Een goede schoolverzekering kan helpen om de financieel nadelige gevolgen van een schadegeval op te vangen, maar het is van belang om de mogelijke knelpunten en valkuilen te kennen. Daarom kijk je het best altijd de kleine lettertjes na.
Algemeen kunnen we stellen dat een goede polis een zo ruim mogelijke definitie moet bevatten van wie en wat verzekerd is (dus een lijst met zo veel mogelijk uitbreidingen en een lijst met zo weinig mogelijk uitsluitingen) en uiteraard een voldoende dekking moet bieden.
Binnen de microkosmos die het schoolleven is, kunnen we onder meer volgende risicosituaties onderscheiden:
Of al deze risico’s effectief aanwezig zijn en of ze ook moeten of kunnen worden verzekerd, is afhankelijk van elke afzonderlijke schoolsituatie. Het schoolbestuur maakt het best per onderwijsinstelling een risicoanalyse, na advies van de directeur, preventieadviseur…
Een goede schoolverzekering of schoolpolis via een verzekeringsmaatschappij kan helpen om de financieel nadelige gevolgen van een schadegeval op te vangen.
Een doorsnee schoolpolis bestaat normaal gezien uit de volgende verzekeringen: burgerrechtelijke aansprakelijkheid, lichamelijke ongevallen en rechtsbijstand.
De volgende zaken verdienen zeker extra aandacht als je de schoolpolis en andere verzekeringen onder de loep neemt.
Elk schoolbestuur is decretaal verplicht om voor zijn gesubsidieerde personeelsleden een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af te sluiten (artikel 17bis van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, hierna het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs). Als het schoolbestuur deze verplichting niet nakomt, zal het de kosten ten laste moeten nemen die het personeelslid door het ontbreken van de verzekering zelf zal moeten dragen.
Deze polissen moeten vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden. Bovendien zal het schoolbestuur moeten instaan voor de juridische bijstand als een personeelslid zelf van een derde (niet het schoolbestuur of een van zijn leden) schadevergoeding wenst te bekomen voor fysieke of materiële schade, of de daaruit voortvloeiende morele schade, opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van het ambt. Eventueel kan voor die actieve rechtsbijstand een beroep worden gedaan op de verzekering rechtsbijstand.
De verzekering ‘burgerrechtelijke aansprakelijkheid schoolleven’ (meestal afgekort tot BA schoolleven) dekt de kosten als aan de basis van een ongeval een duidelijke fout of nalatigheid ligt (dus schadegevallen met fout).
Wie is verzekerd?
De BA schoolleven zou in principe moeten gelden voor schoolbestuur, personeelsleden, leerlingen, ouders of voogden (voor zover ze aansprakelijk kunnen worden gesteld tijdens schoolactiviteiten), vrijwilligers… Zoals hoger vermeld is het schoolbestuur decretaal verplicht om voor zijn gesubsidieerde personeelsleden een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid af te sluiten. Daarnaast is het schoolbestuur ook wettelijk verplicht om een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor zijn vrijwilligers af te sluiten. Dit kan dus perfect via de schoolpolis. De lijst van verzekerde personen is het best zo ruim mogelijk omschreven.
Wat is verzekerd?
De polis dekt de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van alle verzekerden voor schade die ze tijdens het schoolleven veroorzaken aan personen en goederen.
Het begrip schoolleven moet dan ook zo ruim mogelijk worden gedefinieerd. In principe omvat het schoolleven alle activiteiten die door het schoolbestuur worden georganiseerd, gecontroleerd of toegelaten. Dit kan eventueel in samenwerking met derden zijn. Een activiteit van de oudervereniging is dus verzekerd als de school zich achter de organisatie schaart.
Volgende zaken vallen bijgevolg onder het begrip schoolleven als ze worden georganiseerd, gecontroleerd of toegelaten door het schoolbestuur:
De leerlingen, personeelsleden en andere aangestelde personen bevinden zich in het schoolleven zolang zij onder het gezag of het toezicht staan (of moesten staan) van de directie, haar plaatsvervanger of vertegenwoordiger. Zowel materiële als lichamelijke schade worden in principe vergoed.
Waar moet je op letten?
Je gaat best na of iedereen waarvan je denkt dat hij is verzekerd (of die je verzekerd wil zien), dit effectief ook is. Worden bijvoorbeeld alle mogelijke bezoekers van schoolevenementen (bv. schoolfeest, wafelenbak, grootouderfeest enz.) wel degelijk gedekt? Waarschijnlijk zullen niet alle bezoekers onder de lijst van verzekerden vallen, zoals bijv. vrienden en kennissen. Als je dit wenst kan je dan een tijdelijke uitbreiding van de dekking vragen.
Daarnaast worden er dikwijls beperkingen (bijv. franchise of vrijstelling) en uitsluitingen opgenomen in de polis. Zo worden opzet en zware fout vaak opgenomen bij de uitsluitingsgronden als de verzekerde persoon ouder is dan zestien jaar. In dit laatste geval is het absoluut noodzakelijk dat de zware fout duidelijk wordt omschreven, anders kan alles hieronder vallen. Voorbeelden van zware fout kunnen zijn: dronkenschap, druggebruik, geweld op personen… Ook misdrijven komen dikwijls in de uitsluitingslijst voor. De lijst met uitsluitingen is bij voorkeur zo kort mogelijk. Vermijd contracten waarin opzettelijke fouten van leerkrachten en ouders sowieso volledig worden uitgesloten.
Een uitsluiting van gevaarlijke of roekeloze daden is evenmin aan te raden want dit holt de polis volledig uit.
Soms wordt de aansprakelijkheid van de school voor toevertrouwde goederen ook uitgesloten. Bijv. een feesttent wordt door een ouder gratis ter beschikking gesteld en blijkt na afloop beschadigd te zijn: als de aansprakelijkheid van de school kan worden aangetoond, zal het schoolbestuur zelf voor de kosten moeten opdraaien.
Zorg er ook voor dat de verzekerde bedragen voor materiële schade niet te laag zijn, en de vrijstellingen of franchises niet te hoog.
Alles wat onder het privé-initiatief valt, wordt niet verzekerd, evenmin als de weg van en naar school. De schoolweg behoort namelijk ook tot het privéleven. Voor privé-initiatieven moet een aparte verzekering worden afgesloten op naam. Een leerkracht die in zijn vrije tijd privélessen geeft, zal bv. zelf een verzekering moeten onderschrijven.
Sommige verzekeraars bieden ook voor ongevallen op de schoolweg facultatief een dekking BA aan, m.a.w. voor het geval een verzekerde persoon door zijn schuld een ongeval met schade zou veroorzaken. Wanneer deze dekking niet wordt geboden, dan geldt de BA van de familiale verzekering van het personeelslid of de leerling zelf. Wanneer er een motorrijtuig bij het ongeval betrokken is, geldt evenwel de verplichte BA Motorrijtuigen.
De schoolpolis kan ook een waarborg voorzien voor foutloze aansprakelijkheid in geval van burenhinder (d.w.z. als er sprake is van excessieve hinder tussen twee naburige erven, artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek) en milieuschade op voorwaarde dat de schade te wijten is aan een plotse en onverwachte gebeurtenis.
Ook de aansprakelijkheid van een leerling-stagiair voor schade toegebracht aan de goederen die hem op de stageplaats worden toevertrouwd, kan worden verzekerd.
De verzekering Lichamelijke Ongevallen schoolleven dekt de kosten als aan de basis van een ongeval geen duidelijke fout ligt (dus schadegevallen zonder fout, in de praktijk het overgrote deel van de schadegevallen). Bijv. een leerling struikelt tijdens de speeltijd plots om onverklaarbare redenen en breekt zijn elleboog. Hier kan niemand een fout worden verweten.
Wie is verzekerd?
De polis Lichamelijke Ongevallen geldt enkel voor leerlingen die tijdens het schoolleven of op de schoolweg een ongeval hebben. Personeelsleden moeten terugvallen op de arbeidsongevallenverzekering.
Wat is verzekerd?
In verband met het schoolleven geldt mutatis mutandis hetzelfde zoals hoger uiteengezet bij het onderdeel burgerrechtelijke aansprakelijkheid.
De schoolweg is de weg van en naar de school (of een andere plaats waar het schoolleven plaatsvindt). Meer specifiek is de schoolweg het normale traject dat de leerling moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats naar de school of de plaats waar de schoolactiviteit plaatsvindt te begeven en omgekeerd. Afwijkingen op het normale traject zijn toegelaten op voorwaarde dat ze verantwoord zijn en te wijten aan overmacht (bijv. een wegomleiding wegens werken). Carpooling (bijv. een ouder brengt kinderen naar verschillende scholen) en het wegbrengen of ophalen van kinderen (bijv. naar of van kinderopvang) worden meestal ook beschouwd als behorend tot de schoolweg.
Volgende zaken komen onder meer in aanmerking voor vergoeding:
Louter materiële schade wordt nooit vergoed (bijv. aan kledij, fiets, auto…).
Wat met onbezoldigde stagiairs?
Onbezoldigde stagiairs zijn leerlingen of studenten die in het kader van een leerprogramma daadwerkelijk arbeid verrichten bij een werkgever. Het schoolbestuur moet verzekerd zijn tegen arbeidsongevallen voor deze categorie.
Waar moet je op letten?
Een goed contract voldoet aan volgende vereisten.
Ondanks de meestal ruime omschrijving van het begrip schoolleven is voorzichtigheid geboden voor gevaarlijke sporten (bijv. alpinisme, diepzeeduiken, luchtsporten, speleologie): deze worden meestal uitgesloten in de verzekering lichamelijke ongevallen voor leerlingen. Dit zijn immers geen courante schoolactiviteiten. Het is dus van belang om de polis goed na te kijken en eventueel een waarborguitbreiding te vragen. Voor bijv. skiklassen en speleologie is zeker een uitbreiding mogelijk, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd, bijv. een extra premie betalen, de nodige preventiemaatregelen nemen…
Daarnaast bevat de polis altijd uitsluitingen zoals opzet en zware fout (de gevallen van zware fout moeten wel specifiek worden opgesomd).
Bovendien bestaat er nog zoiets als ‘fysisch onverzekerbaar gevaar’. Onder andere aanvalssporten (of gevechtssporten) vallen hieronder. Verdedigingssporten zoals bijv. judo zijn dus wel verzekerbaar. Het onderscheid tussen een aanvalssport en een verdedigingssport is echter niet altijd duidelijk. Het verdient dus ook de voorkeur om de aanvalssporten duidelijk te omschrijven.
Polissen die weddenschappen, uitdagingen en gevaarlijke of roekeloze daden uitsluiten, zijn af te raden. Onder weddenschappen en uitdagingen verstaat men handelingen waarbij bewust risico werd genomen.
Het is dus zeker en vast raadzaam om bij onduidelijkheid op voorhand overleg te plegen met de verzekeraar over de al dan niet verzekerbaarheid van bepaalde risico’s.
De verzekering rechtsbijstand voorziet in principe bijstand en dekt de kosten als het in het kader van het schoolleven tot een proces komt om schadevergoeding te krijgen.
Wie is verzekerd?
De polis rechtsbijstand schoolleven geldt in principe voor schoolbestuur, directeur, personeelsleden, leerlingen, ouders.
Zoals hoger vermeld is elk schoolbestuur decretaal verplicht om voor zijn gesubsidieerde personeelsleden een verzekering rechtsbijstand af te sluiten.
Wat is verzekerd?
Meestal komen de volgende zaken in aanmerking:
Het schoolbestuur sluit het best een polis rechtsbijstand af die zowel de passieve als de actieve rechtsbijstand regelt, gelet op de verplichting volgend uit het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs (zie hoger).
Waar moet je op letten?
Het is raadzaam om de rechtsbijstandsverzekering af te sluiten bij een afzonderlijke verzekeraar, die onafhankelijk is t.o.v. de andere verzekeraars waarop het schoolbestuur een beroep doet. Verder moet je rekening houden met een aantal mogelijke uitsluitingen.
Meestal kan de polis rechtsbijstand ook niet worden ingeschakeld in een geschil tussen verzekerden van dezelfde polis, bijv. in een zaak tussen leraars onderling of tussen een leraar en een leerling van dezelfde school. Vorderingen op basis van de arbeidsongevallenwet (voor personeelsleden) komen evenmin in aanmerking. De terugvordering van loutere vermogensschade (d.w.z. schade die niet zinvol kan worden geconcretiseerd) die niet voortvloeit uit schade aan personen of goederen wordt eveneens uitgesloten.
Wil je meer weten over de juiste inhoud van de schoolpolis, informeer dan bij jouw verzekeringsmakelaar of -agent. De polis van de decretaal verplichte verzekering BA en rechtsbijstand voor gesubsidieerde personeelsleden moet in ieder geval vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden. Bezorg daarom alle personeelsleden (bij voorkeur bij aanwerving) een kopie van de schoolpolis.
Als de school een goede polis heeft, dan is het voor personeelsleden weinig zinvol om een bijkomende verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid af te sluiten. Vergeet ook de ouders niet te informeren over de juiste draagwijdte van de schoolverzekering. Dit vermijdt discussie achteraf.
Naast de gebruikelijke schoolpolis zijn er een aantal wettelijk verplichte verzekeringen waar je niet onderuit kan. Hieronder geven we een overzicht.
Naast de gebruikelijke schoolpolis en de wettelijk verplichte verzekeringen zijn er nog andere aanvullende verzekeringen mogelijk in de schoolsfeer. Hieronder geven we een niet-limitatief overzicht.
De personeelsleden van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen en CLB’s die worden betaald via een werkstation (weddentoelage) zijn in beginsel verzekerd via het Ministerie van Onderwijs en Vorming. De aangifte van een ongeval moet dan ook bij de diensten van het Ministerie gebeuren. Strikt genomen is het Ministerie enkel verplicht om het arbeidsongeval te vergoeden, niet om hiervoor een verzekering af te sluiten (artikelen 6 en 7 van de Wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en artikelen 1 en 2 van het K.B. van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden der Rijksbesturen en der andere Rijksdiensten, van sommige leden van het personeel der gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en der gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk).
Een dergelijke verzekering verdient zeker aanbeveling, naar analogie met de lichamelijke ongevallenverzekering voor personeelsleden. Vrijwilligers die slachtoffer worden van een ongeval tijdens één van de activiteiten of op weg van en naar de activiteit voor rekening van de school, kunnen dan aanspraak maken op een vergoeding voor:
Een verzekering voor schade aan schoolgebouwen en hun inboedel door brand, storm (stormschade is een verplichte waarborg in een brandverzekering), water, glasbreuk, aardbeving en overstroming strekt zeker ook tot aanbeveling. Inkomstenderving (voor zover relevant voor onderwijs) of morele schade worden normalerwijze uitgesloten.
Bij deze polis is de schaderaming zeer belangrijk want deze loopt parallel met de initiële raming van de waarde. Meestal zijn ook bijkomende kosten zoals expertise en stuttingswerken gedekt.
Aanverwante verzekeringen zijn:
Als de school een beroepsactiviteit uitoefent met een permanent karakter (bijv. werken voor derden uitvoeren of producten leveren zoals in een kapsalon, restaurant…), kan er een aparte verzekering worden afgesloten die onder meer de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor lichamelijke, materiële of immateriële schade aan derden dekt. In dergelijke gevallen worden deze activiteiten namelijk als een commerciële uitbating beschouwd (bijv. in de schoolkeuken worden middagmalen bereid voor scholen van andere schoolbesturen).
Deze verzekering geldt in beginsel voor alle verplaatsingen die de school voor haar rekening laat uitvoeren door personeelsleden, vrijwilligers of leerlingen, uitgezonderd de weg van en naar het werk (arbeidsweg). In dit geval wordt de eigen schade aan het voertuig van vermelde personen vergoed (bijv. glasbreuk) vanaf een bepaald bedrag.
We helpen je graag verder. Contacteer de juridische dienst voor jouw onderwijsniveau.