Een nieuw profiel voor de centra voor leerlingenbegeleiding – visie van OVSG

Door recente maatschappelijke evoluties en tal van wijzigingen in het onderwijsveld zijn zowel het takenpakket van de centra voor leerlingenbegeleiding als de doelgroep uitgedeind. De laatste jaren is er onder meer een stijgende vraag naar leerlingenondersteuning en neemt de individuele problematiek van leerlingen toe. Dit weerspiegelt zich in een terecht groter gewicht dat aan zorgbeleid op het niveau van de school gegeven wordt. Dat is al op verschillende fora aangekaart. Vanuit het stedelijk en gemeentelijk onderwijs willen we in onze bijdrage hierop focussen.
De discussie over het profiel van het CLB is absoluut noodzakelijk. Het profiel van het CLB kadert in een bredere discussie over de invulling van leerlingenbegeleiding en zorg op school en over de opdrachten van andere onderwijsondersteunende diensten. Er moet eerst en vooral duidelijkheid komen over de kernopdrachten en de doelgroepen van de CLB’s. Als dit duidelijk gedefinieerd is, kunnen we samen met de andere onderwijsactoren (scholen, overheid, pedagogische begeleidingsdiensten) streven naar een kwalitatieve werking.
Kernachtig samengevat moeten we ons permanent afvragen of we de juiste dingen doen en of we ze wel goed doen.

Duidelijke doelstellingen, welomschreven doelgroepen en meer uniforme standaarden

Wat moet een CLB doen?
Decretaal is vastgelegd wat de opdrachten van een centrum voor leerlingenbegeleiding zijn. Maar is dat voldoende scherp omlijnd? Wat kan het CLB zelf doen en in welke gevallen verwijst het door? En wanneer wordt doorverwezen?

 - Ten eerste zorgt een CLB voor de begeleiding inzake leerplichtcontrole in het leerplichtonderwijs, voor de medische consulten en voor maatregelen bij besmettelijke ziekten. De school geeft haar volledige medewerking zodat het CLB dit verplichte pakket kan aanbieden. Dat is het verplichte aanbod.
- Ten tweede is er een verzekerd aanbod. De overheid kan een CLB opleggen om voor bepaalde doelgroepen een aanbod te doen. Leerlingen, ouders en scholen zijn vrij om hier al dan niet op in te gaan.
- Ten derde is er een vraaggestuurd aanbod. School en CLB leggen dat contractueel vast in een beleidscontract.
Hierbij rijst de vraag of er in de toekomst nog ruimte is voor een vraaggestuurd aanbod, in het licht van de toenemende opdrachten (integrale jeugdhulp, leren en werken, leerzorg,…).

Voor wie werkt een CLB?
In het kader van het zorgbeleid wordt de eerstelijnsondersteuning door de school meer uitgebouwd. Daardoor wijzigt de rol van het CLB. Met andere woorden, de context is veranderd, dus er moeten aanpassingen doorgevoerd worden in de opdrachten van het CLB.
Decretaal werkt een centrum voor leerlingenbegeleiding voor verschillende doelgroepen: de leerling en zijn ouders in eerste instantie, de leerkrachten en de directies van het leerplichtonderwijs in tweede instantie en ten derde het beleid (zowel onderwijs als welzijn). Tussen deze verschillende doelgroepen kunnen spanningsvelden bestaan en mogelijk ontstaan er conflicten, bv. tussen directie en ouders, tussen de leerling en de ouders, tussen de leerkrachten en de leerling. Precies om die reden is het bijzonder belangrijk om duidelijk te definiëren wanneer het CLB een klantrelatie met de ouders en leerlingen onderhoudt, wanneer het CLB als partner in een contractuele relatie, in casu met de school, optreedt en hoe het CLB een relatie met het beleid aangaat. In welke gevallen biedt een CLB eerstelijnshulp aan die laagdrempelig moet zijn? En in welke gevallen biedt een CLB tweedelijnsondersteuning en ondersteunt het de school?

Meer uniforme standaarden

Hoe organiseren we de dienstverlening van de centra voor leerlingenbegeleiding en hoe verzekeren we die zo goed mogelijk?
Om tot een kwalitatieve werking te komen is het belangrijk dat standaarden afgesproken worden op het vlak van aanpak, methoden, processen en kwaliteitszorg. Welke aanpak kiest het CLB voor de diagnostiek? Ook over het begrippenkader en de nomenclatuur moeten afspraken gemaakt worden. De werkmethodes, de tijdskaders, de manier van registreren en doorverwijzen moeten uniformer zijn. Om deze kwalitatieve werking te realiseren dienen de verwachtingen ten aanzien van het CLB helder en duidelijk gecommuniceerd te worden. Zo moet bijvoorbeeld in de tweedelijnsondersteuning de ondersteunende rol van het CLB gedefinieerd worden. Ook binnen de acties, opgenomen in de competentieagenda, is het belangrijk dat de eerstelijnsondersteuning van het CLB op het vlak van studiekeuzebegeleiding, duidelijk gedefinieerd is.

Knelpunten CLB – Onderwijs

Hoe verhoudt het onderwijs zich ten opzichte van de centra voor leerlingenbegeleiding? Hierbij willen we een aantal aandachtspunten en mogelijke knelpunten meegeven.

Eén leerlingendossier
De leerling moet centraal staan. Dat is het uitgangspunt.
De school en de leerkrachten staan in voor de eerstelijnshulp. Daarbij moet het zorgkader op schoolniveau structureel uitgebouwd worden naast het leerkrachtenkader en het administratief en beleidsondersteunend kader.
Scholen werken op een structurele manier samen met de centra voor leerlingenbegeleiding, waarbij het CLB instaat voor opvoedingsondersteuning met de ouders en de leerlingen als doelgroep, en met de pedagogische begeleidingsdiensten, die instaan voor de pedagogische ondersteuning van het schoolteam.

In onze visie onderhoudt het CLB een klantrelatie met de ouders, een partnerrelatie met de school en een beleidsrelatie met de overheid aan wie het beleidsrelevante gegevens doorspeelt.
Cruciaal voor deze samenwerking is dat het eindresultaat vervat zit in één leerlingendossier waar bepaalde relevante elementen door de school, het CLB en de overheid ingevoerd kunnen worden, met respect voor de privacy. Concreet zijn bijvoorbeeld gegevens in verband met spijbelen, GOK-indicatoren, … voor de drie actoren relevant. Zo wordt vermeden dat zinvolle informatie verloren gaat wanneer de leerling van school of van woonplaats verandert en krijgt elke leerling optimale kansen om z’n talenten gedurende de hele schoolloopbaan te ontwikkelen.

Interne begeleiding versus externe begeleiding
Het CLB is een externe begeleiding die in principe vraaggestuurd werkt. Het centrum is immers subsidiair ten opzichte van de school en de ouders. Als een leerling kampt met een probleem dat niet kadert in het verplicht of verzekerd aanbod van het CLB zijn de school en de ouders de eerste aanspreekpunten in het zoeken naar een oplossing. Scholen hebben daarvoor zorgcoördinatoren en in vele scholen zijn ‘vertrouwensleerkrachten’ aangeduid om die eerstelijnshulp te verzekeren. Leerlingen en ouders kunnen dus in eerste instantie bij hen terecht vooraleer ze naar een CLB stappen. Maar zo duidelijk is dat niet altijd. Er is immers een gedeelde verantwoordelijkheid tussen school en centrum. Waar de verantwoordelijkheid van de school eindigt en die van het centrum begint is afhankelijk van het geval en de situatie. Daarom heeft de school de mogelijkheid om het CLB preventief in te schakelen. In dat geval ondersteunt het CLB de school bij haar eerstelijnsopdracht.

Het verschil en meteen ook het knelpunt tussen de interne en de externe begeleiding situeert zich in het statuut waarin gewerkt wordt. Interne begeleiding door bv. zorgcoördinator of vertrouwensleerkracht valt onder het ambtsgeheim en dat houdt enkel een discretieplicht in. Dat betekent dat een hiërarchische overste of eventueel een rechter kunnen vragen wat er besproken werd. Een CLB-medewerker daarentegen moet zich aan het beroepsgeheim houden, wat zwijgrecht en zwijgplicht inhoudt. Als ouders of leerlingen dus een probleem hebben dat ze in vertrouwen wensen te bespreken, kunnen ze dat eigenlijk alleen bij een CLB en in dat geval neemt het CLB de eerstelijnsfunctie toch op. De overheid moet deze onduidelijkheid uitklaren in het belang van de leerlingen. Ook de scholen zelf moeten hierover duidelijk communiceren zodat ouders en leerlingen weten bij wie ze terecht kunnen en hoe vertrouwelijk dat is.

Leerlingenbegeleiding versus pedagogische begeleiding

Het pedagogisch project van de school is de bevoegdheid van de inrichtende macht. De pedagogische begeleidingsdienst is verantwoordelijk voor de begeleiding van de scholen, maar niet voor de begeleiding van individuele leerlingen. Dat is immers de taak van het CLB.

Toch is het ook hier niet altijd gemakkelijk een scheidingslijn te trekken tussen de taken van de begeleidingsdienst en die van het CLB. Zo komen ze regelmatig in elkaars vaarwater. Bovendien is er een groot verschil in de omkadering van beide. Daarom zou er een betere afstemming moeten komen tussen de CLB-medewerkers en de pedagogische begeleiding.
We kunnen dit concretiseren aan de hand van een voorbeeld. In het zorgbeleid dat scholen voeren, is het handelingsgericht werken een geschikte methodiek waarbij efficiënt en effectief kan ingegaan worden op de hulpvragen die leerkrachten stellen als ze bij individuele kinderen of doelgroepen problemen vaststellen. Een zorgvuldige samenwerking tussen de school, de ouders, het CLB en de pedagogische begeleidingsdienst is hierbij essentieel. Het CLB voert de diagnose uit waarmee de school en/of de individuele leerkracht optimaal kunnen inspelen op de behoeften van de leerlingen. In dit kader vormt de handelingsgerichte diagnostiek die door het CLB wordt uitgevoerd de aanzet voor de school om met de leerlingen handelingsgericht te gaan werken. De pedagogische begeleiding ondersteunt de school en de leerkrachten in dit handelingsgericht werken. Bij deze methode is het dan ook cruciaal dat de verschillende actoren vanuit eenzelfde visie en vanuit eenzelfde kader werken.

Neutraliteit

In het stedelijk en gemeentelijk onderwijs heeft elke school haar eigen pedagogisch project. Wij vragen dan ook dat het CLB dit pedagogisch project respecteert in zijn dienstverlening en zich neutraal opstelt. Die neutraliteit komt in de praktijk wel eens in het gedrang. De meeste centra voor leerlingenbegeleiding zijn in Vlaanderen immers ingebed in een net dat ook een eigen of een netgebonden pedagogisch project heeft.
Om te oordelen of er een conflict ontstaat tussen het pedagogisch project van de school en het belang van het kind dient de CLB-medewerker zelf een waardeoordeel te vellen over dit pedagogisch project. Hiervoor valt hij vanzelfsprekend terug op het pedagogisch project van het CLB waardoor de neutraliteit in het gedrang komt.

Territorium

De werkgebieden van de CLB’s worden om de drie jaar opnieuw vastgelegd. Ze vallen niet samen met andere omschrijvingen. De werkgebieden worden per net verschillend ingedeeld. Ze vallen bijvoorbeeld ook niet samen met de onderwijszones die in het kader van de scholengemeenschappen secundair onderwijs bepaald zijn. Dat kan problemen geven voor scholen in een scholengemeenschap.

 

Patriek Delbaere
Algemeen directeur OVSG