OVSG reageert positief op de vastgelegde basisbekwaamheden voor startende leraren in het kleuteronderwijs en het lager onderwijs. Die werden vanochtend aangekondigd op een gezamenlijke persconferentie met minister Zuhal Demir, alle lerarenopleidingen en de onderwijsverstrekkers. Volgens OVSG zorgen deze afspraken voor duidelijkheid. Scholen vragen hier al langer om. Vanaf nu zal elke startende leraar beschikken over een minimale, gedeelde basis aan kennis en vaardigheden.
OVSG waardeert dat deze basisbekwaamheden vertrekken vanuit wetenschappelijk onderzoek en tot stand kwamen in overleg met de onderwijsverstrekkers en lerarenopleiders. Dat versterkt het draagvlak en de legitimiteit. Tegelijk benadrukt OVSG dat deze basisbekwaamheden een noodzakelijke start vormen en niet mogen worden beschouwd als een eindpunt.
Walentina Cools, algemeen directeur: “Dit kader bevestigt dat goed leraarschap rust op een samenspel van vakinhoud, didactiek en pedagogiek. Het is positief dat die aspecten niet afzonderlijk worden benaderd, maar dat ze geïntegreerd worden toegepast in de klaspraktijk.”
OVSG is eveneens tevreden dat er expliciete aandacht is voor een professionele houding en samenwerking. De nadruk op hoge verwachtingen voor elke leerling, reflectie, samenwerking en het gebruik van data en onderzoek sluit nauw aan bij de realiteit van scholen vandaag.
Tegelijk waarschuwt OVSG voor een te enge interpretatie van het begrip ‘startbekwaamheid’. De basisbekwaamheden beschrijven bewust niet het volledige beroepsprofiel van de leraar. Ze mogen niet worden herleid tot een checklist voor lerarenopleidingen of scholen.
“Wie denkt dat een beginnende leraar ‘af’ is bij afstuderen, miskent de complexiteit van het beroep. Startbekwaamheid is het begin van een traject, geen eindpunt,” benadrukt Walentina Cools. De volgende stap is dan ook cruciaal. Het nieuwe kader kan alleen zijn waarde bewijzen als er blijvend wordt ingezet op:
Alleen zo kan dit kader bijdragen aan wat er echt toe doet: sterk onderwijs in elke klas.