08/12/2025

Een scholengemeenschap kan directies echt ontzorgen’

In een goed draaiende scholengemeenschap nemen schepenen en directies samen onderbouwde beslissingen voor alle scholen en hun leerlingen. De directies werken samen materialen en visieteksten uit waar iedereen gebruik van maakt. Hoe doen ze dat in Scholen aan de Nete en Goezo?

Directieteam Scholen aan de Nete
In het directiecomité van Scholen aan de Nete komen de directies van de deelnemende basisscholen elke maand samen over beleids- en pedagogische thema’s.

Ingrid Vleugels is coördinerend directeur van Scholen aan de Nete en ze stuurt scholengemeenschap Goezo aan. Ze heeft meer dan 20 jaar ervaring in samenwerken over gemeentegrenzen heen. In de basisschool van Hulshout is ze ook nog halftijds directeur én ze maakt deel uit van het managementteam van Hulshout. Hoe doet ze dat toch allemaal? Dat weet ik zelf niet goed”, lacht ze. Maar ik doe het natuurlijk niet alleen. Ik kan rekenen op beleids- en stafmedewerkers.” 

Scholen aan de Nete bestaat uit vier schoolbesturen (Westerlo, Berlaar, Heist-op-den-Berg en Hulshout) met acht basisscholen, goed voor 2228 leerlingen en 180 personeelsleden. Goezo (Kessel, Nijlen, Grobbendonk, Herenthout en Bouwel) telt nog eens zes basisscholen met 160 personeelsleden en 1308 leerlingen. 

Hoe is de werking georganiseerd?

Mijn job is overkoepelend. Ik stuur de mensen aan en zorg voor de contacten. Het coördineren op zich loopt parallel bij de twee scholengemeenschappen: de agenda’s zijn dezelfde. Ik krijg ondersteuning van een voltijdse stafmedewerker in Scholen aan de Nete en van een halftijdse stafmedewerker en een beleidsondersteuner voor 1036 in Goezo!. De stafmedewerkers focussen op het personeelsbeleid van de deelnemende scholen, de beleidsmedewerker op beleids- en pedagogische thema’s.”

Wat is jullie missie?

Samenwerken maakt de besturen én de scholen sterker. Besturen, directies en schepenen leren van elkaar. Onze visie is gebaseerd op autonomie, samenwerking, expertise en een gedragen personeelsbeleid. We willen ervoor zorgen dat onze scholen voldoende draagkracht hebben en dat ze kennis uitwisselen met elkaar. Elke school behoudt een eigen identiteit, maar heel wat beleidsthema’s pakken we samen aan. Samen nemen we betere en beter onderbouwde beslissingen. We organiseren studiedagen of delen materiaal met elkaar. De grootste meerwaarde zit in het personeelsbeleid. We maken afspraken over de instroom, doorstroom en uitstroom van leerkrachten. We zorgen dat de regelgeving correct wordt toegepast zodat we mensen zo veel mogelijk binnen de scholengemeenschap kunnen inzetten. We hebben een gemeenschappelijk plan voor aanvangsbegeleiding uitgewerkt met verschillende fases. Elke school heeft zelf een aanvangsbegeleider, maar zij werken samen in een netwerk. De stafmedewerkers volgen de hele personeelsadministratie op: wetgeving, aanstellingen, vervangingen … Zo komt er een pak tijd vrij voor de pedagogische taak van de directies en kunnen de administratieve medewerkers zich toeleggen op de leerlingenadministratie en de dagelijkse werking van de school.” 

De school is voor het bestuur de barometer van de lokale samenleving’

Zo’n samenwerking vraagt ongetwijfeld heel wat overleg. Hoe is dat opgebouwd?

Het beheerscomité van alle schepenen en directies komt drie keer per jaar samen. In het begin van de legislatuur leggen we uit wat de opdracht is van de scholengemeenschap en we investeren in elkaar leren kennen. Zo krijgen we een gemoedelijke samenwerking. Samen met de directies bereid ik de beheerscomités voor zodat de schepenen goed op de hoogte zijn. De schepenen hebben veel vertrouwen in de directies en dat is wederzijds.”

Naast het beheerscomité houden jullie ook directiecomités. Welk overleg is er verder nog?

In het directiecomité komen de verschillende directies elke maand samen over beleids- en pedagogische thema’s: nieuwe decreten, leerplannen, resultaten op toetsen (Vlaamse, KOALA, OVSG-toets …). We werken visieteksten uit, bijvoorbeeld over zorgbeleid en ICT. Regelmatig ontwikkelen we praktische documenten of materialen. Daarnaast is er nog overleg tussen de zorgcoördinatoren, tussen de aanvangsbegeleiders en de administratieve medewerkers.”

Wat is voor jou de meerwaarde van een scholengemeenschap?

De meerwaarde van onze scholengemeenschap ligt niet alleen in het bereiken van resultaten of in een positieve samenwerkingscultuur, maar ook in de innovatieve beweging die aanzet tot blijvende groei. Nieuwe noden, nieuwe regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen stimuleren ons om te blijven investeren in samenwerking, in kwaliteit tot in de klas. De gedrevenheid en de overtuiging van al onze partners maakt onze scholengemeenschap tot een succes.”

En om dat concreet uit te werken maken jullie gebruik van de stimuluspunten?

Als je de stimuluspunten voor de scholengemeenschap gebruikt om een coördinerend directeur en stafmedewerker aan te stellen, kun je veel realiseren. De stimumuspunten worden bij ons rechtvaardig verdeeld. De punten ICT, zorg en administratie gaan naar de deelnemende scholen; de restpunten gaan naar de scholen die de grootste nood hebben. Een scholengemeenschap kan schooldirecties echt ontzorgen. Ik volg de regelgeving op en bereid alles voor, zodat de directies dat niet allemaal zelf moeten doen. Nieuwe directies kunnen bij de collega’s terecht en vinden een luisterend oor of advies. De neuzen staan in dezelfde richting. Iedereen brengt eigen expertise binnen, en door dat met elkaar te delen, groeien we allemaal. En af en toe gaan we samen eten om successen te vieren, dat is ook belangrijk!”

Jij werkt nauw samen met de bestuurders. Hoe verloopt dat?

Ik vind het heel belangrijk om loyaal te zijn aan je bestuur. Als gemeentelijk onderwijs staan we dicht bij alle gemeentelijke diensten: de sportdienst, dienst vrije tijd, cultuurdienst, bib … Samenwerking met deze diensten maakt het schoolleven zo veel gemakkelijker en rijker. Aan startende directies raad ik altijd aan: bouw je netwerk uit en werk samen met je lokaal bestuur, dat rendeert voor je werk en voor alle leerlingen. Dat netwerk met alle diensten is zo waardevol en uniek voor het gemeentelijk onderwijs.” 

Samenwerken maakt de besturen én de scholen sterker’

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

De uitdaging is om een stabiele scholengemeenschap te vormen voor de komende zes jaar. In maart 2026 start een nieuwe cyclus. Doordat we altijd met cycli van zes jaar werken, hebben we eigenlijk nooit zekerheid. We zijn afhankelijk van de punten, na zes jaar kan er altijd iets wijzigen en niet alle stafmedewerkers zijn vastbenoemd. Mijn droom is: een stabiele structuur voor een lange periode. Met weinig mensen en weinig middelen kunnen we veel realiseren, maar het is momenteel altijd tijdelijk. Het zou fijn zijn om de structuur en de expertise in onze scholengemeenschap te behouden, verder uit te bouwen en te versterken.” 

Hoe zie je jouw rol als coördinerend directeur?

Je moet een sterke visie hebben op onderwijs en een band opbouwen met je lokaal bestuur. Daar zitten veel kansen in. Bovendien zit ik als directeur van deze school sinds twee jaar in het managementteam van Hulshout en dat maakt zeker een verschil. Voor het eerst heb ik het gevoel dat ik de hele gemeentelijke administratie in de diepte begrijp. Gemeentelijk onderwijs is een kernopdracht van de gemeente. De school is voor het bestuur de barometer van de lokale samenleving. Op onze scholen merken we vaak als eerst tendensen in de gemeente op, denk bv. aan armoede. Vanuit de scholen vertrekken initiatieven die impact hebben. Er zijn zo veel dingen die ooit op school gestart zijn: huisvuil correct sorteren, fluohesjes en een helm dragen, fietsen en stappen bij korte afstanden … Allerlei thema’s die wij aanreiken op school, sijpelen door in de gezinnen en die zie je nu letterlijk op straat. Als je iets plant op school, dan doe je dat voor de hele gemeente. Ten slotte vind ik het belangrijk om de stem van de Kempen te laten horen in Brussel. Ik benut die kans door deel te nemen aan de platformen voor directies en coördinerend directeurs van OVSG.”