Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Het masterplan voor het secundair onderwijs

dinsdag 14 januari 2014

Eind oktober bracht de raad secundair onderwijs van de Vlor advies uit over het masterplan voor het secundair onderwijs. De bedenkingen van OVSG zijn grotendeels opgenomen in dit advies. Het masterplan is overigens geruisloos veranderd in een plan voor het hele leerplichtonderwijs. Ook bij een aantal ingrepen op het basisonderwijs hebben we bedenkingen.

OVSG nam deel aan het overleg in de Vlor en bracht die elementen in die voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs belangrijk zijn. We baseerden ons hiervoor op de besprekingen met onze bestuursleden, op de respons van directies via een enquête (september 2013) en op de reacties en vragen van directeurs en schoolbesturen op verschillende overlegplatformen. Een aantal uitgangspunten zijn voor OVSG essentieel. Zo vinden we dat de gesprekken eerst over de inhoud moeten gaan en vervolgens over de structuren. Ook zijn de voorgestelde ingrepen in het basisonderwijs zo verregaand dat ze indruisen tegen de principes en de kracht ervan en dat kan niet de bedoeling zijn. Ten slotte is nog heel veel onduidelijk. Wat zal de hervorming kosten? Wat zijn de gevolgen voor het personeel? Hoe moet het met de infrastructuur? Zonder deze feitelijke gevolgen te kennen, is het onmogelijk de impact van de hervorming in te schatten. 

Hervorming wenselijk? Ja 

Is een hervorming van het secundair onderwijs wenselijk? Daar antwoordt OVSG volmondig ‚Äėja‚Äô op. Er¬†
zijn verschillende signalen die we niet mogen veronachtzamen: de hi√ęrarchie in maatschappelijke appreciatie voor de verschillende onderwijsvormen, de ongekwalificeerde uitstroom, de moeilijke overgangen, zowel van basis naar secundair als van secundair naar hoger onderwijs of naar de arbeidsmarkt, de noodzaak om ons onderwijs meer competentiegericht te maken ‚Ķ¬†

Hervormingsplannen haalbaar? Ja, maar … 

Op heel wat punten heeft OVSG bedenkingen en vragen. Die werden grotendeels mee opgenomen in het advies van de Vlaamse Onderwijsraad. 

Gevolgen voor basisonderwijs 

We zijn het eens met het doel, nl. de overgang van basis-naar secundair onderwijs versoepelen, maar niet met alle voorstellen van het masterplan. Wetenschappen en techniek moeten in het basisonderwijs ¬†inderdaad versterkt worden, maar de integratie ervan in het leergebied wereldori√ęntatie moet behouden blijven. Dat sluit niet uit dat op bepaalde momenten specifiek op wetenschappen of techniek kan worden ingezoomd. Directies zien dat realiseerbaar door de aanwezige competenties in het schoolteam te benutten en door te investeren in professionalisering van de leraren. Van het meer en meer werken met vakleerkrachten zijn we geen voorstander. In onze enqu√™te antwoordden bijna alle directeurs √©n schoolbesturen dat de onderwijzer de centrale figuur moet blijven in het basisonderwijs.¬†

Om de overstap van het basis-naar het secundair onderwijs  vlot te laten verlopen, is een afstemming van de vakkenstructuur van het secundair onderwijs op de leergebieden en domeinen van het basisonderwijs wenselijk. Consecutieve opbouw is daarbij een belangrijk principe. 

De herwaardering van het getuigschrift basisonderwijs als toegangsticket tot de A-stroom van het secundair onderwijs is positief. Om een vlotte overgang van basis-naar secundair onderwijs te ondersteunen is een brede evaluatie -waarbij alle leergebieden en leergebiedoverschrijdende domeinen aan bod komen -noodzakelijk. Gevalideerde toetsen zijn slechts één van de instrumenten om na te gaan of de leerlingen in voldoende mate de eindtermen en leerplandoelen bereiken. De meeste scholen koppelen een algemene beoordeling van de schoolloopbaan en van alle leergebieden aan de toetsresultaten. 

Brede eerste graad 

Een meerderheid van directies en schoolbesturen denkt dat een brede eerste graad kan bijdragen tot een betere ori√ęntering van leerlingen. De ori√ęnterende functie van de eerste graad zal bepaald worden door de inhoudelijke invulling van de basisvorming en de daaraan gekoppelde differentiatiepakketten. Een brede eerste graad moet leerlingen de kans geven om te proeven van hun verschillende interesses, hun talenten te ontdekken en zo een positieve keuze te maken. ¬†

De matrix 

De voorgestelde indeling van studierichtingen in de tweede en derde graad berust op vijf domeinen (kunst en creatie, wetenschap en techniek, economie en organisatie, taal en cultuur, we lzijn en maatschappij) en drie vormen van finaliteit van de studierichting: gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs, gericht op de arbeidsmarkt of gericht op de beide. Deze matrix zal de basis vormen om het studieaanbod te herbekijken en het aantal studierichtingen te beperken. Dat het aantal studierichtingen gereduceerd moet worden en dat het studieaanbod herbekeken moet worden, daarover is iedereen het eens. Dat een betere doorstroming naar zowel de arbeidsmarkt als het hoger onderwijs georganiseerd moet worden, is ook evident. 

Competenties 

De huidige eindtermen worden geleidelijk vervangen door competentiegerichte eindtermen (kennis, vaardigheden en attitudes). De vertaling van deze competentiegerichte eindtermen naar leerplandoelen valt onder de pedagogische vrijheid. De Europese sleutelcompetenties vormen een goede basis. 

Werkplekleren 

OVSG vindt dat elke vorm van werkplekleren een meerwaarde biedt voor arbeidsmarktgerichte opleidingen. Om deze studierichtingen ten volle te waarderen, is het nodig dat alle beroepssectoren duurzaam investeren in werkplekleren. Zij moeten de plaatsen hiervoor kunnen aanbieden, ongeacht de economische conjunctuur. Stages en werkplekleren kunnen een verplicht deel van de opleiding zijn of ze kunnen bedoeld zijn om een bepaalde competentie te verwerven.

 

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs