Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Visietekst 'Zittenblijven in het basisonderwijs'

donderdag 23 juni 2016

Context

De definitie van ‘zittenblijven’ is, volgens het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2004), een curatieve maatregel die toegepast wordt wanneer een leerling op het einde van het schooljaar onvoldoende beantwoordt aan de vooropgestelde eisen. Een zittenblijver is iemand die in het huidige schooljaar in hetzelfde leerjaar zit als het voorgaande schooljaar. Zittenblijven leidt tot een vertraagde schoolloopbaan.

In Vlaanderen is een besluit tot zittenblijven één van de opties die bij het bepalen van de studievoortgang van een leerling nog vaak voorkomt. Deze praktijk wordt, niettegenstaande de resultaten van wetenschappelijk onderzoek (Bellens & De Fraine, 2012; Driessen, Leest, Mulder, Paas & Verrijt, 2014; Juchtmans et al., 2011; Marzano, 2007) en de mindshift naar meer leerlinggericht onderwijs, nog vaak als een vanzelfsprekend alternatief aanzien voor doorstromen naar een volgend leerjaar en weinig in vraag gesteld. Het vooropgestelde doel van ‘zittenblijven’ is daarbij om leerlingen opnieuw aansluiting te laten vinden bij de norm van de klasgroep.

Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat zittenblijven geen eenduidig goede of slechte praktijk is (Vandecandelaere, Vanlaar, De Fraine & Van Damme, 2014). Heel wat onderzoeken tonen namelijk aan dat zittenblijven op langere termijn niet steeds het beoogde effect heeft. Vaak is er op korte termijn wel een leerwinst vast te stellen, maar die verdwijnt snel. Leerlingen presteren met andere woorden tijdens hun bisjaar beter in vergelijking met hun jongere klasgenoten, maar dit effect verdwijnt in de daaropvolgende leerjaren. Daarbij komt dat zittenblijven vaak nefast is voor de motivatie van leerlingen en de oorzaak vormt van sociaal-emotionele problemen. Al deze factoren leiden ertoe dat leerlingen die zittenblijven meer kans hebben om ongekwalificeerd op de arbeidsmarkt terecht te komen en een minder gunstige sociaal-economische startpositie verwerven.

Zittenblijven blijkt dan wel niet altijd effectief (Juchtmans et al., 2011), maar het eenvoudig afschaffen of verbieden is ook geen zinvolle maatregel. De regelgeving vraagt daarom dat de klassenraad een besluit tot zittenblijven ernstig en zorgvuldig afweegt en goed motiveert.

Omwille van wat wetenschappelijk onderzoek aangeeft en de mindshift naar meer leerlinggericht onderwijs, is het wenselijk om voor iedere leerling die onvoldoende behaalt de optie zittenblijven kritisch te bekijken en na te gaan of er geen andere aanpak is die meer geschikt is. In deze tekst wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de aanpak die de school kan hanteren om met zittenblijven op beleidsniveau om te gaan en de aanpak van de klassenraad om tot besluitvorming over zittenblijven te komen.

Juridisch

Zittenblijven als uitzondering op het principe van het ononderbroken leerproces

Artikel 8 uit het decreet basisonderwijs stelt:
Het gewoon basisonderwijs wordt zodanig georganiseerd dat, op grond van een pedagogisch project, in de school een opvoedings- en leeromgeving gecreëerd wordt waarin de leerlingen een ononderbroken leerproces kunnen doormaken. Die omgeving wordt aangepast aan de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Een school die beslist het ononderbroken leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB. De genomen beslissing wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht, waarbij de school ook aangeeft welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn.
Het gewoon basisonderwijs is in principe verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle leerlingen van bedoelde leeftijdscategorie. Het moet door blijvende aandacht en verbreding van de zorg zoveel mogelijk leerlingen blijvend begeleiden. Het werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het CLB en de ouders en doet, in het bijzonder voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de leerling. De specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.

De beslissing tot zittenblijven voor een leerling is te zien als een onderbreken van het ononderbroken leerproces.

De omzendbrief ‘zittenblijven in het basisonderwijs’ (2014) preciseert dat een school bij een beslissing tot zittenblijven de volgende drie elementen in acht moet nemen:

  • voorafgaand aan de beslissing tot zittenblijven overlegt de school met het CLB;
  • de beslissing wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en ook mondeling aan de ouders toegelicht;
  • de school geeft aan welke bijzondere aandachtspunten er voor het volgende schooljaar zijn. Zo kan gericht rekening gehouden worden met de specifieke sterktes en zwaktes van de betrokken leerling in het jaar van zittenblijven.

Het model schoolreglement OVSG (2014) verduidelijkt wie beslissingsrecht heeft: Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB.

Als verduidelijking naar de andere overgangsmomenten stelt OVSG voor om facultatief op te nemen in het schoolreglement: In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven van de leerling. Een school die beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB. De beslissing wordt aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn.

Advies van OVSG bij het omgaan met deze regelgeving:

OVSG raadt de scholen aan om zorgzaam om te gaan met zittenblijven. Daarom stelt OVSG voor dat scholen zittenblijven onderzoeken op schoolniveau en daarrond afspraken maken. Wanneer voor een leerling toch aan zittenblijven wordt gedacht, reiken we een strategie en ondersteunende materialen aan om te komen tot onderbouwde besluitvorming.

Beleid maken op school rond zittenblijven
In de onderzoeksliteratuur (Bellens & De Fraine, 2012; Driessen et al., 2014; Juchtmans et al., 2011; Juchtmans et al., 2012) wordt een aantal leerlingkenmerken weergegeven die sneller aanleiding geven tot zittenblijven: een lager intelligentieniveau, een zwakkere sociaal-economische thuissituatie, een allochtone herkomst, psychosociale problemen, het mannelijke geslacht en de jongste zijn in de klas.
Wanneer scholen beleid willen maken over zittenblijven is het belangrijk om zicht te krijgen op hoeveel leerlingen hun jaar overdoen in de school, maar ook een beeld te verwerven van welke leerlingen vooral blijven zitten. Dit laatste is noodzakelijk omdat scholen hieruit kunnen leren en zo proactief kunnen handelen om zittenblijven zoveel mogelijk te voorkomen. Scholen maken daarom best een analyse van het profiel van de leerlingen die blijven zitten en zoeken daarbij naar leerlingkenmerken die het zittenblijven kunnen verklaren. Ook de eerdere schoolloopbaan van deze leerlingen bekijken om na te gaan of de leerling eerder al vertraging opliep en in welk jaar dat was, is uiterst zinvol. Naast leerlingkenmerken is het ook noodzakelijk om in de school na te gaan in welke leerjaren leerlingen vooral blijven zitten en of er eventuele klaskenmerken (vb. leerkrachtgedrag, onderwijsleermateriaal) of schoolkenmerken (vb. evaluatiegerichtheid) zijn die zittenblijven kunnen verklaren.
Bij het verder uitwerken van een beleid over zittenblijven kan de school vervolgens in dialoog gaan over volgende onderwerpen:

  • de visie van de school op zittenblijven;
  • maatregelen in de school om zittenblijven te voorkomen;
  • criteria voor zittenblijven;
  • samenwerken en communiceren met ouders en leerlingen over doorstromen of zittenblijven;
  • de verdere aanpak na de beslissing tot doorstromen of zittenblijven.

In bijlage 1 ‘Vragen om tot beleid over zittenblijven te komen’ worden een aantal vragen geformuleerd die scholen kunnen ondersteunen bij het onderzoeken van hun zittenblijvenbeleid.

Komen tot een onderbouwde besluitvorming over doorstromen of zittenblijven voor een individuele leerling
Aan de hand van doelgerichte observaties, taken en toetsen evalueert de leraar systematisch en op verschillende manieren de evolutie van de totale ontwikkeling van iedere leerling. Bij de evaluaties worden kennisgerichte elementen, maar ook vaardigheden, houdingen en attitudes in beeld gebracht. Deze gegevens worden aangevuld met informatie uit gesprekken met de leerling en de ouders, met zelfevaluaties van de leerling enz. De bedoeling van deze brede evaluatie is om een zo volledig mogelijk zicht te krijgen op de positieve kenmerken van iedere leerling en op zijn eventuele onderwijsbehoeften. Op basis daarvan voorziet de leraar (preventieve) maatregelen in fase 0 en 1 van het zorgcontinuüm om problemen bij het leren van leerlingen te voorkomen, leerprestaties te verhogen en tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van een leerling. De zorgcoördinator of een lid van het zorgteam kan hierbij ondersteunen. De leraar reflecteert ook over de eigen aanpak en het onderwijsaanbod in relatie tot de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Indien nodig zullen er acties op klasniveau worden genomen.

De (zorg-)leraar en de zorgcoördinator nemen de sterktes en onderwijsbehoeften van de leerling, de (duur, frequentie en de evaluatie van de) genomen maatregelen, de informatie afgeleid uit de communicatie met de ouders en het kind en informatie over eventuele relevante buitenschoolse hulp op in het leerlingvolgdossier.

Wanneer een leerling ondanks extra ondersteuning en bijkomende maatregelen onvoldoende vooruitgang boekt, maakt de klassenraad de afweging tussen doorstromen met aangepaste ondersteuning of zittenblijven met aangepaste ondersteuning. Bij deze afweging wordt steeds vertrokken vanuit het idee dat de leerling verder zal doorstromen naar het volgende leerjaar. Zittenblijven wordt niet als vanzelfsprekend gezien, maar wel als een uitzondering.

De klassenraad als team maakt de afweging en komt tot een besluit op basis van een weloverwogen visie, een protocol of vastgestelde criteria na een breed en grondig gesprek. Een besluit tot zittenblijven hangt immers niet af van een eenzijdige beslissing van de klasleraar. Daarnaast worden ook ouders en indien mogelijk ook de leerling als gesprekspartner betrokken.

In overleg met het CLB, bespreekt de klassenraad de volgende zaken:
a) Beginsituatie

  • Wat zijn de sterktes van de leerling?
  • Wat zijn de onderwijsbehoeften van de leerling?
  • Waarmee heeft de leerling het moeilijk, gelinkt aan de leerplandoelen?

b) Redenen voor de minder goede prestaties en mogelijk blijvende impact ervan:

  • Is er sprake van faalangst?
  • Is er sprake van demotivatie?
  • Zijn er belemmerende gezondheidsredenen of familiale redenen?

c) (Omgevings-)factoren die tijdens de volgende schooljaren een (minder) gunstig effect kunnen hebben op de leerprestaties:

  • In welke klas(sen) komt deze leerling terecht?
  • Is het profiel van de toekomstige leraren gunstig voor de leerling?
  • Kunnen de ouders mogelijks ondersteuning bieden? Zo ja, welke?

d) Het groeipotentieel van de leerling voor de verschillende ontwikkelingsdomeinen:

  • Wanneer de klassenraad, het CLB en de ouders van mening zijn dat het groeipotentieel eerder beperkt is, zal zittenblijven niet de gewenste oplossing leveren. Zittenblijven wordt pas zinvol wanneer het de oorzaken van de slechte resultaten kan wegnemen. Een jaar dubbelen zal een leerstoornis niet opheffen.
  • Wanneer er vooruitzichten zijn dat het groeipotentieel van het kind nog verder kan vergroot worden, het doorstromen onvoldoende garantie biedt en er signalen zijn dat dubbelen het gewenste effect zal opleveren, komt zittenblijven in beeld.

Na het gesprek wegen de klassenraad en het CLB de voor- en nadelen af om te beslissen of een leerling best kan doorstromen of overzitten. Zij motiveren hun beslissing schriftelijk aan de ouders en lichten deze mondeling aan hen toe.

Voor de indicatie voor zittenblijven zijn geen uniforme criteria uitgeschreven. Scholen denken na over criteria en maken zelf een afweging op basis van de gegevens die ze ter beschikking hebben. Ze gaan hier kritisch mee om. Het kan met andere woorden niet dat de beslissing tot zittenblijven afhangt van één afwijkend resultaat, en zeker niet van een gedrags- of motivatieprobleem.

Wanneer de beslissing wordt genomen om door te stromen of om toch een jaar te dubbelen, staan de klassenraad en het CLB ook stil bij de realisatie van een doelgerichte ondersteuning en planmatige aanpak in het volgende schooljaar. Hiervoor baseren ze zich eerder op de doelen die voorgeschreven worden in de leerplannen of doelenboeken, dan op het onderwijsleerpakket. Er worden leerdoelen geselecteerd op korte en op lange termijn. Doelen met betrekking tot de werkhouding en het sociaal-emotioneel functioneren worden eveneens opgenomen.

Tevens wordt voor de leerling bekeken welke ondersteunende maatregelen genomen worden. Daarbij kunnen de volgende hulpzinnen gebruikt worden:
De leerling heeft…

  • instructie nodig die…
  • opdrachten, materialen of leeractiviteiten nodig die…
  • een leeromgeving nodig die…
  • feedback nodig die…
  • klasgenoten nodig die…
  • een leraar nodig die…
  • ouders nodig die…

Indien uitzonderlijk toch gekozen wordt voor zittenblijven, denkt de klassenraad na over welke leerstof ze de leerling zal aanbieden tijdens het volgende schooljaar. Zittenblijven mag namelijk niet betekenen dat de leerling alle leerstof van het voorgaande jaar op eenzelfde manier en in eenzelfde tempo herhaalt. Een zittenblijver krijgt per definitie aangepaste maatregelen. Zo zal de klasleraar als eerste verantwoordelijke met een gedifferentieerde aanpak inspelen op de onderwijsbehoeften van het kind. In een plan van aanpak beschrijft de school welk onderdeel op welke wijze, wanneer en door wie zal worden gegeven en ondersteund. De concrete leerplandoelen die worden vooropgesteld, de daaraan gekoppelde acties, een tijdspad, de afgesproken ondersteuning en de evaluatie ervan worden erin opgenomen. Tijdens zorgoverlegmomenten of MDO’s wordt dit plan aangepast en bijgestuurd waar nodig. Om deze verdere zorg- en leeraanpak vorm te geven, gaan de leerling en de leraar samen op weg, ondersteund door andere teamleden, ouders en externen. De aanpak van het zorg- en leertraject is namelijk steeds een gedeelde verantwoordelijkheid.

Tot slot wordt in de bespreking over het al dan niet zittenblijven ook gekeken naar de ondersteuningsbehoeften van de leraar. Belangrijk is dat (zorg-)leraren die lesgeven aan een leerling die blijft zitten of aan een leerling waarvan zij menen dat die misschien beter een jaar zou overdoen, steeds blijven handelen vanuit een geloof in de groei van de leerling en steeds opnieuw met die leerling voor elk leerdomein maximale leerprestaties- en winst nastreven. Dit doen zij, rekening houdende met de competenties, talenten en interesses van de leerling. Daarbij kunnen leraren bepaalde ondersteuningsbehoeften ervaren.

Volgende zinnen kunnen helpen om hun ondersteuningsbehoeften in kaart te brengen:

  • Als leraar wil ik bereiken dat…
  • Zelf kan ik …
  • Verder heb ik nog nodig …
    • kennis van …
    • vaardigheden om …
    • materialen waarmee …
    • collega’s, een zorgcoördinator, een directie die …
    • ‘meer handen in de klas’ onder de vorm van …
    • ouders die …
    • ondersteuning van de pedagogische begeleidingsdienst die …
    • een CLB-medewerker die …
    • andere, namelijk …

Om scholen te helpen om tot besluitvorming te komen, wordt een tweede bijlage toegevoegd die een leidraad bevat voor de klassenraad om na overleg met diverse actoren te komen tot een weloverwogen besluit tot doorstromen of zittenblijven. Toelichting om met dit instrument aan de slag te gaan, is terug te vinden in de leidraad. 

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs