Hoe kan een voetpad ervoor zorgen dat je fijner woont? Met die vraag gingen zesdeklassers aan de slag tijdens de vernieuwde OVSG-toets. De praktische proef daagt leerlingen uit om hun competenties toe te passen in hun eigen leefomgeving én om in dialoog te gaan met het lokaal bestuur.
Tussen 1 en 19 juni leggen dit jaar 25.619 leerlingen uit het zesde leerjaar van 930 basisscholen de OVSG-toets af. De OVSG-toets is al jaren een vaste waarde in het basisonderwijs. Nieuw is de geïntegreerde vaardigheidsproef, waarin leerlingen niet alleen kennis tonen, maar ook onderzoeken, samenwerken en oplossingen bedenken. De proef brengt naast het kennen dus ook het kunnen in beeld. Vaardigheden worden gemeten en geëvalueerd binnen verschillende leergebieden. Dat sluit sterk aan met wat we in het leerplan Leer Lokaal begrijpen onder een goede lespraktijk.
Hoe kan de stoep ervoor zorgen dat we fijner kunnen wonen? Vanuit deze onderzoeksvraag vertrok de vaardigheidsproef Stoeptroopers. Leerlingen werden aangezet om met een frisse blik naar de publieke ruimte te kijken. De proef vertrok vanuit een podcast. Daarna gingen ze zelf op onderzoek via verschillende opdrachten. Ze trokken de straat op en onderzochten hun schoolomgeving. Ze bekeken de staat van de stoep, het groen, de veiligheid en het gebruik van de ruimte. Tijdens hun wandeling merkten ze zowel kansen als knelpunten op: van kapotte tegels en weinig zitplekken tot mooie natuur en ontmoetingsplekken. Ze verzamelden informatie, verwerkten die en vertaalden hun inzichten naar aanbevelingen voor hun lokaal bestuur.
In heel wat besturen ontstond een dialoog tussen de schepenen en de leerlingen die concrete voorstellen uitwerkten. Denk aan meer groen en stoeptuintjes, kunst op de grond, speelelementen zoals een hinkelpad of een verkeersparcours of extra bankjes. Hun ideeën tonen hoe kleine ingrepen een groot verschil kunnen maken voor de leefbaarheid in een buurt.
Met deze aanpak slaat OVSG een brug tussen onderwijs en lokaal beleid. De resultaten van de leerlingen blijven niet in de klas, maar ze worden gedeeld met burgemeesters en schepenen. Zo krijgen lokale besturen een unieke inkijk in hoe jonge inwoners hun gemeente beleven.
Juf Charissa uit Ichtegem was alvast tevreden over de ontmoeting tussen bestuur en leerlingen: “We hielden een interessant gesprek en mochten al onze creatieve ideeën doorsturen. In onze straat staan bijvoorbeeld nog heel wat oude, groene vuilnisbakken, die niet erg opvallen. Mijn leerlingen willen die graag pimpen.”
Walentina Cools, algemeen directeur OVSG: “De oproep is duidelijk: ga in gesprek met deze burgers van de toekomst. Hun ideeën zijn creatief en vaak verrassend haalbaar. Deze proef verbindt kennis met de wereld buiten de schoolmuren en geeft leerlingen een stem in hun eigen leefomgeving. Door samen te werken, bouwen scholen en lokale besturen aan sterke leerervaringen én aan aangenamere buurten.”