Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

OVSG gaat niet akkoord met het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende het zorgkrediet

dinsdag 14 juni 2016

OVSG geeft een protocol van niet-akkoord bij het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De harmonisering van de verloven en de opdracht van de leraar zijn de twee pijlers van het loopbaandebat. OVSG betreurt dat hier enkel is gefocust op de verloven waarbij de onlosmakelijke samenhang met de opdracht van de leraar is losgelaten. Dat is een gemiste kans om de debatten over de loopbaan binnen een groter geheel te kunnen voeren.

OVSG gaat akkoord met …

OVSG kan zich vinden in het principe van de harmonisering van een aantal verlof- en afwezigheidstelsels, en was zelf jarenlang vragende partij. De clustering van de stelsels van verlof voor verminderde prestaties enerzijds en de afwezigheid voor verminderde prestaties met de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden anderzijds komt tegemoet aan deze verzuchting, en betekent een vereenvoudiging van de regelgeving.

Het verlof voor verminderde prestaties komt voldoende tegemoet aan de nood om op het einde van de loopbaan de personeelsleden de mogelijkheid te geven hun opdracht te verminderen. Het verlof voor verminderde prestaties  biedt ook voldoende ruimte om in samenspraak  met het schoolbestuur af te wijken van de vooropgestelde volumes, ingangs- en einddata.

De afwezigheid voor verminderde prestaties is ingeschreven als een gunst en is in de tijd beperkt. Dat schept duidelijkheid.

OVSG gaat niet akkoord met …

Het zorgkrediet wordt in het onderwijs ingevoerd als een absoluut recht voor alle personeelsleden. OVSG aanvaardt het recht tot het opnemen van een voltijds en halftijds zorgkrediet, maar maakt voorbehoud bij een vermindering van een voltijdse opdracht met één vijfde. In de specifieke organisatie van een school en met de huidige opdrachtomschrijving is het niet evident om voor alle ambten en vakken een geschikte vervanger te vinden. De overheid ging niet in op de vraag van OVSG om van het zorgkrediet met één vijfde een geconditioneerd recht te maken.

Het voorliggend ontwerp maakt het nog steeds mogelijk dat personeelsleden soms 20 jaar lang een deel van hun betrekking niet opnemen. Meer dan 10 jaar is dit zelfs mogelijk zonder enig motief. Dat staat niet in verhouding tot de mogelijkheden in andere sectoren. Daarenboven vormt dit net één van de redenen waarom jongere leerkrachten onnodig lang moeten wachten op zekerheid in het ambt.

Het gaat voor OVSG bovendien te ver dat verloven en afwezigheden die in het verleden al zijn opgenomen, niet worden meegerekend voor de totale duur van de verlofstelsels.

OVSG betreurt dat niet is ingegaan op de vraag om een betrekking die jarenlang niet wordt ingenomen, vacant te kunnen verklaren. Zelfs bij een verlof voor het einde van de loopbaan kan de betrekking niet vacant worden verklaard. Zo kunnen schoolbesturen hun schoolorganisatie niet stabiliseren en te weinig perspectief bieden op een duurzame tewerkstelling. Dat rijmt niet met de maatschappelijke aspiraties om de loopbaan voor starters aantrekkelijker te maken.

Er is onvoldoende ingegaan op de vraag om een afwijkende regeling in te schrijven voor leidinggevende functies. Nochtans is de impact op de onderwijsinstelling enorm als bijvoorbeeld de directeur zijn opdracht jarenlang deeltijds onderbreekt.

OVSG gaat helemaal niet akkoord met het feit dat het verlof voor verminderde prestaties met één vijfde is ingeschreven als een recht en dat hieromtrent geen grotere lokale autonomie is gegeven. Door het inschrijven van een recht heeft het schoolbestuur geen beslissingsruimte om in overleg tot een aanvaardbare regeling te komen die verzoenbaar is met zijn opdracht, nl. het organiseren van kwaliteitsvol onderwijs.

Het verlof voor verminderde prestaties is ingeschreven als een geconditioneerd recht en kan dus worden geweigerd als er geen geschikte vervanger wordt gevonden. Maar als de aanvraag is ingediend voor 1 juni en het verlof wordt op 1 september geweigerd omdat er geen vervanger wordt gevonden, dan is het schoolbestuur toch verplicht het verlof toe te staan op 1 januari ook al is er geen vervanger. Voor een verlof dat kan worden opgenomen zonder enig motief is zo’n absoluut recht voor OVSG onaanvaardbaar.

Ten slotte vindt OVSG het geen goede zaak om bovenop de al bestaande thematische loopbaanonderbrekingen en het zorgkrediet, nog bijkomende absolute rechten in te voeren. Die leggen een te zware hypotheek op de organiseerbaarheid en goede werking van de instelling. De optelsom van rechten voor de personeelsleden staat helemaal niet in verhouding tot de impact op de werkvloer.

Conclusie

Het voorliggend ontwerp brengt een vereenvoudiging van de regelgeving met zich mee, maar het focust voor OVSG eenzijdig op de rechten van personeelsleden om jarenlang de opdracht niet op te nemen. Het ontwerp houdt geen rekening met de organiseerbaarheid van de school en de gevolgen voor de leerlingen. 

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs