Problemen met inloggen?
Stuur een mailtje naar communicatie@ovsg.be
(Vermeld duidelijk over welk platform het gaat.)

 

Arm? Je telt mee!

vrijdag 22 maart 2013

Inleiding

De pedagogisch begeleidingsdienst van OVSG koos armoede als gezamenlijk prioritair thema voor het begeleidingsplan 2012-2015. Deze tekst verwoordt de visie van OVSG vzw op armoede. De visietekst kwam tot stand in een interne werkgroep die bestaat uit pedagogische en juridische medewerkers van de verschillende onderwijsniveaus. De visie wordt gedragen door de hele organisatie. Met deze visie als uitgangspunt kijken we naar de werking van OVSG en sturen we zo nodig bij. Het is de bedoeling dat de verschillende niveaus en diensten, pedagogisch medewerkers, adviseurs, stafmedewerkers en andere medewerkers vanuit dezelfde visie aan hetzelfde doel werken. Nieuwe medewerkers krijgen via deze tekst een duidelijk zicht op hoe OVSG met armoede omgaat.

1. De betekenis van armoede voor OVSG

1.1. Armoede definiëren

OVSG neemt als vertrekpunt de definitie van armoede van Jan Vranken:

'Armoede is een netwerk van sociale uitsluiting op verschillende domeinen van het maatschappelijk en individueel leven. De ene vorm van uitsluiting kan een andere vorm van uitsluiting in de hand werken of versterken. Ze staan niet los van elkaar. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.'

We vullen deze definitie aan met de psychologische dimensie van armoede (Van Regenmortel, 2002):

'Deze kloof kan enkel worden overbrugd wanneer de samenleving een appèl doet op het psychologisch kapitaal van personen die in armoede leven en van hun omgeving. De samenleving maakt daarbij ook de economische, sociale en culturele kapitaalvormen voor hen toegankelijk. Zo krijgt iedereen gelijke kansen op niet kwetsende sociale en maatschappelijke interacties en op waardevolle bindingen met zichzelf, de anderen, de maatschappij en de toekomst.' (Steenssens et al., 2008)

OVSG houdt ook rekening met het veelvoudig karakter van armoede binnen de dimensies tijd, hoogte, breedte en diepte.

“De eerste dimensie van armoede is ‘tijd’: dit verwijst naar het dynamische karakter en de reproductie van de armoede (intergenerationele bestendiging, sociale overerving, in- en uitstroom). De tweede dimensie - de hoogte - zouden we verbinden met de omvang van armoede. Hoeveel mensen zitten in armoede volgens een van de definities die aan armoede wordt gegeven? (…) De derde dimensie - de breedte - reserveren we voor het multiaspectuele (of veelvoudig) karakter van armoede: op hoeveel verschillende gebieden (aspecten, vlakken, domeinen, terreinen) vinden we uitsluiting of ongelijkheden? (…) De diepte vormt de vierde dimensie. Hoe diep is de kloof met de rest van de samenleving? Hoeveel domeinen zijn gecumuleerd en hoe zwaar weegt elk van die domeinen door?” (Vranken et al., 2007)

1.2. Doelgroep: maatschappelijk kwetsbare kinderen, jongeren en volwassenen

De samenleving zit zo in elkaar dat mensen die in armoede leven een veel groter risico lopen om (verder) gekwetst te geraken. Ze hebben weinig toegang tot informatie, vorming, hulpverlening én genieten weinig van het respect dat de samenleving gewoonlijk aan burgers geeft. In hun contacten met instellingen en organisaties zoals de school, de bank, sport- en cultuurverenigingen voelen zij zich niet thuis. Ze spreken een andere taal, hebben een ander referentiekader of ze voelen zich anders, afwijkend en minder goed behandeld dan anderen. Ze ervaren uitsluiting. Zo krijgen ze een ‘vertekend zelfbeeld’ en daalt hun zelfrespect: na talrijke afwijzingen geloven ze zelf dat ze weinig waard zijn. Als ze dat geloven, worden ook de contacten met anderen minder goed: in het gezin, in familieverband, in een buurt, op school, op het werk, in de vrije tijd. Problemen worden zo ingewikkeld dat mensen in armoede nog weinig of geen keuzes kunnen maken in hun leven: vooruit kijken en dromen over de toekomst is niet vanzelfsprekend. Plannen maken is moeilijk als dringende problemen alle energie opslorpen. Mensen worden gedwongen om te leven van dag tot dag, in het hier en nu. Leven wordt overleven. Mensen in armoede hebben geen keuzes en leven onder een permanente stress.

1.3. Kansen krijgen en kansen hebben

Mensen in armoede zien niet altijd de kansen die zich aandienen. Ze hebben het deels verleerd of hebben er weinig vertrouwen in. Wanneer bijvoorbeeld iemand uit de middenklasse een ‘kans’ grijpt, weet hij in zijn achterhoofd dat er altijd op een of andere manier een opvang bestaat voor wanneer het mis zou lopen. Hij of zij grijpt ook met meer zelfvertrouwen die kans. Bij mensen in armoede is dat net andersom. Zij zouden net niet een kans grijpen uit schrik voor het onbekende, door slechte ervaringen en het ontbreken van een opvang voor wanneer het mis zou lopen. Daarom is het voor mensen in armoede niet evident kansen te grijpen. Mensen in armoede hébben ook minder kansen. Ontwikkelen doe je niet alleen, je hebt daarvoor een rijke omgeving nodig. Een omgeving die alle elementen bevat waardoor je jezelf kan ontplooien, één die je kansen geeft. Kansen krijgen betekent dat je positief benaderd wordt, graag gezien wordt, aandacht krijgt, gestimuleerd wordt, succeservaringen kunt opdoen, gewaardeerd wordt, etc. Geen kansen krijgen vertaalt zich in genegeerd worden, niet meetellen, geen prikkels krijgen, geen geloof in je mogelijkheden, gepest en veroordeeld worden enzovoort. Het al dan niet grijpen van een kans is dus niet enkel een kwestie van keuzes maken.

1.4. De diversiteit van/in armoede

Armoede heeft verschillende oorzaken. Er is een grote diversiteit aan ‘soorten’ armoede. Naast generatiearmoede spreken we ook over gekleurde armoede, armoede in eenoudergezinnen, energiearmoede, sociale armoede, zogenaamde ‘nieuwe armen’ n.a.v. economische crisis (zelfstandigen, landbouwers, etc.), armoede door langdurige ziekte of handicap, etc.. Deze verschillende vormen van armoede hebben specifieke kenmerken en vragen soms een andere benadering. Het is belangrijk om deze diversiteit van en in armoede te (h)erkennen.

1.5. Armoede heeft nooit één oorzaak: verantwoordelijkheden op drie niveaus

Als je armoede wil begrijpen, moet je armoede langs alle kanten bekijken. Mensen leven in armoede omdat heel veel dingen tegelijk die armoede mogelijk of soms zelfs onvermijdelijk maken. OVSG ziet oorzaken en veranderingskansen omtrent armoede op drie niveaus.

De hele samenleving

De samenleving is voor maatschappelijk kwetsbare kinderen, jongeren en volwassenen niet altijd rechtvaardig georganiseerd. Regels en wetten zijn gemaakt op maat van en georiënteerd op de middenklasse. Ze zijn ingewikkeld en vaak niet op maat van mensen die in armoede leven. Matteüseffecten1 zijn het gevolg. In het sociale en het culturele leven wordt amper ruimte voor hen gemaakt. De economie houdt weinig rekening met armoede. Armoede is dus een structureel probleem: de organisatie van de samenleving zelf zorgt ervoor dat mensen in armoede terecht komen of dat ze niet uit de armoede geraken. Mensen in armoede kunnen hun grondrechten niet uitoefenen. Zo zijn ze structureel achtergesteld op het vlak van werk, gezondheid, onderwijs, huisvesting, inkomen en participatie aan de samenleving. Dit kan verklaren waarom armoede toeneemt in plaats van afneemt. Daarenboven wordt de kloof tussen de ‘haves’ en ‘have-nots’ steeds groter.

Het onderwijs

De resultaten van PISA 2009 tonen opnieuw aan dat ons onderwijs ongelijkheid reproduceert. Ons onderwijs vertoont een grote kloof tussen hoge scores voor kwaliteitsvol onderwijs enerzijds en lage scores in gelijke kansen anderzijds. Hoewel onze leerlingen gemiddeld hoog presteren, is er een zeer sterke samenhang tussen leerprestatie en socio-economische achtergrond. Kinderen en jongeren met een hogere socio-economische status presteren doorgaans beter dan kinderen en jongeren met een lage socio-economische status. Daarenboven kent Vlaanderen een grote kloof tussen deze ‘hoog’ en ‘laag’ presteerders. Ook leerlingen van een andere etnisch-culturele origine, voor wie het armoederisico zeer hoog ligt, presteren erg slecht in ons onderwijssysteem. Onderwijs en opleidingen zijn, naast een aantal andere sectoren zoals sociale huisvesting, nochtans belangrijke hefbomen om uit armoede te komen. Op lokaal niveau leveren scholen, academies, centra en hun personeel inspanningen om de invloed van de socio-economische status op de leerprestaties op te heffen. Toch slaagt het onderwijs er om allerlei redenen nog te weinig in om gelijke kansen te bieden.

Het individu

Maatschappelijk kwetsbare kinderen, jongeren en volwassen zijn vaak minder opgewassen om oplossingen te zoeken voor de uitdagingen die het leven met zich meebrengt. Ze bedenken vanuit hun eigen referentiekader creatieve, eigen overlevingsstrategieën. Soms werken die strategieën, soms worden die niet door de samenleving of betrokken organisaties geapprecieerd. Soms draaien die strategieën zelfs uit op verdere problemen en verscherping van de armoede. OVSG gaat ervan uit dat mensen in armoede hun verantwoordelijkheid voor hun situatie willen opnemen door oplossingen en strategieën te bedenken. Elke ouder heeft intentioneel het beste voor met zijn kinderen. Elke lerende heeft ambities om vooruit te geraken. Mensen in armoede willen hierin ook een verantwoordelijkheid opnemen. Elke keuze is een blijk van inzet én veerkracht. Directies en personeel van de scholen, academies en centra moeten daarom oog hebben voor het individu en voor het sociaal kapitaal en de omgeving van het individu. Daarin liggen kansen en mogelijkheden voor sociale mobiliteit.

1.6. Armoede heeft vele gezichten: gelaagdheid en binnenkant

Bij ‘armoede’ denken mensen vaak meteen aan geen geld bezitten of een veel te laag inkomen hebben. Maar armoede is veel meer dan dat. Armoede is een onoverzichtelijk kluwen van problemen die allemaal iets met elkaar te maken hebben. Problemen op alle terreinen van het leven: gezondheid, school, werk, wonen, opvoeding, je weg weten in de ingewikkelde wereld, ruzie met de buren, van dag tot dag leven, de rechtbank, de bank, schulden, … Resultaat is dat mensen in armoede een zelfbeeld hebben dat vaak getekend is o.a. door sociaal isolement. Ook worden mensen in armoede veelvuldig gekwetst in het leven. Deze diepe meervoudige gekwetstheid heeft een effect op gevoelens, beleveniswereld, angst, schaamte, loyaliteiten, vertrouwen/wantrouwen, … Mensen in armoede leven onder een permanente stress en hebben een diep fundamenteel wantrouwen. Dit geheel noemen we de binnenkant van armoede. Dit alles maakt het heel moeilijk om armoede te doorbreken. Toch gelooft OVSG dat verbetering mogelijk is. OVSG wil en kan haar steentje bijdragen. In eerste instantie door onze scholen, academies, centra en lokale besturen bewust te maken van de problematiek van armoede, de impact ervan op het leren van kinderen, jongeren en volwassenen en het omgaan met armoede op het niveau van het onderwijs. Op de tweede plaats kan OVSG het beleid en partnerorganisaties beïnvloeden. OVSG gelooft dat daar belangrijke hefbomen zitten.

2. Een geïntegreerde structurele benadering van armoede binnen onderwijs

2.1. Geloven in de kracht van mensen

Armoede is een ingewikkeld probleem. Er bestaan geen eenvoudige oplossingen. Toch kan armoede bestreden worden: OVSG meent dat we ons steentje kunnen bijdragen om de situatie te verbeteren. Om de armoede te bestrijden willen we alle positieve krachten opzoeken en laten samenwerken. Voor mensen in armoede is overleven de boodschap. Al hun energie gaat hiernaar toe. Het is niet altijd gemakkelijk om dagelijks te vechten tegen de problemen en de uitsluiting. Maar mensen tonen een grote levens- en wilskracht. Ze beschikken over veerkracht en doorzettingsvermogen om na elke tegenslag terug de moed te vinden en te hopen op een nieuwe kans. Ouders hopen dat hun kinderen een betere toekomst zullen hebben dan zijzelf. Dit zorgt voor de kracht om opnieuw te beginnen en initiatieven te nemen om de cirkel van armoede te doorbreken.
Volgens OVSG willen én kunnen kinderen, jongeren en volwassenen in armoede actief deelnemen aan de samenleving en dus ook aan het schoolleven. Dat is zelfs een recht. Zij kunnen er hun eigen plek in vinden én zij kunnen ervoor zorgen dat ze op school gehoord worden – dat er meer rekening met hen wordt gehouden. Zij kunnen mee zorgen voor verbetering, voor zichzelf én voor alle andere kansarmen, vanuit hun eigen kracht, met de steun van directie, personeel en klasgenoten.
OVSG wil werken aan onderwijs waarin kinderen, jongeren en volwassenen in armoede voldoende keuzevrijheid hebben. Scholen, academies en centra moeten meer openstaan voor deze keuzes, ook al stroken ze niet met het referentiekader van het personeel. Het onderwijs moet meer erkenning geven aan ieders pogingen om zijn/haar leven zo goed mogelijk vorm te geven. Maar tegelijk willen we dat kinderen, jongeren en volwassenen in armoede door hun betrokkenheid bij het schoolgebeuren optimale ontwikkelingskansen krijgen. We willen dat participatie op school zorgt voor een versterking en groei van het individu. We vechten bijgevolg elke vorm van discriminatie, onderdrukking, vernedering en uitsluiting van kansarme mensen aan.
Ook in het brede onderwijsveld, bij onderwijsdiensten en -organisaties en bij mensen die verantwoordelijk zijn voor het beleid zijn er positieve krachten: ook daar zijn hefbomen aanwezig en mensen die kunnen inzien dat er iets moet veranderen voor mensen in armoede. Het beleid, lokaal en op Vlaams niveau, en alle mensen die verantwoordelijkheid dragen in de samenleving moeten positieve krachten om armoede te bestrijden in beweging brengen. Zij moeten er mee voor zorgen dat alle voorwaarden vervuld zijn, zodat mensen in armoede hun levenswandel zelf kunnen invullen naar eigen behoefte en op eigen ritme. Lokale besturen en directies kunnen ertoe bijdragen dat mensen in armoede volwaardig kunnen deelnemen aan alle belangrijke dingen in het leven: gezin en familie, de buurt, werk, onderwijs, cultuur, vrije tijd, ... Zo krijgt iedereen gelijke kansen op een positieve deelname aan de samenleving en op waardevolle verbindingen met zichzelf, de anderen, de maatschappij en de toekomst.

2.2. Samen structureel werken aan een sociaal rechtvaardige samenleving

In de samenleving zijn er veel drempels en mechanismen die armoede creëren en laten voortbestaan. Als onderwijskoepel wil OVSG het (onderwijs-)beleid blijvend attent maken op deze drempels en mechanismen. We geloven hierbij in het positieve effect van constructieve dialoog met het beleid en met partnerorganisaties. Ook geloven we in de mogelijkheid van structurele of blijvende verandering in de maatschappij. Wij willen ons inzetten om het recht op onderwijs toegankelijk te maken voor alle mensen die in armoede leven en om iedereen zo toegang te geven tot een volwaardig burgerschap. Om die structurele veranderingen te verkrijgen, geloven we sterk in de kracht van een aantal methodieken: handelingsgericht werken, begeleidingen op maat, dialoog met het beleid en de samenleving, netwerken met partnerorganisaties.
Op lokaal niveau willen we scholen, academies en centra aanzetten om mensen in armoede inspraak te geven in hun beleid. We zien de grenzen hiervan, maar deze zijn bespreekbaar en veranderbaar. De lokale besturen en directies werken zo ‘samen met mensen in armoede’ aan een sociaal rechtvaardige samenleving.

2.3. Vanuit een bewuste en open houding

We werken integraal

Vanuit OVSG willen we oog hebben voor de beperkingen maar ook voor de kansen die zich aandienen in de leefwereld van mensen in armoede, in organisaties en bij beleidsinstanties. We kijken naar het verleden maar ook naar de toekomst. We houden voortdurend voor ogen dat armoede complex is en een samenspel van vele problemen, krachten en kansen. We richten ons op het afzonderlijk bekijken van deelproblemen van armoede en houden daarbij steeds het geheel voor ogen.
OVSG zal in zijn werking aandacht hebben voor o.a.:

  • didactiek en het referentiekader
  • de kloof tussen onderwijs en welzijn en het belang van een multidisciplinaire aanpak en netwerken
  • communicatieve vaardigheden met en communicatie over mensen in armoede
  • betrokkenheid, participatie en veiligheid van ouders in armoede
  • detectie van armoede en de (h)erkenning van mechanismen
  • de relatie tussen armoede en leerproblemen en het principe van faire diagnostiek
  • verschillende vormen van armoede
  • de gevolgen van armoede op de cognitieve ontwikkeling, de schoolresultaten, de ambities, het zelfbeeld, de relaties met anderen, het risicogedrag, het perspectief op werk, etc.
  • een beleid voor armoede van scholen, academies, centra en lokale besturen
  • professionalisering en sensibilisering van eigen personeel
  • kosteloosheid van onderwijs en kostenbeheersing

We benaderen mensen positief en in gelijkwaardigheid
Om toegang te vinden tot de leefwereld van mensen in armoede is het noodzakelijk om te starten vanuit een besef van verschil en niet vanuit veroordeling. Elk kind, jongere en volwassene in armoede wil zich als mens gezien en begrepen voelen. Daarom streeft elke medewerker van OVSG naar een positieve en gelijkwaardige houding tegenover mensen in armoede: respect tonen, eerlijk en open zijn en kiezen voor dialoog en wederkerigheid. Alleen op die manier kan de positieve houding tegenover mensen in armoede overgebracht worden naar het personeel van scholen, academies, centra en lokale besturen.

3. Bronnen

Recht-Op vzw, vereniging waar armen het woord nemen. Visietekst 2012.

Steenssens Katrien, Aguilar Luisa Maria, Demeyer Barbara, Fontaine Piet (2008). Kinderen in armoede. Status Quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek voor België. GIReP en IGOA i.s.m. onderzoeksgroep Armoede, Maatschappelijke Integratie en Migratie van het HIVA en in opdracht van FOD Maatschappelijk Integratie.

Van Regenmortel T. (2002), Empowerment en Maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede. Acco, Leuven/Leusden.

Vlaams Ministerie van Onderwijs & Vorming (2010) PISA. Leesvaardigheid bij 15-jarigen in Vlaanderen. De eerste resultaten van PISA 2009. i.s.m. Universiteit Gent.

Vranken J., Campaert G., De Boyser K. & Dierckx D. (2007), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2007. Acco, Leuven.

1 Het Matteüseffect beschrijft het fenomeen waarbij goedbedoelde maatregelen er uiteindelijk voor zorgen dat de ongelijkheid niet wordt rechtgezet maar integendeel eerder versterkt.

Eerstvolgende nascholingen

    Blijf op de hoogte

    e-zine voor stedelijk en gemeentelijk onderwijs