Opbouw van een leerlijn

Leren kent een consecutieve opbouw. Leer Lokaal drukt deze groei uit in doorlopende leerlijnen via een spiraalcurriculum (Bruner, 1960). 

Leer Lokaal biedt duidelijke leerlijnen die groeien in complexiteit rond een onderwerp. Daarbij wordt aangegeven wanneer je nieuwe leerstof aanbiedt en welke onderliggende leerstof je blijft oefenen. 

Leer lokaal spiraal met tekst

Principes van een spiraalcurriculum:

  • regelmatige herhaling;
  • nieuwe leerstof wordt systematisch aan voorafgaande leerstof gekoppeld;
  • de complexiteit neemt steeds toe.


De doelen in Leer Lokaal lees je van onder naar boven. Onderaan vind je eenvoudige doelen en hoe hoger je in de leerlijn klimt, hoe complexer de doelen worden. De leerlijn beschrijft stapsgewijs hoe je groeit in de leerlijn. Leer Lokaal geeft aan in welke leeftijdsperiode je nieuwe doelen aanbiedt. Als kinderen in een ander tempo evolueren, biedt de leerlijn – los van de leeftijd – ondersteuning bij de opbouw van het curriculum voor deze leerlingen (bv. met een IAC-verslag). 

Vier leeftijdsfases, aanloop- en uitbreidingsfase

Leer Lokaal werkt met vier leeftijdsfases omdat dat beter aansluit bij de ontwikkeling van leerlingen. Het geeft schoolteams meer autonomie om zelf keuzes te maken volgens hun context, doelgroep en pedagogisch project.

  • De eerste leeftijdsfase richt zich op de jongste kleuters. In deze fase staan de doelen die het curriculum beschrijven vanaf de schoolstart tot en met de tweede kleuterklas.
  • De tweede leeftijdsfase beschrijft de scharnierperiode tussen kleuteronderwijs en lager onderwijs. Zowel leraren van de derde kleuterklas als van het eerste leerjaar werken hiermee.
  • De derde leeftijdsfase groepeert doelen voor het tweede, derde en vierde leerjaar.
  • De vierde leeftijdsfase beschrijft de nieuwe inhoud voor de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar.
  • De aanloopfase biedt plaats aan doelen die aan de basisleerlijnen voorafgaan. Je vindt hier o.a. ontwikkelingsdoelen specifiek voor leerlingen met een IAC-verslag. Die kunnen ook ondersteunend zijn voor sommige kleuters die instappen in het basisonderwijs.
  • De uitbreidingsfase biedt plaats aan doelen die verder gaan dan de minimumdoelen en die niet zijn opgenomen in de basisleerlijnen. Met deze doelen kun je differentiëren voor sterke leerlingen.
Tabel Opbouw van een leerlijn

Basisleerlijn, attitudes, ondersteuningsleerlijn en verdiepingsleerlijn 

Het curriculum van Leer Lokaal is opgebouwd uit een basisleerlijn (B), attitudes (A), een ondersteuningsleerlijn (O) en een verdiepingsleerlijn (V).

Tabel 2 Opbouw van een leerlijn

De basisleerlijnen en de attitudes vormen het vastgelegde leerplan; ze zijn goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De basisleerlijn bevat doelen die opbouwen naar de ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Deze leerlijnen zijn niet aanpasbaar door de gebruikers. De doelen die verder gaan dan de eindtermen staan cursief. 

Elke leerlijn bevat enkele algemene attitudes die gelden als grondhouding bij alle doelen uit de leerlijn. Ook de attitudes zijn niet aanpasbaar.

De ondersteuningsleerlijn en de verdiepingsleerlijn ondersteunen de leerkracht bij het realiseren van de basisleerlijn. Hier worden tussendoelen, tussenstappen en aanvullende doelen aangereikt. Zo maakt Leer Lokaal het mogelijk om met een diverse klasgroep om te gaan.

  • Een ondersteuningsdoel is altijd verbonden aan een doel uit de basisleerlijn. Er kunnen meerdere ondersteuningsdoelen geformuleerd worden bij een doel uit de basisleerlijn. Je kan ze ook aanpassen of uitbreiden.
  • Ook een verdiepingsdoel is verbonden aan een doel uit de basisleerlijn en er kunnen meerdere verdiepingsdoelen horen bij een doel uit de basisleerlijn. Je kunt ze ook aanpassen of uitbreiden.

Leerstof aanbieden

Leer Lokaal beschrijft conform de principes van een spiraalcurriculum wanneer nieuwe leerstof wordt aangeboden. Wanneer leerlingen die leerstof moeten beheersen, wordt niet specifiek aangeduid. 

Leer Lokaal werkt in een consecutieve opbouw naar de ontwikkelingsdoelen en eindtermen toe. Leerlingen moeten die beheersen op het einde van het basisonderwijs. In fase 4 wordt minder nieuwe leerstof aangebracht. Volgens het spiraalcurriculum betekent dit dat de onderwijstijd hier vooral wordt gebruikt om eerder aangebrachte leerstof verder en dieper in te oefenen. 

Daarnaast geldt het principe dat je een complexer doel aanbrengt op het moment dat de leerlingen de onderliggende doelen met dezelfde inhoud beheersen. Een doel krijgt meestal een complexer opvolgend doel na een periode van twee jaar. 

Verbindende doelen tussen kleuter- en lager onderwijs

Fase 2 in Leer Lokaal heeft als doelgroep de (leerplichtige) kleuters en de leerlingen in het eerste leerjaar. De doelen uit deze fase zijn ingedeeld in drie zones:

  • doelen specifiek voor de oudste kleuters;
  • verbindende doelen voor zowel kleuters als leerlingen van het eerste leerjaar;
  • doelen specifiek voor het eerste leerjaar.

Door deze verbindende doelen gaan leraren uit de derde kleuterklas en het eerste leerjaar met elkaar in gesprek. Scholen maken inhoudelijke afspraken bij dit scharniermoment. Net zo goed kunnen leraren deze doelen afstemmen op de behoeften van het kind. 

  • Welke doelen worden opgenomen in de kleuterklas?
  • Welke doelen in het eerste leerjaar?
  • Welke doelen nemen we samen op?
  • Hoe doen we dat precies zodat er een goede afstemming ontstaat? 
  • Wat heeft een kind in deze fase nodig om tot verder leren te komen?

Publicatie

Cover leerlokaalverzamelmap
nieuw

Leer Lokaal Verzamelmap

Leerplan