14/12/2021

Vlaamse toetsen: benut de expertise die er is

Onder de noemer Vlaamse toetsen’ wil de Vlaamse regering op vier momenten in de schoolloopbaan centrale toetsen organiseren. Deze week vindt over dit thema een hoorzitting plaats. Zonder dat er een decretaal kader is, is een nieuw Steunpunt Centrale Toetsen in onderwijs deze toetsen aan het ontwikkelen. Het gaat om een fundamentele ingreep in ons onderwijs en dat verdient een breed maatschappelijk debat. Met de ervaring die we hebben met de OVSG-toets willen we wijzen op wat écht werkt als het gaat over onderwijskwaliteit.

Rankings leiden niet tot kwaliteit

Centrale toetsen kunnen zicht geven op de vorderingen van leerlingen maar het is belangrijk om helder te krijgen welke soort toets we willen. OVSG staat achter ontwikkelingsgerichte toetsen die leerlingen en scholen ondersteunen in het versterken van hun onderwijskwaliteit. We wensen echter geen resultaatgerichte toetsen waarvan de resultaten openbaar worden gemaakt. Bij resultaatgerichte toetsen wordt de toets een doel op zich en geen middel. Scholen worden dan gestimuleerd om een goed resultaat te behalen en niet om de onderwijsdoelen te bereiken met al hun leerlingen. Ook kan het publiceren van schoolresultaten tot rankings van scholen of benchmarking leiden. Voor leerlingen dreigen dergelijke toetsen een oriënteringsinstrument te worden dat toekomstige studiekeuzes blokkeert. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Bestaande expertise erkennen en benutten

De Vlaamse toetsen die op stapel staan, gaan voorbij aan de expertise die er nu al is. OVSG heeft meer dan 25 jaar ervaring in het ontwikkelen van toetsen voor het zesde leerjaar basisonderwijs. Sinds 2017 zijn deze toetsen wetenschappelijk gescreend en goed bevonden. Een toets op zich volstaat niet om de onderwijskwaliteit te verhogen. We weten dat het échte werk pas begint nadat de resultaten in de diepte zijn geanalyseerd. Daarbij speelt de pedagogische begeleiding een cruciale rol. Uit tal van voorbeelden blijkt dat de combinatie toetsing + analyse + begeleiding effectief leidt tot een betere onderwijskwaliteit. We hebben er alle vertrouwen in dat directies en schoolteams met de resultaten aan de slag kunnen en zo hun onderwijskwaliteit kunnen optillen. Maar daarvoor hebben ze de externe blik en de steun nodig van een pedagogisch begeleider. Op de pedagogische begeleiding wordt echter bespaard. Op dit moment staat één voltijdse pedagogisch begeleider voor de ondersteuning van 612 leerkrachten. Als dat in de toekomst nog vermindert, wordt het moeilijk om duurzaam samen te werken en een schoolnabije werking uit te bouwen. Toetsen zonder voldoende begeleiding zijn een schot voor de boeg van onderwijskwaliteit.

Start met secundair onderwijs

Voor het basisonderwijs bestaat al een set van gevalideerde toetsen en op dit moment worden de eindtermen voor het basisonderwijs vernieuwd. Toch wil men in 2024 toetsen afnemen in het vierde leerjaar en het tweede jaar secundair. De toetsen voor het basisonderwijs zullen dus gebaseerd zijn op eindtermen die binnenkort verouderd zijn. Vergelijken over de jaren heen zal niet mogelijk zijn want je kunt oude eindtermen niet vergelijken met nieuwe. De ontwikkelaars zullen een jaar later van meet af aan opnieuw moeten beginnen. Dat is ronduit weggegooid geld terwijl het onderwijs net moet besparen.

Middelen effectief inzetten

Het project van de centrale toetsen staat niet los van de besparingscontext. Is het nu een prioriteit om te investeren in centrale toetsing terwijl het lerarentekort én corona wegen op het onderwijs? Of zijn er andere en meer effectieve manieren om aan onderwijskwaliteit te werken? Uit Nederland weten we dat de Stichting CITO voor toetsontwikkeling jaarlijks 32 miljoen euro ontvangt. Of centrale toetsen de beste investering zijn in onderwijskwaliteit, verdient in elk geval een breed publiek en parlementair debat. Dat is er tot nu toe niet gekomen, terwijl de investeringen wél al gebeurd zijn.