Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

OVSG gaat niet akkoord met het voorontwerp van onderwijsdecreet OD XXIV

woensdag 18 december 2013

OVSG gaat niet akkoord met het voorontwerp van decreet. Een verzameldecreet is geen middel om onderwijshervormingen met een brede impact te realiseren.

Een aantal maatregelen (bv. splitsing van het leergebied WO in het basisonderwijs) vereist een grondige discussie en onderbouwing, zowel om een maatschappelijk draagvlak te creëren als om de implementatie te faciliteren.

Leerplandoelen basisonderwijs in relatie tot het verwerven van het getuigschrift basisonderwijs

Het decreet basisonderwijs stelt dat ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en eindtermen voor het lager onderwijs minimumdoelen zijn die de overheid wenselijk, respectievelijk noodzakelijk en bereikbaar acht voor die leerlingenpopulatie. In het leerplan zijn de ontwikkelingsdoelen en eindtermen op een herkenbare manier verwerkt.

In het huidig voorstel stelt OVSG vast dat het toekennen van een getuigschrift basisonderwijs in sterke mate gekoppeld wordt aan het individueel bereiken van die leerplandoelen die gerelateerd zijn aan de eindtermen. OVSG stelt in de stedelijke en gemeentelijke scholen de leerplannen centraal om het onderwijsaanbod vorm te geven, rekening houdend met de schoolcontext en de specifieke leerlingenpopulatie. Noch eindtermen, noch leerplandoelen hebben als doel om individuele leerlingen te beoordelen, laat staan te certificeren; i.c. het getuigschrift basisonderwijs uit te reiken.

Het leer- en ontwikkelingsproces van een leerling in het basisonderwijs wordt beoordeeld vanuit een holistische benadering. De kernvraag die een klassenraad zich moet stellen is of een leerling voor de verschillende leergebieden in voldoende mate de doelen beheerst en over het nodige leerpotentieel beschikt om met succes van start te gaan in het secundair onderwijs. Het decreet basisonderwijs stelt trouwens dat: “De klassenraad autonoom oordeelt of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen.” Het is aan de klassenraad om geobjectiveerde criteria te hanteren bij de beoordeling over het al dan niet certificeren van een leerling.

Splitsing leergebied wereldoriëntatie

De overheid wenst terecht meer aandacht voor „wetenschappen en techniek. in het basisonderwijs en wil dit bereiken door het leergebied „wereldoriëntatie. op te splitsen in twee leergebieden, m.n. „wetenschappen en techniek. en „mens en maatschappij..

Door deze maatregel te nemen gaat de overheid voorbij aan specifieke kenmerken van het basisonderwijs en van de leerlingen:

  • De opsplitsing doet onrecht aan de ontwikkeling van het jonge kind. Op jonge leeftijd wordt de realiteit als een geheel benaderd.
  • Leerpsychologisch is het voor deze leeftijdsgroep aangewezen om vanuit de totaliteit van de ervaring/beleving te vertrekken en de leefwereld uit te breiden van „de eigen leefwereld. naar „de bredere wereld. en van de hedendaagse beleving naar het terugkeren in de tijd om historisch tijdsbesef te ontwikkelen. Een dergelijke concentrische benadering van de domeinen „ruimte. en „tijd. en daarbij de thematische keuzebepaling (die de integrale benadering van dit leergebied beklemtoont) vormen mee de essentie van de didactische vertaling van deze doelen voor deze leeftijdsgroep.
  • In het nieuwe concept wordt geen rekening gehouden met eigenheid van de domeinen „ruimte. en tijd..
  • Het opsplitsen van het leergebied heeft impact op zowel het kleuteronderwijs als het buitengewoon onderwijs.
  • Om de problematische overgang tussen het basis- en het secundair onderwijs te versoepelen voor de leerling wordt de integrale benadering van het leergebied wereldoriëntatie vaak als voorbeeld genoemd. Men bekijkt of het in de eerste graad secundair onderwijs geen meerwaarde kan zijn om minder vakken aan te bieden en meer geïntegreerd te gaan werken.

Hoewel we het belang van wetenschappen en techniek in het basisonderwijs erkennen en inzien dat dit een knelpunt is, denken we niet dat een splitsing van het vak wereldoriëntatie tot het gewenste resultaat zal leiden.

OVSG wil wel investeren in meer aandacht en leerplanrealisatie voor bovenvermelde domeinen. Dat doen we overigens al jarenlang, met onder meer de OVSG-praktijktoets „techniek.. Dergelijke initiatieven hebben onmiddellijk effect op de klasvloer. Andere incentives zijn noodzakelijk om een verandering in de praktijk te realiseren. Zo moet er intensief ingezet worden op professionalisering en ondersteuning van de onderwijspraktijk. Het concept van bv. STEM-coaches kan hierbij een meerwaarde vormen.

Het opsplitsen van een leergebied is een juridisch-technische oplossing die geen rekening houdt met de leer- en ontwikkelingspsychologie van het jonge kind. Hier wordt een vernieuwing voorgesteld waarvoor geen draagvlak bestaat in het onderwijsveld en die niet zal resulteren in een onderwijspraktijk waarin wetenschappen en techniek een centrale plaats krijgen.

Nieuwe vestigingsplaats secundair onderwijs

De aanvraagprocedure voor ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt bijgestuurd omdat de timing voor de inspectie te krap bleek en men een beroepsprocedure wenst te installeren. De gekende datum van 1 mei wordt vervangen door 31 maart. Dit betekent dat de scholen hun dossiers een maand vroeger moeten indienen. De nieuwe procedure bevat een mogelijkheid tot beroep tegen een negatief advies door de inspectie en Aangezien de datum waarop een schoolbestuur uiterlijk een antwoord kan verwachten op zijn aanvraag na 1 september valt, vraagt OVSG om deze data te monitoren. Het is immers niet wenselijk dat scholen pas na 1 september weten of ze de nieuwe vestigingsplaats al dan niet in gebruik kunnen nemen.

OVSG gaat niet akkoord met het overgangsscenario dat door de overheid wordt voorzien. De geldigheidsdatum van aanvragen die vorig schooljaar werden goedgekeurd wordt retro-actief beperkt tot één schooljaar. Dit betekent dat scholen die dit schooljaar een nieuwe vestigingsplaats in gebruik namen, hun aanvraag opnieuw moeten indienen. Het dient ons inziens de rechtszekerheid niet dat deze scholen, die reeds onderwijs geven in deze vestigingsplaatsen, niet weten of ze daar vanaf 1 september 2014 nog kunnen blijven.

Herinschakeling na arbeidsongeschiktheid

OVSG vindt het positief dat de overheid de procedure rond herinschakeling na arbeidsongeschiktheid verfijnt. Wij zien echter risico.s in het feit dat een beslissing over herinschakeling die lokaal genomen wordt, gevolgen kan hebben voor alle schoolbesturen in Vlaanderen. De federale regelgeving hierover is geschreven vanuit de optiek werkgever-werknemer. In het onderwijs zijn personeelsleden vaak bij verschillende werkgevers tewerkgesteld en heeft de regelgeving over terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking tot gevolg dat een personeelslid aan een andere werkgever kan worden toegewezen. Niet alle werkgevers binnen het onderwijs beschikken over dezelfde mogelijkheden tot herinschakeling. Het overleg tussen de preventie-adviseur, de arbeidsgeneesheer, het personeelslid en de werkgever is dan ook erg belangrijk. Tijdens dit overleg kunnen zowel de mogelijkheden van het personeelslid als die van de werkgever besproken worden. Door het resultaat van dit overleg in bepaalde gevallen door te trekken naar alle werkgevers in Vlaanderen, wordt geen rekening gehouden met de variëteit tussen werkgevers in het onderwijs,.

Beleidsprioriteiten nascholingsinitiatieven in het decreet betreffende de kwaliteit

Om beleidsprioriteiten te implementeren, kan de overheid nascholingsinitiatieven nemen. In de nieuwe maatregel wenst de overheid ook de doelgroepen vast te leggen.

OVSG begrijpt de redenering om ook aan te geven welke prioritaire doelgroepen in aanmerking komen voor specifieke nascholingen, maar wil ook voldoende ruimte krijgen om in te spelen op de noden van het onderwijsveld. OVSG stelt voor om de specifieke doelgroepen aan te geven, maar de aanbieders van de nascholingen de ruimte te geven om de doelgroepen te verbreden wanneer het onderwijsveld hiernaar vraagt.

Personeel voor- en nabewaking in een Nederlandstalige basisschool GO! in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

OVSG wil benadrukken dat deze maatregel de ongelijkheid tussen de onderwijsnetten versterkt. OVSG begrijpt dat de overheid de rechtszekerheid van personeelsleden wil garanderen, maar wil hierbij aangeven dat de personeelsgroep waarop deze maatregel betrekking heeft, ook noodzakelijk is in het officieel gesubsidieerd onderwijs van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bovendien heeft het College van de VGC kwaliteitseisen gesteld aan deze personeelsleden om kwaliteitsvolle opvang te faciliteren en te subsidiëren. OVSG steunt de VGC in haar beleid en stimuleert de kwaliteitsverhoging van haar opvangpersoneel. Deze maatregel houdt geen rekening met deze kwaliteitseisen. Op deze manier verwerft GO!-personeel een rechtspositie waarvan opvangpersoneel in andere onderwijsnetten geen gebruik kan maken. OVSG vindt dit een objectiveerbaar verschil en bijgevolg in strijd met de gelijke behandeling van de scholen, de personeelsleden en de leerlingen.

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs