Bij CVO Semper in Vilvoorde volgen 13 gemotiveerde cursisten de opleiding KindNed+, een uniek traject dat hen klaarstoomt voor een job als kinderbegeleider en hun Nederlands versterkt. Met ZorgNed+, een gelijkaardige opleiding voor zorgkundigen, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs al tien jaar ervaring. Met succes, want wie afstudeert, vindt snel werk.
De positieve ervaring met ZorgNed+ inspireerde het centrum om deze succesformule ook toe te passen op een ander knelpuntberoep, namelijk kinderbegeleider. Zo ziet in februari 2025 KindNed+ het levenslicht. Onder grote belangstelling, want enkele weken voor ons bezoek zijn minister Hilde Crevits en burgemeester Jo De Ro al eens te gast tijdens de les. Dat toont al direct het belang aan van deze opleiding. Els Tresignie, beleidscoördinator bij CVO Semper, vertelt: “We ontmoeten vaak heel gemotiveerde kandidaten op infosessies. Mensen die graag kinderbegeleider willen worden, maar nog niet voldoen aan het vereiste taalniveau. In het verleden probeerden we hen te overtuigen zich eerst in te schrijven voor een cursus Nederlands. Maar dat zijn algemene taalcursussen, terwijl die mensen gemotiveerd zijn om specifieke kennis en vaardigheden te leren om snel een job te vinden. Dankzij KindNed+ krijgen ze dat vooruitzicht.”
De opleiding KindNed+ combineert praktijkgerichte modules kinderbegeleiding met een intensieve taalcursus. Samen goed voor een voltijds traject van anderhalf jaar. De eerste lichting zal in juni 2026 afstuderen, daarna kan een nieuwe groep aan de opleiding starten. Els Tresignie vertelt: “Sommige cursisten komen naar ons via de VDAB, anderen volgen hier al een cursus Nederlands, nog anderen vinden vanzelf de weg naar onze infosessies. Daar geven we een realistisch beeld van de opleiding en de job achteraf. Niet enkel de leuke zaken, zoals knutselen en spelen met kinderen, maar ook samenwerken met collega’s, gesprekken met ouders, opruimen, … We doen vooraf steeds een goede screening. Tijdens een gesprek peilen we naar hun motivatie, hun niveau Nederlands en hun leercapaciteiten. Het zijn heel leuke klassen om les in te geven. We merken telkens weer dat mensen die voor deze sector kiezen altijd heel sensitieve en empathische personen zijn. Wie aan deze opleiding begint, kiest met hart en ziel voor het beroep. De succesratio van de opleiding ligt dan ook hoog. Soms haakt iemand af, maar vaak is dat door externe factoren zoals een verhuis of een zwangerschap.”
“Taal is belangrijk in elke opleiding, maar voor een kinderbegeleider nog meer. In het eerste semester zetten we dus nog heel sterk in op de taallessen. Hoe verder in de opleiding, hoe minder Nederlands en hoe meer vaklessen. De lessen Nederlands volgen geen handboek, maar zijn gemaakt op maat voor de toekomstige kinderbegeleider. De leerkracht integreert bijvoorbeeld regelmatig voorlezen en kinderliedjes in de lessen. Communiceren met kinderen, ouders en collega’s staat centraal. Door veel te werken met authentiek lesmateriaal groeit het taalvertrouwen van de cursisten in een realistische context”, verduidelijkt Els Tresignie.
De tien jaar ervaring met ZorgNed+ komen ook goed van pas om in te schatten wat de cursisten nodig hebben. Zo zit er ook een module ICT in de opleiding, waarin cursisten heel laagdrempelig leren hoe ze met email of een online communicatieplatform kunnen werken. Daarnaast ligt ook de nadruk op het leren leren. “De opleiding kent geen examens, maar gespreide evaluatie via observatie, opdrachten en tussentijdse testen. Velen hebben nooit geleerd om te studeren, hebben negatieve leerervaringen opgedaan in het verleden of kampen met faalangst. We helpen hen dan ook met het leren studeren en omgaan met stress.”
De vaklessen gaan grotendeels door via werkplekleren. Cursisten leren de kneepjes van het vak rechtstreeks op de werkvloer. De lessen in de klas worden gegeven door vakleerkrachten uit de opleiding Kinderbegeleider. De leerkracht Nederlands ondersteunt deze leerkracht via co-teaching. Zo gaan taal en vakinhoud hand in hand.
Geen overbodige luxe, aldus taalleerkracht Inge Vandersmissen: “Ik ben logopedist en ik werkte vroeger vaak met kinderen met dyslexie en taalstoornissen. Die ervaring is heel nuttig als taalleerkracht, want ik ben het gewoon om alles visueel voor te stellen. Ik kijk na of het taalgebruik in de vaklessen niet te abstract is, want dan haken cursisten af. Niet elke vakleerkracht is het gewoon om aan anderstaligen les te geven, dus dan kan het heel handig zijn als ik af en toe een woord kan verduidelijken.”
Dat laatste is zeker en vast nodig, zo bleek onlangs nog eens toen tijdens de les pedagogisch handelen het woord ‘referentiekader’ passeerde. Ondertussen kan Eleonora Salimova, een cursiste uit Bulgarije, dat feilloos uitleggen. “Op welke manier kan ik deze situatie zien? Door welk raam?”
“Inge is een grote steun voor ons, zowel mentaal als tijdens de lessen,” vertelt Eleonora. “Zelfs als ik woorden uit mijn cursussen, zoals welbevinden of geborgenheid, vertaal naar het Bulgaars, zijn dat nog altijd moeilijke woorden voor mij. De methodes van Inge maken het makkelijker. Door te zingen bijvoorbeeld, kunnen we de woorden beter onthouden.”
Haar hoop voor de toekomst? Daar is Eleonora heel duidelijk over: “Ik wil een job vinden in een kinderdagverblijf. En mijn Nederlands blijven verbeteren. Dit is een mooie kans voor mij om beide te combineren.”
Dit artikel verschijnt in Imago, tijdschrift voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs, december 2025.