Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Heterogene scholen in heterogene buurten

donderdag 6 december 2018

De Vlaamse regering bereikte een politiek akkoord over een nieuw kader voor het inschrijvingsrecht. In hoorzittingen in het Vlaams parlement worden de troeven en de knelpunten ervan besproken. Toch is het de vraag of en hoe een centraal opgelegde regeling de oplossing is voor concrete problemen. Zal dit systeem voldoende capaciteit op de schoolbanken garanderen? En zal het de sociale mix in onze scholen verbeteren?

Besturen, scholen en ouders wensen een inschrijvingssysteem dat duidelijk is en transparant. Een systeem dat geen nodeloze onrust teweegbrengt over zoiets essentieels als naar de school van je keuze kunnen gaan. Nagelbijtende ouders, gestreste kinderen, gefrustreerde directeurs, dat is niet wat we in Vlaanderen willen. Van wachtrijen, of die zich nu op de stoep manifesteren of virtueel, moeten we dan ook af. Wachtrijen doen aan schaarste denken en dat is helaas in de onderwijssector net zo goed het geval. Aan de basis ligt immers een tekort, een tekort aan schoolinfrastructuur. Want op welke manier we leerlingen ook inschrijven en hoe transparant en duidelijk het kader ook is, als er geen plaats genoeg is, is er geen plaats genoeg. Scholen zijn geen accordeons, je kunt ze niet uitrekken tot ze groot genoeg zijn om alle kinderen die zich aanmelden op te vangen. Om die reden blijven wij erop hameren dat de parameters om onze schoolinfrastructuur te financieren, verouderd zijn en dringend moeten worden bijgestuurd. Op dit moment tellen we ruim 76 000 leerlingen meer dan in 1990 toen deze parameters werden vastgelegd. Het gevolg is en blijft – ondanks de recente investeringen – dat er te weinig middelen zijn om scholen uit te breiden, te renoveren of te bouwen. Alleen een voortgezette, structurele investering in infrastructuur kan hiervoor een oplossing bieden.

Een tweede doel dat het inschrijvingskader wil bereiken, is een sociale mix op de schoolbanken, een spiegel van de hedendaagse maatschappij. Hierbij is het de vraag of een centraal opgelegde regeling soelaas kan brengen. We vertrekken van het adagium ‘de school in de buurt, van de buurt en voor de buurt’. Ouders sturen hun kinderen immers, zeker in het basisonderwijs, bij voorkeur naar de dichtstbijzijnde school. Als we naar Vlaanderen, Brussel of binnen grotere steden gaan kijken, zien we heel verschillende contexten. Op sommige plaatsen is er geen probleem; de lokale school vormt er een afspiegeling van de buurt. Andere scholen bevinden zich in wijken waar lage sociale-economische kenmerken de bovenhand hebben. De schoolpopulatie wijzigen is hier quasi onmogelijk en kan slechts op lange termijn. Deze scholen verdienen het om extra ondersteuning te krijgen zodat ze onderwijs kunnen bieden van hoge kwaliteit dat hun soms kwetsbare leerlingen optimale kansen biedt. Ten slotte zijn er de gemengde buurten waar een ‘zwarte’ school het moet afleggen tegen een populaire ‘witte’ school terwijl ze allebei kwaliteitsvol onderwijs bieden. In dit geval moeten we kunnen ingrijpen, bv. via sensibiliseringsacties zoals ‘witte vlucht, zwarte magie’. En als dat niet lukt, moeten we durven ingrijpen.

Wat we hierboven beschrijven, bewijst dat er geen alomvattend recept kan zijn. De context verschilt en binnen grotere steden verschilt die zelfs van wijk tot wijk. Antwerpen-Noord is een ander verhaal dan Deurne-Zuid, Sint-Jans-Molenbeek heeft een andere populatie dan Sint-Pieters-Woluwe. Precies daarom is het belangrijk om het lokale bestuur de sleutels in handen te geven om op basis van een omgevingsanalyse buurtgericht te werken. Door een correcte omgevingsanalyse te maken op buurtniveau, is het mogelijk de schoolpopulatie van de onderwijsinstellingen in de buurt te vergelijken en vervolgens acties te ondernemen om deze scholen een afspiegeling te laten zijn van hun buurt.

We moeten niet blijven zoeken naar een generiek medicijn, we kunnen het beter gericht toedienen. Het lokale bestuur kan een integraal, lokaal beleid voeren met aandacht voor wonen, ruimtelijke ordening, werken en onderwijs. Zo kan het de leefbaarheid van een gemeente of buurt fundamenteel beïnvloeden en verbeteren. En dat heeft op zijn beurt gevolgen voor de school.

Wat lokale besturen nodig hebben, is een centraal wettelijk kader én de mogelijkheid om dit op maat toe te passen. Om gericht te werken aan kwaliteitsvolle scholen in aantrekkelijke buurten.

 

Patriek Delbaere, algemeen directeur OVSG

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs