Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Basisonderwijs in uw gemeentebudget: een juiste inschatting

maandag 4 november 2013

Het zijn budgettair moeilijke tijden en voor vele gemeentebesturen is het besparen geblazen. Het is dan ook logisch dat bij de opmaak van het meerjarenplan alle bevoegdheidsdomeinen de revue passeren. Onderwijs vormt daarop geen uitzondering. Heel wat gemeenten gaan met de fijne kam door hun onderwijsuitgaven.

Het onderwijsluik van uw budget is echter een geval apart. Ten eerste zijn er de subsidies van de Vlaamse overheid. Voor geen enkele gemeentelijke opdracht krijgt u zoveel middelen van de hogere overheid.

Ten tweede zitten tussen de onderwijskosten traditioneel heel wat uitgaven die helemaal niets met de werking van de school te maken hebben. Dit komt voornamelijk omdat de gemeentelijke schoolgebouwen ter beschikking staan van de lokale gemeenschap: sporten, quizzen, vergaderen, bloed doneren, verkiezingen, … het gebeurt allemaal in de gemeenteschool. Dat brengt uiteraard kosten met zich mee, maar er is bijna geen enkele gemeentebegroting te vinden waarin deze kosten worden uitgesplitst.

Tot slot bevat uw onderwijsbegroting niet alleen uw inkomsten en uitgaven als schoolbestuur van het gemeentelijk onderwijs.
Als gemeente bent u ook regisseur in het flankerend onderwijsbeleid voor alle onderwijsinstellingen op uw grondgebied. De uitgaven die u daarvoor maakt, gaan gemiddeld voor 75% naar de leerlingen van het vrije net of het gemeenschapsonderwijs. Maar zelfs de middelen die wel naar uw eigen scholen gaan, houden geen enkel verband met uw taak als inrichter en kunnen dus niet zomaar op het conto van uw gemeenteschool geschreven worden.

Wat kost het inrichten van gemeentelijk onderwijs nu echt? We proberen hieronder duidelijkheid te geven.

A. De gemeente als schoolbestuur

Personeel

1. Gesubsidieerd personeel

Het overgrote deel van de personeelsleden van de school behoort tot het gesubsidieerd personeel. Dat zijn:

  • de directeur
  • de personeelsleden die aangesteld zijn op basis van het lestijdenpakket
  • de personeelsleden die aangesteld zijn op basis van een puntenenveloppe.

Deze personeelsleden kosten de gemeente niets. De Vlaamse regering draagt de volledige loonkost (incl. kindergeld e.d.), pensioenlasten, … Het ministerie zorgt ook kosteloos voor het sociaal secretariaat. Het ministerie stort het salaris zelfs rechtstreeks op de rekening van het personeelslid. Deze bedragen verschijnen dus enkel pro forma in de gemeentebegroting.

Per voltijds personeelslid krijgt u een budget voor navorming (€ 78,20). Bovendien zijn er nog nascholingsmiddelen die de Vlaamse Gemeenschap via de koepel ter beschikking stelt (vb. voor directeurs) en die u in uw begroting bijgevolg niet te zien krijgt. En uiteraard kan uw gesubsidieerd personeel net als iedereen gebruik maken van opleidingscheques.

Tot slot kan u als schoolbestuur zelfs de fietsvergoeding of tussenkomst in de kosten van het openbaar vervoer bij de Vlaamse Gemeenschap terugvorderen.

Deze subsidiëring geldt niet alleen voor de titularissen. Ook hun vervangers worden volledig gesubsidieerd.

2. Tivoli-uren

Soms is het interessant om bovenop het gesubsidieerde pakket nog extra personeel aan te stellen, bv. om de opdracht van een personeelslid aan te vullen tot een halftijdse of voltijdse opdracht.

Deze aanvulling kan in zogenaamde Tivoli-uren. De loonkost van die uren komt dan ten laste van het werkingsbudget1 dat de school van het ministerie krijgt.

Deze personeelsleden kosten evenmin iets aan de gemeente.

3. Niet-gesubsidieerd personeel

Poetspersoneel en technisch personeel worden niet rechtstreeks gesubsidieerd en zouden dus ten laste van de gemeente kunnen komen. Deze personeelskosten kunnen echter niet alleen aan de school toegewezen worden.

Ten eerste werken deze mensen zelden voltijds in de school. De uren die zij in de bibliotheek, het gemeentemagazijn, … aan het werk zijn, hebben uiteraard niets met het inrichten van onderwijs te maken.

Bovendien worden heel wat gemeentescholen intensief na de schooluren gebruikt. De inzet van het poets- en technisch personeel is daarom ook niet helemaal toe te schrijven aan de school. Voor zover deze personeelsleden wél voor de school werken, mogen deze kosten overigens op de werkingsmiddelen verhaald worden.

Werkingsmiddelen

1. Subsidies Vlaamse Gemeenschap

Elk schooljaar krijgt u als schoolbestuur van de Vlaamse Gemeenschap een budget aan werkingsmiddelen. Per leerling krijgt u een basisbedrag dat verhoogd wordt naarmate een kind scoort op bepaalde sociaal-economische indicatoren.

 Gewoon basisonderwijs
 KleuterLager
Basisfinanciering, puntwaarde€ 442,61€ 666,98
+ thuisaal niet-Nederlands€ 166,21€ 166,21
+ opleidingsniveau moeder€ 121,86€ 121,86
+ schoolse achterstand in de buurt€ 100,28€ 100,28
+ krijgen van een schooltoelage€ 122,32€ 122,32

Een gemeenteschool moet haar leerlingen laten kiezen tussen de verschillende levensbeschouwingen. Daarvoor krijgt u per leerling bijkomend € 30,28.

Daarnaast heeft u nog recht op enkele bijkomende toelagen.

Bedragen per leerling
ICT-coördinatie2€ 0,89
Onthaalonderwijs€ 12,5 per anderstalige nieuwkomer per volledige maand waarin de leerling onthaalonderwijs volgt.

2. Bijdragen ouders

Alles wat een leerling nodig heeft om de eindtermen of ontwikkelingsdoelen te bereiken, moet de school aanbieden en bekostigen met de werkingsmiddelen. Daarnaast mogen een aantal kosten aan de ouders gefactureerd worden.

Kosten die gepaard gaan met activiteiten of verplichte materialen die niet noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen, vallen onder de zgn. scherpe maximumfactuur. Per jaar mag daarvoor maximaal het onderstaande bedrag aan de ouders doorgerekend worden.

Schooljaar 2013-2014
Kleuter 
2 + 3-jarigen€ 25
4-jarigen€ 35
5-jarigen en leerplichtige kleuters€ 40
Lager 
Per leerjaar€ 70

NB: door de school opgelegde kledij (vb. t-shirt om te turnen) mag afzonderlijk gefactureerd worden.

Daarnaast is er nog de minder scherpe maximumfactuur. Dat zijn kosten voor meerdaagse uitstappen (vb. zeeklassen). In het lager onderwijs mag daarvoor € 405 aangerekend worden, te spreiden over de hele duur van het lager onderwijs.

3. Vrije aanwending

Met de werkingsmiddelen kan u alle kosten betalen die nodig zijn om de school op een normale manier te laten draaien: meubilair, didactische uitrusting, verbruik nutsvoorzieningen, …

Ook bij de werkingsmiddelen moet rekening gehouden worden met een juiste toewijzing van de kosten. Sommige scholen bieden bv. warme maaltijden aan, andere niet. Voor deze dienstverlening mag u een vergoeding aanrekenen. Bovendien kadert dit eerder in een sociaal beleid t.a.v. de leerlingen; het is niet noodzakelijk in het kader van het inrichten van onderwijs.

Wat het verbruik betreft, moet u in het achterhoofd houden dat de verlichting eerder ’s avonds, tijdens het naschools gebruik, zal aangestoken worden dan tijdens de schooluren. Ook de verwarming zal eerder ’s avonds aanslaan dan overdag. Als in het weekend of in vakantieperiodes de gebouwen verwarmd worden omdat verenigingen de lokalen gebruiken, is dat geen kost van het onderwijs. Voor de energiefactuur moet u dan ook een correcte verdeelsleutel hanteren.

De ervaring leert ons dat de subsidies en de bijdragen van de ouders meestal volstaan om de eigenlijke werking van de school volledig te dekken.

Infrastructuur

Een nieuwbouw of een grondige renovatie van de onderwijsinfrastructuur is een serieuze investering, ook al kan u die over een lange periode afschrijven.

Via AGIOn kan een gemeente echter tot 70%3 van het project gesubsidieerd krijgen. Daarbij wordt ook de BTW gesubsidieerd en is er zelfs een forfait van 7% om tussenbeide te komen in de erelonen van de architect e.d. Dit met een maximum van 1197,22 €/m².
Omdat u met een ruwbouw niets bent, wordt ook tegemoetgekomen in de vaste uitrusting van uw school: digitale schoolborden, ingemaakte kasten, kitchenette in de refter, sportramen in de turnzaal, … tot zelfs de pictogramman aan de muur toe.

Als op dezelfde plaats gesubsidieerde werken gebeuren, komt AGIOn zelfs tussen in de afbraak van de bestaande gebouwen en in de aanleg van verharde oppervlakten zoals de speelplaats en de fietsenberging.

Zolang het gebouw tijdens de schooluren voor onderwijs gebruikt wordt, maakt het niet uit dat het gebouw naschools door de buurt gebruikt wordt. Zelfs al investeert de gemeente daarom in bv. een meer duurzame en dus duurdere sportvloer, dan nog kan zij tot 70% gesubsidieerd krijgen.

Voorbeeld: een gemeente heeft een school met 100 kleuters en 170 kinderen lager onderwijs. De school heeft volgens de normen van AGIOn recht op een turnzaal van 485 m². Omdat de wijk ook nood heeft aan sportinfrastructuur verkiest de gemeente om een zaal van 600 m² te bouwen.
AGIOn subsidieert 485 m² aan 70%. De bijkomende 115 m² voor het naschools gebruik betaalt de gemeente zelf, maar dit blijft veel goedkoper dan 600 m² volledig zelf te betalen. De sporthal wordt verlicht en verwarmd met de gesubsidieerde energiezuinige verlichting en verwarmingsketel van de school. Omdat de sporthal bij de school hoort, moet er ook geen afzonderlijk sanitair blok gebouwd worden. Tijdens het naschools gebruik worden immers de gesubsidieerde toiletten van de school gebruikt.

Samenvatting

Een gemeente doet heel wat uitgaven als inrichter van gemeentelijk basisonderwijs. Daar staat tegenover dat er ook veel inkomsten zijn, zodat de reële kost van de gemeente zeer beperkt is.

  • De personeelskost wordt quasi volledig, zoniet helemaal, gedekt door subsidies.
  • Met de werkingssubsidies en bijdragen van de ouders beschikt u over een groot bedrag om de eigenlijke werking van de school en eventuele bijkomende personeelskosten te dragen. Uiteraard behoudt u de nodige beleidsruimte om eventueel vrijwillig extra middelen aan uw onderwijs toe te kennen.
  • Ook voor infrastructuur betaalt de Vlaamse overheid het overgrote deel van de factuur, maar er wordt wel een eigen inbreng van het schoolbestuur verwacht. Toch blijft ook dit een opportuniteit. Hoe intensief u de schoolgebouwen ’s avonds, in het weekend of in de schoolvakanties ook door anderen laat gebruiken, uw subsidies vanuit onderwijs worden er niet minder om.

B. Flankerend onderwijsbeleid – de regiekost van de gemeente

De gemeenten zijn niet alleen actief als inrichters van onderwijs, zij nemen ook belangrijke taken op als regisseur in het flankerend onderwijsbeleid.

De uitgaven die de gemeenten hier op zich nemen, worden in de gemeentelijke begroting opgenomen in het luik onderwijs, maar hebben niets te maken met het inrichten van gemeentelijk onderwijs! Integendeel, het gros van deze middelen gaat naar het vrij en het gemeenschapsonderwijs.
Bovendien is het flankerend onderwijsbeleid net zo goed van toepassing op de gemeenten die zelf geen onderwijs inrichten.

Het is de gemeente die hier beleidskeuzes maakt, in het besef dat de financiële impact ervan met eigen gemeentelijke middelen gedragen moet worden.

Sociale voordelen

De lijst van sociale voordelen is beperkt. Het gaat uitsluitend om:

  1. het ochtend- en avondtoezicht buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen;
  2. het middagtoezicht voor de tijdsduur van maximaal één uur;
  3. het ter beschikking stellen van de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur, met uitzondering van de roerende en onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor de organisatie van het gemeentelijk onderwijs;
  4. de kosten van de toegang tot het zwembad voor de leerlingen lager onderwijs, indien het zwembad niet behoort tot de gemeentelijke sportinfrastructuur vermeld in punt 3. De kosten verbonden aan het verstrekken van één schooljaar gratis zwemmen, waar elke leerling lager onderwijs recht op heeft, worden niet als sociaal voordeel beschouwd;
  5. het leerlingenvervoer4 in het basisonderwijs.

De gemeente hoeft deze kosten niet te maken. Maar als de gemeente één van deze voordelen toekent, dan moet ze dat voor alle leerlingen die op haar grondgebied schoollopen op eenzelfde manier aanbieden.

Andere voordelen

Daarnaast kan een gemeente ook zgn. ‘andere voordelen’ toekennen. Dit zijn kosten die niet onmiddellijk met de realisatie van de eindtermen of ontwikkelingsdoelen te maken hebben en die eigenlijk in de periferie van het onderwijs zitten. Bv. gratis ontleningen in de gemeentelijke bib, taalcursus voor anderstalige ouders, … De gemeente kan ervoor kiezen om deze voordelen alleen aan haar eigen scholen toe te kennen, of aan alle scholen op haar grondgebied. Deze voordelen hebben niet rechtstreeks met onderwijs te maken, ze komen eerder uit andere gemeentelijke beleidsdomeinen.

Conclusie

Het inrichten van gemeentelijk basisonderwijs hoeft u als gemeente helemaal niet veel te kosten. Dankzij de subsidies van de Vlaamse Gemeenschap worden de personeels- en werkingskosten grotendeels, zoniet helemaal, gedekt.

Ook voor investeringen in de infrastructuur zijn de subsidies meer dan behoorlijk, maar er blijft een bijdrage nodig. Een gemeente die op een slimme manier functies combineert en kiest voor een multifunctioneel bouw- of renovatieproject, heeft op het einde van de rit niet alleen een degelijk schoolgebouw, maar een heel gemeenschapscentrum neergepoot dat zonder deze combinatie veel meer had gekost.
Op lange termijn worden de uitbatingskosten gedrukt omdat dit ene multifunctionele gebouw minder onderhoud vergt dan twee afzonderlijke.

De echte eigen inbreng van de gemeenten is gewoonlijk te vinden in de verdoken kosten van het naschools gebruik en in de toelagen die via het flankerend onderwijsbeleid worden toegekend. Deze mogen echter niet als kosten gezien worden die voortkomen uit het inrichten van onderwijs.

1Zie verder
2Voor de materiële en logistieke ondersteuning van de ICT-coördinator.
3De maximaal gesubsidieerde oppervlakte staat in verhouding tot het leerlingenaantal, het aantal ingerichte cursussen levensbeschouwelijke vakken.
4Dit is het vervoer waarmee de leerling ’s morgens naar de school gebracht wordt en ’s avonds weer naar huis.

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs