Het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) daagt lokale besturen uit om een breed en kwalitatief uit te bouwen voor kinderen en jongeren, voor en na de schooltijd. Dat vraagt beleidsmatige keuzes, partnerschappen en een duidelijke visie. Verschillende actoren kunnen hieraan meewerken. Eén daarvan is de academie voor deeltijds kunstonderwijs.
Het deeltijds kunstonderwijs biedt een waardevolle vorm van kwaliteitsvolle buitenschoolse activiteiten aan. Dat aanbod is al in veel gemeenten gekend, gewaardeerd en ingeburgerd. Lokale besturen kunnen binnen het BOA-decreet en als regisseur van buitenschoolse activiteiten, het aanbod van hun academies meenemen. Het schoolbestuur kan het aanbod, de plaats en het moment van de lessen afstemmen op de behoeften van de kinderen in de gemeente. Dit aanbod van de academies is een aanvulling bij wat andere aanbieders (sport- en jeugddiensten) organiseren.
Enkele voorwaarden om het aanbod van het deeltijds kunstonderwijs in te zetten als naschoolse activiteit zijn:
Een essentiële voorwaarde om de samenwerking te laten slagen is een gezamenlijke en gedeelde visie tussen het bestuur, de academie en alle partners. Investeren in beleidsvoerend vermogen, coördinatie, een visie op gedeeld gebruik van infrastructuur en dit in een continu proces, is een must.
Een voordeel voor het schoolbestuur is dat de leerkrachten in het deeltijds kunstonderwijs gesubsidieerd zijn. Na een jaar tellen de leerlingen van de BOA-activiteiten mee voor de omkadering van de academie. Of deze omkadering dekkend is, hangt af van enkele parameters zoals de groepsgrootte, die verschilt per domein (muziek, woord, dans of beeld).
Daarnaast moeten ook de randvoorwaarden in orde zijn. Bij voorbeeld:
Om de activiteiten van de academie te kunnen organiseren, is specifieke en toegankelijke infrastructuur nodig. Mogelijk kan dat in de lokalen van het leerplichtonderwijs, of in de buurt van het opvanginitiatief. Als dat niet mogelijk is, moeten leerlingen zich op een veilige manier kunnen verplaatsen naar de academie. Als het bestuur plannen heeft voor nieuwe infrastructuur, is het zinvol om de mogelijkheden van buitenschools gebruik meteen mee te nemen in het ontwerp.
Een bestuur dat de inwoners stimuleert om naar de academie te gaan, vergroot de deelname aan het lokale socio-culturele weefsel. De academie biedt een maatschappelijke meerwaarde voor de lokale gemeenschap. Ze is immers toeleider, partner en katalysator van het socio-culturele leven. Een academieopleiding draagt bij aan de ontwikkeling van brede competenties, zowel artistieke als persoonlijke. Door dit aanbod laagdrempelig of in de nabijheid van kinderen via BOA te organiseren, kunnen doelgroepen aangetrokken worden die tot nu toe nog niet naar de academie komen.