Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Hoorzitting over Integrale jeugdhulp: bijdrage van de clb-centrum netten

woensdag 13 mei 2015

Hoorzitting Commissie Welzijn – Vlaams Parlement – woensdag 13 mei 2015

Geachte parlementsleden

Eerst en vooral willen wij u bedanken voor de uitnodiging. Als vertegenwoordigers van de CLBcentrumnetten vinden wij het belangrijk om u een gemeenschappelijk verhaal te brengen.

Twee jaar geleden stonden wij hier ook met een gemeenschappelijk verhaal en we hebben op dat moment een aantal bezorgdheden geuit over het ontwerp van decreet integrale jeugdhulp. Ook in het advies van de adviesraad integrale jeugdhulp en in het Vlor-advies hebben wij toen onze bijdrage geleverd. Uit ons betoog zal blijken dat een aantal bezorgdheden die we toen naar voor hebben gebracht, vandaag jammer genoeg ook realiteit zijn geworden. Tegelijk willen we een genuanceerd verhaal vertellen. Het is niet allemaal kommer en kwel in het landschap van de integrale jeugdhulpverlening, alhoewel ons betoog vooral gericht is op de knelpunten. We denken tegelijk dat het vandaag niet zinvol is om de zaken te verbloemen. Het is tijd om duidelijk aan te geven waar de knelpunten volgens ons liggen zodat er op tijd kan bijgestuurd worden. Laat het wel duidelijk zijn dat wij ons als CLB’s nog steeds een rol zien opnemen binnen Integrale Jeugdhulp, alleen stoten wij op een aantal hinderpalen die het ons moeilijk maken deze rol ten volle te kunnen opnemen. We zijn dan ook blij dat er een jaar na invoering van het decreet al een eerste evaluatie gebeurt. Deze hoorzitting komt dan ook exact op het goede moment.

Eveneens twee jaar geleden hebben we hier nadrukkelijk de hoop uitgesproken dat er bij de realisatie van het decreet maar één echt belangrijke vraag zou zijn: ‘Hoe komt datgene wat ik doe tegemoet aan de zorgen van jongeren in de jeugdhulp?’

Wij willen hier vandaag mee starten omdat dit vandaag brandend actueel is. We zien in de realisatie van integrale jeugdhulpverlening nog veel te veel een reflex om minuscuul de regeltjes te volgen, waarbij het regeltje soms belangrijker wordt dan de jongere die nood heeft aan hulp en ondersteuning. Die regels geven richting, maar ze mogen hulpverleners er niet van weerhouden om hulp te verlenen aan jongeren die dat nodig hebben. Als we daar niet voor zorgen, dan trappen we in de val van de bureaucratisering en het hokjesdenken: iedereen zijn eigen terrein, duidelijk afgebakend, met eigen procedures en regels. Dit leidt tot terreinafbakening en doorspelen naar elkaar van jongeren met een problematiek. De vraag is hier of de jongeren hier wel beter van worden. Volgens ons niet. Dat was niet de integrale jeugdhulpverlening die we voor ogen hadden. We geven hiermee aan dat er dringend moet bijgestuurd worden.

Maar eerst, wie zijn we als CLB binnen integrale jeugdhulpverlening? We baseren ons hiervoor op de cijfers van het werkjaar 2012-2013, dus voor de opstart van integrale jeugdhulpverlening. Wel, we bereiken op basis van cijfers uit ons elektronisch leerlingendossier binnen de vraaggestuurde werking 371.357 leerlingen of 32,93% van de leerlingenpopulatie. Dit betekent dat het CLB een zorgvraag heeft opgenomen voor 1 leerling op 3. Daarnaast organiseerden we de medische onderzoeken voor 517.024 leerlingen of 45,84% van de leerlingenpopulatie. In totaal kwam het CLB dan ook tussen bij 717.528 leerlingen en bereikten we op jaarbasis 63,62% van alle Vlaamse leerlingen. Specifiek in het kader van de jeugdhulpverlening verwijzen we naar ons domein psychosociaal functioneren, waar 122.903 leerlingen beroep op deden. Dat is meer dan 10% van de totale populatie. Het gaat dan over problemen thuis, mishandeling en verwaarlozing, sociale problemen, interactieproblemen enz. Als laagdrempelige en schoolnabije organisatie vormden we op dat moment al de toegang naar de jeugdhulpverlening.

Wanneer je weet dat het CLB voor 46.525 leerlingen in de loop van dat schooljaar samenwerkte met externe partners, mag het niet verwonderen dat de CLB’s er zelf alle belang bij hebben dat de integrale jeugdhulpverlening goed functioneert. Dat verwijzingen vlot verlopen, dat er geïntervenieerd wordt wanneer nodig en dat er ruimte is om ervoor te zorgen dat problemen die zich stellen opgelost en opgevangen worden.

De opstart van integrale jeugdhulpverlening was voor de centra in die mate belangrijk dat we het cruciaal vonden om de centra en de medewerkers daarin voldoende te ondersteunen. We zijn dan ook blij dat we de kans kregen om eerst in Oost-Vlaanderen en nadien in heel Vlaanderen breed een implementatieproject te kunnen uitvoeren. Dit was ook cruciaal, want de watertjes die de CLBmedewerkers, de directies en de besturen dit jaar dienden te doorzwemmen, waren bijzonder woelig. Eerst was er een discussie over het voortbestaan van de CLB’s, voorlopig beslecht via het uitvoeren van een audit. We verwijzen ook naar de discussie over de hervorming van het secundair onderwijs en gelekte nota’s over de evaluatie van de scholenassociaties. Daarnaast zijn er de besparingen op de CLB’s, 10 % op de werkingsmiddelen en 2% op personeel. En er is ook de opstart van het M-decreet. Voor de CLB’s is dit decreet gestart op 1 januari en op dit moment zorgt dit voor heel veel ongerustheid bij scholen, ouders enz. Ondertussen worden de centra geconfronteerd met de audit, met de uitdagingen rond radicalisering, was er heel wat te doen rond pesten, het realiseren van schoolvervangende trajecten, wordt van ons gevraagd te participeren in de huizen van het kind. We kunnen nog een tijdje doorgaan…

Dit alles om aan te geven dat er heel wat uitdagingen voor de centra zijn en we bij deze dan ook van de gelegenheid gebruik willen maken om alle personeelsleden en directies van onze centra en de mensen die in het project (PICOV) actief waren in de bloemetjes te zetten om in moeilijke omstandigheden de moed niet te verliezen en ambitieus de opdrachten te blijven realiseren.

Zoals gezegd startte op 2 februari 2014, in navolging van het PICOV-project in Oost-Vlaanderen, het project ‘Opstart van de intersectorale toegangspoort voor CLB’. De naam van dit project is ook PICOV, wat staat voor Project Integrale JeugdHulp voor CLB’s Ondersteuning Vlaanderen. Met dit project ondersteunen we de CLB’s bij de implementatie van het nieuwe decreet Integrale Jeugdhulp. Daarvoor werd per provincie een projectmedewerker aangesteld. Zij zijn voor de CLB-sector het aanspreekpunt in verband met de brede instap, de opstart van de toegangspoort en de gemandateerde voorzieningen. Naast het deelnemen aan CLB-eigen overlegstructuren, nemen ze ook actief deel aan intersectorale vergaderingen zoals het projectteam IJH en zijn ze de brugfiguur tussen de toegangspoort en de CLB-sector.

PICOV staat in voor het ondersteunen van de CLB’s bij de implementatie van IJH in Vlaanderen. In de projectovereenkomst werden volgende doelstellingen opgenomen:

  • Het vergroten van de wederzijdse kennis bij de CLB-sector en de partners in de integrale jeugdhulpverlening in het kader van de opstart van de intersectorale toegangspoort en de gemandateerde voorzieningen.
  • De Centra voor Leerlingenbegeleiding ondersteunen in de voorbereidingen naar aanleiding van de opstart van de intersectorale toegangspoort en van de gemandateerde voorzieningen.
  • Het ondersteunen van de Vlaamse CLB-werkgroep gemandateerden in de jeugdhulpverlening.
  • De exploratie en verdere afstemming tussen LARS en de aanmelddocumenten bij de toegangspoort en de gemandateerde voorzieningen en ondersteuning bij de implementatie en gebruik van Insisto.
  • De opmaak van een rapport aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp, op basis van de opgedane ervaringen, over de mogelijke effecten van de werking van de toegangspoort op de werkwijze van de CLB’s.
  • Participatie aan de projectteams in de regio’s.

Ook de samenwerking in de stuurgroep heeft heel wat opstartproblemen helpen oplossen en is dan ook in belangrijke mate verantwoordelijk voor de plaats van het CLB in het huidige landschap.

Het is ook via dit project dat we in staat zijn om de vinger aan de pols te houden en ervoor te zorgen dat we de pijnpunten die er zijn kunnen aankaarten en hopelijk ook oplossen. Het project in zijn huidige vorm loopt eind juni af. Gezien de uitdagingen waar we voor staan, is het cruciaal om dit project in de een of de andere vorm te continueren.

Zoals gezegd is er een risico op bureaucratisering. We hadden gedacht dat dit er zou komen door de toegangspoort, maar deze samenwerking loopt na wat opstartproblemen, vooral omwille van de uitbouw van informaticasystemen, goed. Er is bereidheid om in dialoog tot oplossingen te komen. De gevreesde problemen omwille van de CLB-vakantieregeling, waren er niet.

Wat we vandaag wel vaststellen, is dat er naast de ‘officiële toegangspoort’ verschillende kleine toegangspoortjes ontstaan. Zo zien we dat verschillende voorzieningen die rechtstreeks toegankelijk waren (of geworden zijn), eigen criteria opleggen, eigen specifieke aanmeldingsdocumenten en procedures maken. Er wordt wel eens gezegd dat de pc’s van de CLB’ers vol staan met verschillende verwijs- en aanmeldingsdocumenten voor de verschillende voorzieningen binnen het RTH. Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn.

We hebben erop gewezen dat het realiseren van de vermaatschappelijking van de zorg in de eerste plaats het versterken van de brede instap moet inhouden. We hebben niets aan rechtstreeks toegankelijke hulp die alleen maar op papier rechtstreeks toegankelijk is. Alle voorzieningen die vandaag werken met wachtlijsten en met eigen aanmeldingsdocumenten of onnoemelijk ingewikkelde procedures uitwerken om iemand op te vangen, moeten we beschouwen als niet rechtstreeks toegankelijk. Zo is er een bepaalde organisatie die verwijzers verplicht om bij hen een opleiding te volgen om te kunnen aanmelden. We stellen ons de vraag wat de zin is van het rechtstreeks toegankelijk maken van thuisbegeleiding wanneer er een wachtlijst van meer dan een half jaar is.

We hebben erop gewezen dat er geen trajectbegeleiding voorzien werd in het decreet en we betreuren dit nog steeds. Het resultaat hiervan is dat de trajectbegeleiding terechtkomt bij de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. In dit geval is er geen twijfel waar dit terechtkomt binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp: bij de brede toegang. Bij het CLB. Het kan niet de bedoeling zijn dat de brede toegang verantwoordelijk wordt voor de realisatie van de overbruggingshulp. Op die manier ondergraven we heel het principe van de vermaatschappelijking. CLB’ers zijn constant bezig met het begeleiden van jongeren die meer specifieke ondersteuning nodig hebben, waardoor de kernopdrachten van CLB binnen de leerlingenbegeleiding onder druk komen te staan. We lossen vandaag de problemen op van anderen. Op die manier organiseren we ons niet rond de jongere, maar rond voorzieningen. Een drastische verschuiving van focus is nodig en dit houdt in dat ook de middelen die focus moeten volgen. Zo moeten we niet investeren in projecten die gericht zijn op een specifieke doelgroep wanneer de basisvoorzieningen nog niet kunnen gerealiseerd worden. Zo organiseren we enkel versnippering.

Dit is ook de reden waarom de crisishulp ontploft. We begrijpen dat er nood is aan voldoende crisisopvang, maar crisis mag niet gebruikt worden om de problemen binnen de hulpverlening op te lossen. Wanneer je een jaar moet wachten op een plek is alles een crisis. Tegelijk zien we ook het verschijnsel dat crisisjeugdhulp zelf als een toegangspoort begint te werken om daadwerkelijk gespecialiseerde hulp te krijgen. Het versterken van de crisishulp is op dit moment niets anders dan symptoombestrijding. Waarmee we niet willen zeggen dat het op dat moment niet noodzakelijk was. We geven vooral aan dat er ook aan de oorzaken moet gewerkt worden. Anders blijft het dweilen met de kraan open.

Wat hier eveneens naar voor komt, is de oeverloos complexe structuur van de jeugdhulp. We maken een stroomdiagram. Een leerling komt bij het CLB terecht. Er wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn binnen de school, het gezin en de omgeving om antwoorden te bieden op de hulpnoden en wat het CLB kan toevoegen. Welke de eventuele extra ondersteuningsbehoeften zijn binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Op een bepaald ogenblik, na een grondige analyse, wordt geoordeeld dat zwaardere hulp nodig is. De CLB-medewerker als lid van een erkend MDT maakt een A-document op en stuurt dit door naar de toegangspoort. De toegangspoort beoordeelt het document en geeft opdracht aan de jeugdhulpregisseur om een hulpaanbod toe te wijzen. Dit hulpaanbod wordt aan de contactpersoon-aanmelder, in casu de CLB-medewerker, doorgegeven. Deze laatste neemt contact op met de voorzieningen, waar blijkt dat er geen plaats is voor de jongere wegens geen overeenstemming met het aanbod van de voorziening op dat moment en de problematiek of de leeftijd of de woonplaats, wachtlijsten etc.

De CLB-medewerker vindt dit niet kunnen, want er is toch echt wel een bijzondere nood aan ondersteuning. Hij motiveert de prioriteit aan de hand van een afzonderlijke vragenlijst die aangeeft waarom deze jongere echt wel hulp nodig heeft en geeft dit door aan het IRPC (intersectorale regionale prioriteitencommissie). Deze IRPC’s beoordelen de urgentie van de situatie en indien ze tot het oordeel komen dat de problematiek in vergelijking met de andere dossiers die op dat moment op de agenda staan het meest urgent is, krijgt het dossier het label ‘prior’. Bepaalde voorzieningen hebben vandaag al in hun folder staan dat ze alleen jongeren met een toegangsticket van de toegangspoort en een priorlabel toelaten. Vraagt u zich nog af waarom er door medewerkers veel geklaagd wordt over de bureaucratische mallenmolen waar we in terechtgekomen zijn? Wij alvast niet meer.

Waarom het allemaal zo complex moet zijn, weten wij niet. We stellen wel een aantal dingen vast. Integrale jeugdhulpverlening is het samenbrengen van de wereld van jongerenwelzijn en de wereld van personen met een handicap. Zo dient de toegangspoort de opdrachten van de vroegere PEC’s (provinciale evaluatiecommissies voor het toekennen van het VAPH-nummer) en die van de comités bijzondere jeugdzorg te integreren. Wat we vandaag vaststellen, is dat er constant maneuvers gebeuren om de oude procedures te laten voortbestaan. Hierdoor gelden voor dossiers van jongeren met een vraag naar handicapsspecifieke hulp andere procedures dan voor de andere. Er is op onze vraag afgesproken om de werkingsprocessen van de toegangspoort in de toekomst op een transparante wijze aan te passen. Intussen blijft het moeilijk, zo niet onmogelijk, om dit aan onze leerlingen en CLB-medewerkers uit te leggen.

Aanmelden aan de toegangspoort moet via een MDT gebeuren. De CLB’s hebben zich op verschillende manieren georganiseerd om aan de voorlopige voorwaarden tot financiering en erkenning te kunnen voldoen. Reeds maanden wachten de CLB’s op een besluit waarbij de definitieve erkennings- en financieringsvoorwaarden worden vastgelegd. Op dit ogenblik is er onvoldoende financiering om de werklast van de medewerkers te compenseren. Verschillende CLB’s twijfelen dan ook of zij een nieuwe erkenning zullen aanvragen als de nieuwe voorwaarden onvoldoende tegemoet komen aan hun verwachtingen.

Veruit het grootste probleem stelt zich vandaag met het OCJ. Wanneer we de hoorzitting van twee jaar geleden nog eens doornemen, is duidelijk dat de opstart van de OCJ’s niet van een leien dakje is verlopen. Vandaag stellen we vast dat de samenwerking met de OCJ’s op het terrein moeilijk loopt. CLB’ers hebben de indruk dat ze zich vooral moeten verantwoorden wanneer ze een verontrustende situatie melden. Daarnaast is het interveniërende case management, zo ervaren de CLB’s dat alvast, zo goed als onbestaande. Uit het jaarverslag van Jongerenwelzijn, dat vorige week werd gepubliceerd, blijkt dat de CLB’s de grootste aanmelder zijn bij het OCJ van alle partners binnen de jeugdhulp. Dit geeft ons, naar onze mening, toch enig recht van spreken.

Er zijn vandaag twee gemandateerde voorzieningen. De VK’s en de OCJ’s. We vernemen dat de VK’s vandaag massaal veel aanvragen krijgen. We stellen vast dat de samenwerking en het vertrouwen van de CLB’s in de VK’s goed is. We vragen ons af of het niet mogelijk is om één goed werkende gemandateerde voorziening te creëren.

Wanneer we bekijken waar de personeelsleden van de OCJ’s vandaan komen, dan stellen we vast dat dit de vroegere consulenten van de comités bijzondere jeugdzorg zijn. Vandaag zijn politie en justitie er blijkbaar van overtuigd dat hun opdrachten overgenomen zijn door het CLB. Dit is uiteraard niet het geval. Toch stellen we vast dat de OCJ’s weinig inspanningen leveren om hierover duidelijkheid te verschaffen. Vanuit CLB vinden we het belangrijk om goede contacten met justitie te onderhouden, maar er is ook een duidelijk onderscheid tussen justitie en hulpverlening nodig. Het beroepsgeheim en de garantie voor jongeren om in vertrouwen naar een hulpverlener te stappen vinden we cruciaal. Voor de jongere, maar ook als maatschappelijk ventiel om tijdig te kunnen interveniëren bij problematisch gedrag. Dit wordt goed geregeld door artikel 75 van het decreet integrale jeugdhulp, waar een duidelijke opdracht aan de gemandateerde voorzieningen gegeven wordt om beide belangen met elkaar te verzoenen en tot een goede afstemming te komen. De vraag om artikel 75 uit te breiden naar andere partners binnen de integrale jeugdhulpverlening mag voor ons dan ook niet gebruikt worden om de verantwoordelijkheid voor deze opdracht af te schuiven. Het is van belang erop te wijzen dat er vandaag al heel wat mogelijkheden voorzien zijn in de regelgeving om het beroepsgeheim te doorbreken in het belang van de jongere. Bijvoorbeeld bij verontrusting, wanneer er een vermoeden is van maatschappelijk noodzakelijke hulp.

Er zijn vandaag oefeningen bezig om een aantal zaken binnen de integrale jeugdhulp te remediëren. Vanuit de CLB-sector stellen wij voor om naast remediëren ook het woord vereenvoudigen toe te voegen en het belang van de jongere naar voor te schuiven. Hierbij is betrokkenheid van de verschillende actoren belangrijk, maar er zijn verschillende manieren om mensen de indruk te geven dat er betrokkenheid is. Zo kan je heel weinig overleg organiseren, maar je kan ook heel veel overleg organiseren. Binnen integrale is vandaag minder nog altijd veel te veel. Het is niet de betrokkenheid die in de focus moet staan, maar de jongere die recht heeft op ondersteuning en de vraag hoe we die ondersteuning dan best organiseren.

We raden aan om het evaluatierapport van de efficiëntie en effectiviteit van de implementatie van het decreet betreffende Integrale Jeugdhulp van 2011 nog eens ter hand te nemen. Er staan belangrijke aanbevelingen in die de laatste jaren het noodzakelijke werk voor onze jongeren in de goede richting hebben helpen evolueren. We merken de laatste maanden dat oude gewoontes opnieuw de kop opsteken. Gewoontes die dramatisch zouden kunnen zijn voor de verdere realisatie van het decreet. We willen ook afsluiten met een citaat uit het evaluatierapport van 2011 over het vorige decreet IJH: ‘Één belangrijke speler lijkt na de invoering van het decreet te ver naar de achtergrond getreden te zijn, namelijk de politiek. IJH omvat belangrijke beleidskeuzes en vergt dus per definitie voldoende politieke betrokkenheid.’ De hoorzitting vandaag toont aan dat de fouten van het verleden niet opnieuw gemaakt worden. We zijn daar blij mee. Laat ons vooral werk maken van een integrale jeugdhulp die zich organiseert rond de jongere en tegemoet komt aan zijn of haar noden. We pleiten hier nadrukkelijk niet om de klok terug te draaien naar de situatie van voor het decreet, maar wel om de koe bij de horens te vatten en verder vorm te geven aan de principes van het decreet waar we ook vandaag blijven achter staan.

Wij danken u voor uw aandacht.

De centra voor leerlingenbegeleiding

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs