling of elke cluster van samenhangende doelen acties die wetenschappelijk onderbouwd zijn (evidence-informed werken). Hierbij kan Leerpunt inspiratie, ideeën en praktische tips bieden. Bespreek deze met het team. Bedenk dat elke leerkracht of teamlid in de school aan de slag zal gaan m.b.t. de uitvoering van de acties. Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding is een opdracht voor het volledige schoolteam. Ga na of er nood is aan professionalisering (beleidsmatig of inhoudelijk).

  • Welke acties ondernemen we al voor de kleuters/​leerlingen die aantikken op de indicatoren thuistaal en/​of kansarmoede? 
  • Wat doen we al en wat kunnen we behouden in functie van de geselecteerde streefdoelen?
  • Wat doen we al en past niet meer binnen de geselecteerde prioriteiten? 
  • Welke extra acties ondernemen we om onze streefdoelen te realiseren?
  • Maak duidelijke afspraken rond wie, wanneer, evaluatie, …

Reflectievragen en ondersteunende materialen

  • In welke mate sluiten de geconcretiseerde doelen aan bij de geformuleerde prioriteiten?
  • In welke mate sluiten de geconcretiseerde doelen aan bij de visie op leerlingbegeleiding met oog op gelijke onderwijskansen?
  • Werden alle teamleden betrokken bij het formuleren van de doelen? In hoeverre zijn ook ouders en leerlingen bevraagd? In welke mate zijn we het erover eens dat dit de juiste doelen zijn?
  • Zijn de doelen specifiek, worden ze door alle betrokkenen op dezelfde manier begrepen? Hoe tonen we dit aan?
  • In welke mate is het voor iedereen duidelijk wanneer een doel als bereikt’ kan worden beschouwd?
  • Hoe geven we het tijdspad aan waarop we aan de doelen gaan werken?
  • Zijn de doelen voldoende ambitieus geformuleerd?
  • Is er voor alle acties voldoende materiële en inhoudelijke ondersteuning voorzien? Hoe zullen we de middelen verzamelen om te kunnen werken?
  • Zijn alle teamleden betrokken bij de uitvoering van de acties? In hoeverre is het voor iedereen duidelijke wie, wat, waar, wanneer zal doen?
  • In hoeverre worden alle leerlingen, ouders of externe partners bereikt? Hoe wordt het resultaat op de klasvloer zichtbaar gemaakt?
  • Zijn er evaluatiemomenten gepland? Wanneer? Hoe vaak? Wie verzamelt data en info? Waar worden bijsturingen geformuleerd?

Ondersteunende materialen

Stap 4: voer het beleid op leerlingenbegeleiding in de school uit

Licht het plan toe aan het volledige schoolteam. Het plan wordt uitgevoerd met zorg en oog voor samenwerking en ondersteuning.

Organiseer systematisch terugkoppeling na tussentijdse evaluatie over de acties die werden uitgevoerd. Deel de resultaten en vier de successen. Breng belemmeringen in kaart en aarzel niet om, waar nodig en mogelijk bijsturingen te doen. Deze bijsturingen dienen om moeilijkheden weg te werken of te omzeilen en daardoor het behalen van resultaten te vergemakkelijken. Hierbij vertrekken we steeds vanuit de visie en verliezen we de geformuleerde doelen niet uit het oog. We bewaken dat de acties geen doel op zich worden maar een middel om onze visie te realiseren.

  • Hoeveel GOK/SES-lestijden genereren we als school om met deze doelen aan de slag te gaan tot op de klasvloer? 
  • Wie, met welke expertise zetten we in deze GOK/SES-lestijden om de doelen te realiseren?
  • Hoe zorgen we voor gedragenheid binnen het team?
  • Hoe wenden we de GOK/SES-lestijden aan om de vooropgestelde doelen te realiseren zodat deze leerlingen kunnen genieten van gelijke onderwijskansen? Op welke manier worden de GOK/SES-lestijden ingezet in verhouding tot het zorgcontinuüm? In welke mate worden GOK/SES-lestijden aangewend om GOK/SES-leerlingen te begeleiden vanuit de verhoogde zorg?

Stap 5: evalueer het beleid op leerlingenbegeleiding in de school 

Hoe pakken we dat aan in onze school

In de school heerst een kwaliteitscultuur als alle teamleden en de school als organisatie op systematische wijze zichzelf bevragen, de onderwijskwaliteit onderzoeken, borgen en waar nodig bijstellen. In het kader van de kwaliteitsbewaking van het beleid op leerlingenbegeleiding is het belangrijk om zowel het proces dat in het plan wordt uitgewerkt als het bereiken van de geformuleerde doelen en effecten te evalueren aan de hand van de vooropgestelde indicatoren. Dit vraagt om structureel tussentijdse evaluatiemomenten en eindevaluaties te organiseren. 

Koppel de bevindingen en conclusies die er op deze manier ervaren worden terug aan het volledige team. Gebruik deze informatie om het beleid na vooraf bepaalde periodes te actualiseren. Systematisch deze cyclus doorlopen zal de school ondersteunen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid te bewaken. Wat werkt en blijvend deel uitmaakt van het beleid op leerlingenbegeleiding kan geborgen worden in het schoolwerkplan/​schoolafspraken.

Reflectievragen en ondersteunende materialen

  • Wat zijn onze beoogde effecten?
  • Hoe zien we dit?
    • Wat is er anders voor de leerlingen?
    • Wat is er anders voor de ouders?
    • Wat zien we in de klaspraktijk?
    • Wat doen leerkrachten anders?
    • Wat is er anders op beleidsniveau?
  • Hoe weten of meten we dit?
  • Wat gaan we borgen/​bijsturen/​bannen na deze evaluatie?
  • Worden onze leerlingen/​kleuters die aantikken op GOK-indicatoren beter van onze aanpak en realiseren we gelijke onderwijskansen? Hoe zien we dit in de resultaten en effecten?
  • Zorgen we ervoor dat er maximale leereffecten gerealiseerd worden bij deze leerlingen zodat zij genieten van gelijke onderwijskansen? Hoe zien we dit in de resultaten en effecten?
  • Zorgen we ervoor dat deze leerlingen kunnen aansluiten bij de klaspraktijk? Hoe zien we dit in de resultaten en effecten?
  • Zorgen we ervoor dat deze leerlingen een kansrijke schoolloopbaan volgen en we schoolse vertraging vermijden? Hoe zien we dit in de resultaten en effecten?
  • Zien we de vooropgestelde effecten terug in onze data?

Ondersteunende materialen

  • Afsprakenkaart
  • Een goede werkwijze om de evaluatie aan te pakken is het formuleren van een antwoord op de vijf kwaliteitsvragen:
  1. Doen we de goede dingen?
  2. Doen we de dingen goed?
  3. Hoe weten we dat?
  4. Vinden onze partners dat ook?
  5. Wat doen we met die wetenschap?

Heb je een vraag?

Friedl Tuyttens
02 506 50 28
Friedl Tuyttens

Verdiep je verder