19/06/2026

Grote dromen, lange dagen in Topsportschool

In de Antwerpse Topsportschool kun je een waaier aan sporten volgen: tennis, voetbal, basket, zwemmen, judo en sinds kort ook skateboarden. De 261 leerlingen hebben grote dromen én ze maken lange dagen. Voorbeelden als zwemster Roos Vanotterdijk, tennisser Zizou Bergs of voetballer Matz Sels inspireren de volgende generatie.

Leerlingen Topsportschool
Voor de algemene vakken beginnen, hebben de leerlingen er al een stevige training opzitten. Foto: Sam Coppieters Fotografie

De zeven Vlaamse topsportscholen bieden elk specifieke sporten aan. Antwerpen onderscheidt zich door het brede aanbod: voor zwemmen en tennis kun je alleen hier terecht, voor turnen moet je naar Gent. De school ligt midden in het groen, in een modern en licht gebouw, omringd door tennis- en voetbalvelden. Een campus die de focus op sport uitstraalt. Directeur Heidi Van Rooy vertelt dat de school verschillende finaliteiten aanbiedt: doorstroom, dubbele en arbeidsmarktgerichte finaliteit. In de eerste graad is er ook een B-stroom. 

Hoe komen leerlingen hier terecht? Elke sportfederatie hanteert eigen selectiecriteria en elke leerling moet daaraan voldoen”, legt Heidi uit. De selectieprocedure verschilt per sport. De selectiecommissie kent het topsportstatuut toe; pas dan kunnen leerlingen zich inschrijven. Elk jaar opnieuw moeten ze bewijzen dat ze het aankunnen. Dat brengt stress met zich mee, want wie zijn statuut verliest, moet naar een andere school.” De leerlingen komen uit het hele land; bijna de helft zit op internaat. 

De meeste leerlingen hebben een sportieve ambitie: spelen bij de Giants of deelnemen aan grand slams, doorstromen naar een Amerikaanse universiteit of een contract tekenen bij een topclub. Sommige jonge voetballers krijgen al op hun 16de een profcontract. Tegelijk blijven andere toekomstpaden open. Wie kiest voor hoger onderwijs, wordt vaak kinesist, leerkracht L.O., voedingsdeskundige of dokter. 

Gemotiveerde leerlingen, flexibele leerkrachten 

Leerlingen hebben 12 uur topsport en 20 tot 22 uur algemene vakken. Maar daarbovenop trainen de leerlingen nog in hun clubs of bij de federatie. Elke dag start met een trainingsblok, vanaf half elf volgen de algemene vakken. Vanaf half vier is het opnieuw trainen. Dat zijn lange dagen en je moet heel gemotiveerd zijn om dit te doen.” 

De intensieve sportagenda vraagt flexibiliteit van de leerkrachten. Leerlingen zijn regelmatig afwezig door tornooien, wedstrijden in het buitenland of trainingen bij de A-ploeg. De sport staat centraal. 

Elke topsportleerling genereert meer leerkrachtenuren, wat kleinere klasgroepen mogelijk maakt. Voor het personeel van de algemene vakken ben ik verantwoordelijk,” vertelt Heidi, maar de trainers worden aangesteld en betaald door de federaties. Ze hebben een andere instelling en focussen op de prestaties. Toch ben ik eindverantwoordelijk voor het héle curriculum. Om een hecht team te vormen, houden we geregeld gezamenlijke vormingsmomenten, zoals workshops over de nieuwe minimumdoelen secundair.” 

De school besteedt bewust aandacht aan de brede ontwikkeling van de leerlingen, met workshops over onder meer matchfixing, mediatraining en gezonde voeding. Zo worden jongeren voorbereid op een toekomst in én naast de sport. School, federaties en internaat (of ouders) nemen daarin samen hun verantwoordelijkheid op.