De Academie Merksem is de eerste en nog altijd enige Kinderrechtenacademie in Vlaanderen. Dat is niet zomaar een label. Alles hangt hierin samen: het pedagogisch project, de visie op artistiek burgerschap en de manier waarop leerlingen groeien en met elkaar omgaan. “Ik kan het mij niet anders voorstellen”, zegt directeur Luc Borms.
Luc Borms is directeur van de academie muziek, woord, dans van Merksem en Eva Peeters leidt de Beeldacademie. Merksem evolueerde naar een hyperdivers district, waarin kansarmoede groeit. In 2019 ging de directie op zoek naar meer dan het reguliere aanbod van een academie. Ze wilden een uitgesproken visie ontwikkelen op kunst én op de maatschappij. Via Plan België kwamen ze in contact met de Kinderrechtenscholen. “We vroegen ons af: kunnen wij dat ook als academie?”
Het antwoord was ja, maar het traject vroeg tijd. Twee jaar lang werd de academie begeleid door een coach van Plan België. Die legde de academie focuspunten voor: doen jullie al iets met kinder- en mensenrechten? Hoe zit het met inspraak van leerlingen en ouders? Hoe ga je om met evaluatie? Na twee jaar intensief samenwerken, kreeg de academie het label.
Waarin uit zich dat? In bijna alles … Alles wat ze aanpakken, toetsen ze af aan de kinderrechten. Eva geeft als voorbeeld de evaluatie. “De stem van leerlingen moet een rol krijgen in de evaluatie. Het gaat over hùn artistieke proces. Wie kan beter inschatten dan zijzelf welke stappen ze hebben gezet?” De academie werkte al met de vijf rollen van Kunstig Competent: kunstenaar, onderzoeker, vakman, samenspeler en performer. Twee keer per jaar evalueren de leerlingen zichzelf op die vijf rollen aan de hand van kleuren. Hoe meer een kind zich in een bepaalde rol herkent, hoe meer kleur het daaraan geeft. Die zelfevaluatie wordt een kunstwerk op zich. De leerkracht voegt er een eigen reflectie aan toe. Ook jonge kinderen kunnen op die manier hun ontwikkeling benoemen. Bovendien biedt deze evaluatie een gemeenschappelijke taal voor gesprekken met ouders.” Bij volwassenen neemt de zelfevaluatie een andere vorm aan: een gesprek of een geschreven tekst.
Achter die aanpak zit de overtuiging dat iedereen evenwaardig is. De leerkracht is niet de alwetende docent, maar coacht het artistieke proces. Wat wil een leerling leren? Waarin wil die groeien? En hoe kan de leerkracht daarbij ondersteunen?
De evaluatie is maar één voorbeeld. Het aspect kinderrechten zit ook letterlijk ‘in de muren’. Uit een bevraging bleek dat de leerlingen het gebouw zo somber en donker vonden. En kijk: de gangen en lokalen werden fris wit geschilderd.
Die visie vraagt uiteraard iets van de ongeveer tachtig leraren. “Het is niet omdat je Kunstig Competent kent, dat je onze werkwijze kent”, zegt Luc. “We brengen het dan ook meteen ter sprake bij sollicitaties.” Elke leerkracht maakt bij de start van het schooljaar een intentieplan: hoe ziet mijn groep eruit, hoe is de dynamiek, wat verwachten de leerlingen en hoe speel ik daarop in? Ook de vraag hoe kinderrechten in de lessen of via uitstappen aan bod komen, krijgt daarin een plaats.
In het diverse Merksem verwelkomt de academie leerlingen met verschillende thuistalen. Taal kan een drempel zijn, maar de academie ervaart meertaligheid als een enorme verrijking. Nieuwe leerlingen worden meteen meegenomen in de kinderrechten. Samen met de leerkracht formuleren ze afspraken: wat betekent respectvol met elkaar omgaan? Wat vinden we belangrijk? En hoe willen we daar samen aan werken? Op 20 november, de Dag van de Kinderrechten, zet de academie haar deuren open. Ouders worden uitgenodigd en kinderen nemen hen mee op sleeptouw door de lessen. “We bereiken veel anderstalige ouders uit andere culturen. Maar ouderbetrokkenheid blijft een aandachtspunt”, zegt Eva. Sommige ouders weten minder goed wat van hun kind verwacht wordt, bijvoorbeeld voor Muziek. Dan heb je een team nodig met goede voelsprieten. “We vertrekken niet vanuit wat ouders ‘niet doen’, maar vanuit de vraag hoe de academie hen beter kan betrekken.” Zo is er nu het plan om ruimtes in te richten waar leerlingen hun instrument kunnen oefenen. Want als ze klein wonen, of in een slecht geïsoleerd huis, dan lukt dat gewoon niet. De academie gaat dat nu faciliteren. “Ik zie het gebeuren op de eerste schooldag”, vult Luc aan. “Mensen weten soms niet direct waar ze moeten zijn, maar als ze zich gezien en gehoord voelen, komt er een grote glimlach.”
De academie werkt nauw samen met heel wat partners. Het cultureel centrum ligt in hetzelfde gebouw. De bib ligt naast de Beeldacademie. Er lopen heel wat kunstkuurprojecten. De leerlingen van het tweede en derde leerjaar van alle omliggende scholen, en dat zijn er 700, komen twee dagen lang proeven van het deeltijds kunstonderwijs. Met CVO Encora is er een duurzame samenwerking. In ‘Hartelijk atelier’ volgen anderstalige cursisten gedurende een aantal weken beeldlessen. De kunstles wordt tegelijk een taalbad: praten over wat je maakt, uitleggen waarom je iets doet, woorden zoeken, durven spreken. De resultaten verrassen soms ook de leerkrachten NT2. Mensen die in de gewone taallessen nauwelijks spreken, komen tijdens het artistieke proces wél tot spreken. En er worden talenten zichtbaar die eerder verborgen bleven.
Waarom zouden andere academies dit traject aangaan? “Je moet er zelf van overtuigd zijn”, zegt Luc. “Kinderrechten vragen voortdurende aandacht. De sterkte is dat alle elementen samenhangen. Het bepaalt een richting en samenhang. Onderzoeken, kritisch denken, samenwerken, jezelf tonen, luisteren naar anderen en je eigen stem ontwikkelen: het zijn tegelijk artistieke én maatschappelijke vaardigheden. Wij hebben de kinderrechten niet toegevoegd aan onze werking, maar we bekijken alles door de bril van kinder- en mensenrechten. Voor ons allebei als directies is er simpelweg geen andere manier om kunstonderwijs te maken.”