Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

OVSG gaat gedeeltelijk akkoord met de voorgestelde maatregelen over de rechtspositie van leerlingen in het leerplichtonderwijs en over participatie op school

woensdag 18 december 2013

De overheid tracht via dit decreet een dubbele doelstelling te realiseren: de rechtsbescherming van de leerling in het onderwijs versterken en de participatie op school versoepelen. De rechtsbescherming van de leerling wordt versterkt door enerzijds aanpassingen aan de Vlaamse regelgeving en anderzijds door de thema’s die in de lokale schoolreglementen moeten worden opgenomen uit te breiden.

In het ontwerp springen vooral de maatregelen rond het overdragen van leerlingengegevens tussen scholen en het beroep tegen evaluatiebeslissingen en definitieve uitsluiting in het oog.

Overdracht leerlingengegevens

OVSG vindt het noodzakelijk dat gegevens van leerlingen worden overgedragen om het onderwijsleer- en opvoedingsproces zo optimaal mogelijk te laten verlopen. De voorgestelde regelgeving laat evenwel te veel ruimte toe. Het overdragen van leerlingengegevens bij schoolverandering is een precaire oefening die erin bestaat om ‘nice-to-know’ uit te sluiten en ‘need-to-know’ te faciliteren. De huidige formulering in het voorontwerp van decreet laat veel interpretatieruimte toe en veroorzaakt omwille van de niet-limitatieve overdracht mogelijk onduidelijkheid bij de lerende en/of zijn ouders.

Vooreerst moet verduidelijkt worden welke leerlingengegevens overgemaakt kunnen worden aan een andere school. Deze moeten gestoeld zijn op geobjectiveerde data (bv. toetsresultaten) en gevrijwaard worden van persoonlijke interpretaties van al wie betrokken is bij de leerling (leraren, zorg- en leerlingenbegeleiders).

Ten tweede moeten ouders geresponsabiliseerd worden over het belang van de overdracht van gegevens van hun kind naar een nieuwe school om de leer-, opvoedings- en studiebegeleiding zo optimaal mogelijk voort te zetten in de nieuwe school.

Gezien het ethisch en emancipatorisch belang voor de leerling en zijn ouders en gezien de mogelijke ongewenste impact van de niet-limitatieve overdracht van leerlingengegevens, is het essentieel dat de ouders/leerling uitdrukkelijk hun toestemming geven over de gegevens die over henzelf of over hun kind worden overgedragen. Ten slotte lijkt het ons logisch dat de Privacycommissie over dit onderwerp een advies geeft.

Beroepscommissies

Het beroep tegen evaluatiebeslissingen in het secundair onderwijs wordt herwerkt. De overheid wil een beroepsorgaan creëren dat objectief en onafhankelijk kan oordelen. Daarvoor stelt ze een paritair samengestelde beroepscommissie voor die enerzijds bestaat uit externe leden en anderzijds uit leden die betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing.
OVSG meent dat in een beroepsprocedure naast de procedurele, eerder juridische, aspecten ook inhoudelijke, eerder pedagogische aspecten, moeten worden meegenomen. De overheid trachtte deze beide aspecten in een paritair samengestelde beroepscommissie te verenigen. Toch vinden we dat op deze manier de vooropgestelde onafhankelijkheid en objectiviteit in het gedrang komen. OVSG is van mening dat een volledig onafhankelijke beroepscommissie, waarin geen leden zitten die bij de initiële beslissing betrokken waren, een advies moet kunnen geven over zowel procedurele als inhoudelijke aspecten. Vervolgens behoort het tot de autonomie van de klassenraad, die verantwoordelijk is voor de pedagogische relatie met de leerling, om met dit advies aan de slag te gaan en eventueel de eerder genomen beslissing bij te sturen.

Een gelijkaardige beroepsprocedure wordt voorzien in het kader van het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs. OVSG vindt dit parallellisme met het secundair onderwijs overbodig. In het stedelijk en gemeentelijk basisonderwijs gaat het om een gering aantal beroepsprocedures. Ook vinden we dat de procedure voor het getuigschrift basisonderwijs ten laatste op 1 september afgerond moet zijn zodat leerlingen weten waar ze het volgende schooljaar kunnen starten.

Voor een beroep tegen definitieve uitsluiting kiest de overheid voor eenzelfde paritaire beroepscommissie. Een school gaat over tot definitieve uitsluiting naar aanleiding van een schending van de in het schoolreglement opgenomen leefregels. De pedagogische relatie speelt in dergelijke dossiers in principe niet. OVSG vraagt om dergelijke gevallen van beroep volledig onafhankelijk te laten behandelen en dus niet door een commissie die ook leden telt die bij de oorspronkelijke beslissing betrokken waren.

Schoolreglement secundair onderwijs

De thema’s die verplicht in het schoolreglement moeten worden opgenomen, worden sterk uitgebreid. De overheid wenst dat het schoolreglement het communicatiemiddel bij uitstek wordt tussen de school en de ouders en leerlingen. Daarom wordt onder meer aan schoolbesturen gevraagd om bepaalde Vlaamse regelgeving over te nemen in het schoolreglement. Een schoolreglement is echter geen omzendbrief van alle regelgeving voor ouders en leerlingen. Een schoolreglement is een instrument waarin een schoolbestuur aanvullende regels, bovenop of meer specifiek dan de Vlaamse regelgeving, kan opnemen.
Door de vraag van de overheid om heel wat zaken vrij gedetailleerd in een schoolreglement op te nemen, zal in bepaalde gevallen per studierichting een apart schoolreglement nodig zijn. Dit leidt tot versnippering, meer kans op fouten en bovendien dikkere schoolreglementen. En dat terwijl het de afgelopen jaren de tendens was om de schoolreglementen tot de essentie te beperken om juridisering te vermijden. OVSG denkt dan ook dat het miskennen van de rol van een schoolreglement als aanvullend ten opzichte van Vlaamse en federale regelgeving en het vastleggen van complexe en gedetailleerde beroepsprocedures net tot meer juridisering zullen leiden.

Participatie op school

OVSG steunt de maatregelen die leiden tot een grotere deregulering en het optimaler inspelen op lokale onderwijsbehoeften. Het afschaffen van de verplichte verkiezingen sluit hierbij aan.

Door het vervangen van de (verplichte) adviesbevoegdheid door overlegbevoegdheid en de daarbij horende thema’s moeten alle onderwerpen waarover een beslissing genomen moet worden voor overleg worden voorgelegd. De oplijsting maakt geen onderscheid meer tussen wat essentieel is en wat wenselijk is. Hierdoor wordt het besluitvormingsproces mogelijk vertraagd, zelfs gehypothekeerd. Om een voorbeeld te geven: als ‘interne kwaliteitszorg’ een overlegbevoegdheid is, dan kan je weinig thema’s bedenken die hier niet onder vallen. Of anders gesteld: alles waarover beslist moet worden, valt onder de omschrijving van interne kwaliteitszorg en bijgevolg moet over alles overlegd worden met de schoolraad.

Tot slot heeft OVSG er steeds voor geijverd dat zowel het schoolbestuur als de directeur van de school minstens met raadgevende stem deel uit maken van de schoolraad.

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs