Het gloednieuwe gebouw van De Bezige Bijtjes in Westerlo is open en licht. En het team straalt dezelfde openheid uit. “Kennisrijk onderwijs kan niet zonder effectieve didactiek en niet zonder regels en structuur. Die drie hangen echt samen”, stelt directeur Natalie Van de Ven.
Natalie Van de Ven had al kennisgemaakt met EDI (Expliciete Directe Instructie) op een tweedaagse van OVSG. Toen ze met haar team kon instappen in een tweejarig traject Wijze lessen (Thomas More), aarzelde ze geen moment. In augustus 2024 gingen ze van start.
Natalie Van de Ven: “Door de bouwwerken en de verhuizing waren er maar weinig routines overgebleven. Dat gaf conflicten op de speelplaats en daar wilden we iets aan doen. De eerste workshop ging over gedrag en klas- en schoolmanagement. Op basis daarvan maakten we een bundeltje met regels en structuur. Eind augustus hadden we die afspraken klaar, o.a. over de in de rij staan, stilte in de gang, elkaar begroeten, … Er kwam meer leertijd én er waren veel minder conflicten. Het effect, op zes weken tijd, was immens.”
“Vanaf januari gingen we aan de slag met effectieve didactiek. We onderzochten de bouwstenen om zo te komen tot didactiek en goed lesgeven. Dat zorgt ervoor dat kennis beter wordt vastgezet. De eerste stap is voorkennis activeren. Hierbij ga je in op de werking van het geheugen. Elke leerkracht, van de kleuterschool tot het zesde leerjaar, weet nu hoe het geheugen werkt en houdt daar rekening mee.”
De school kiest resoluut voor effectieve didactiek en kennisrijk onderwijs. Iedereen is mee aan boord en iedereen spreekt dezelfde schooltaal. Het veranderingstraject wordt gedragen door sterk teamwerk en professionalisering. De directeur en de zorgcoördinator zetten de visie uit en bewaken de langere termijn. Een kernteam van zes collega’s schoolt zich intensief bij via een online module, schoolbezoeken en stages in andere scholen. Het kernteam komt om de zes weken samen en zet de grote lijnen uit. De expertise die zij hebben, geven ze door aan een leerteam van leerkrachten. In het leerteam wordt gewerkt met EDI-voorbeeldlessen en gefilmde lesjes waarop collega’s feedback kunnen geven. Ook de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken en lichamelijke opvoeding zitten mee in het bad. Er is veel vertrouwen en respect en zo leren leerkrachten van en met elkaar. “Ik vroeg aan alle leerkrachten om minstens tien EDI-lessen uit te werken, en het zijn er veel meer. Ze zijn ermee gestart en niet meer gestopt”, lacht Natalie. En dat ze niet gestopt zijn, heeft alles te maken met de verandering die ze nu al, na een half jaar, ervaren. “Vroeger moesten we soms op vijf verschillende niveaus differentiëren, maar dat is niet haalbaar. Door de effectieve didactiek nemen we alle kinderen mee. Er is veel meer herhaling, we betrekken alle leerlingen bij de les en laten iedereen aan het woord waardoor we net minder moeten differentiëren. We houden de kloof zo dicht mogelijk. Dat werkt zoveel beter.”
Kleuterjuf Eline Peeters van de derde kleuterklas, lid van het kernteam, vertelt hoe zij werkt: “De eerste grote verandering is dat we met rijke thema’s werken: de ruimte, kunst, robots, … Die keren terug in de lagere school. We maken kenniskapstokjes waarnaar de kinderen later kunnen teruggrijpen. De thema’s duren langer, tot zes weken. We koppelen er verschillende subthema’s aan en bouwen een brede woordenschat op. Bij ruimte hadden we het over de planeten en het zonnestelsel, en daarna over de aarde en zorg voor het milieu. We beginnen met een brainstorm, roepen de voorkennis op en vullen het thema zo verder aan. Belangrijk is wel dat ik als leerkracht de regie in handen houd. De brainstorm is er om de voorkennis te activeren, maar ik weet wat ik wil bijbrengen. Dat is het verschil met ervaringsgericht werken. Over elk thema bouwen we een kennismuur op met de leerstof en woordenschat. Zo’n kennismuur fotograferen we en die blijft hangen in de klas zodat de kleuters het altijd kunnen herhalen. De kleuters ervaren dit nog steeds als spelend leren, maar als leerkracht stuur ik. Ik merk dat de kinderen zelf leervragen stellen en zo weer bijleren. We blijven herhalen en zo zet de stof zich beter vast in het langetermijngeheugen. Ook letters en woorden brengen we aan en die blijven we herhalen, herhalen, herhalen …”
En wat met de bedenking dat het wel eens te veel zou kunnen zijn? Juf Eline: “Die kleuters zijn echt sponsjes. Als de interesse er is, vragen ze zélf naar meer! Ik stelde aan mijn kleuters voor om naar de zesde klas te gaan om daar te tonen wat we geleerd hadden over de ruimte. Toen de leerlingen van het zesde zeiden ‘jullie weten er meer van dan wij’, blonken ze van trots.”
Ann Verstappen is zorgcoördinator en beleidsondersteuner en haar stokpaardje is taal. “Samen met de zorgcoördinatoren van onze scholengemeenschap ontwikkelden we vorig schooljaar een woordenlijst voor 2,5 tot 6-jarigen van 13 000 woorden. We gebruikten de lijsten van de communicatieve taaltherapie als basis en werkten daarop voort. De lijst is geen doel, maar een middel. De juffen koppelen elke week woorden aan hun thema en brengen die dan via woordkaartjes aan. Dat is visueel, het lidwoord staat erbij en ze zijn ook ingesproken. Het hele jaar door blijven we de woorden herhalen. Zo werken we expliciet aan woordenschat.”
Natalie Van de Ven en haar team staan te popelen om met de nieuwe minimumdoelen aan de slag te gaan. “Volgend schooljaar willen we de kennisrijke thema’s in alle kleuterklassen introduceren en daarna in de lagere school. De leerresultaten hebben we nog niet kunnen meten, maar we wéten gewoon dat er beterschap is. Ik kijk uit naar de OVSG-toets, de KOALA’s en de Vlaamse toetsen. We volgen het op!”