Standpunt van OVSG bij CAO VIII

OVSG
kan zich op basis van het afgelegde traject en de voorgestelde maatregelen positief uitspreken over het ontwerp van protocol cao VIII.  OVSG vindt het bijzonder belangrijk dat de ‘feitelijke werkgevers’ rechtstreeks betrokken werden in dit verhaal. Deze cao bevat immers naast de meer klassieke maatregelen (bv. koopkrachtverhoging) ook een aantal beleidsthema’s die onder het motto ‘investeren in sterk onderwijs door gewaardeerd en gemotiveerd personeel’ voor ons heel belangrijk zijn. Door onze deelname aan de gesprekken werden de voorstellen ook vanuit werkgeversstandpunt belicht en konden we eigen klemtonen leggen. We gaan ervan uit dat dit een eerste stap is in het opnemen van een volwaardige rol in cao-onderhandelingen.
Daarnaast werden de voorgestelde maatregelen kritisch bekeken vanuit onze eigen verwachtingen en inbreng, en heeft het ontwerp globaal genomen deze toets doorstaan.
Natuurlijk zijn niet alle verwachtingen ingelost. Bij het bereikte compromis hebben wij ook nog een aantal kritische bedenkingen en vragen.

 

Fundamentele opmerkingen

Onderhouds- en meesters-, vak- en dienstpersoneel: harmonisering van de lonen Gemeenschapsonderwijs - gesubsidieerd vrij onderwijs (punt 2.3.)

De lonen van het contractueel meesters-, vak- en dienstpersoneel in het vrij gesubsidieerd onderwijs worden gelijkgeschakeld met de verloning van deze personeelsleden in het Gemeenschapsonderwijs. 
Omdat deze personeelsleden worden betaald via de werkingsmiddelen, komt er een toename van de werkingsbudgetten voor het vrij gesubsidieerd onderwijs die moet toelaten om de lonen op hetzelfde niveau te brengen als in het Gemeenschapsonderwijs.
Deze maatregel heeft tot gevolg dat een verschil in werkingsmiddelen gecreëerd wordt ten opzichte van het officieel gesubsidieerd onderwijs.  Op basis van welk objectief criterium wordt het meesters-, vak- en dienstpersoneel uit de gemeentelijke sector uitgesloten in dit dossier? Hoe spoort deze maatregel trouwens met cao VI die de lonen voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel voor het geheel van het gesubsidieerd onderwijs (vrij en officieel) ging vergelijken met die van het Gemeenschapsonderwijs ? 

Uittreksel CAO VI
I. Lonen
...
3.1. Een werkgroep zal vóór 31.10.2001 een vergelijking maken tussen de verschillen in bruto jaarverloning (inclusief vakantiegeld, eindejaarspremie en haard- en standplaatstoelage) tussen MVD-personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en deze van het officieel en het vrij gesubsidieerd onderwijs.
Indien uit deze vergelijking met het Gemeenschapsonderwijs zou blijken dat er een significant verschil inzake verloning bestaat voor het MVD-personeel enerzijds van het officieel en anderzijds van het vrij gesubsidieerd onderwijs zullen voor het vastgestelde verschil de noodzakelijke middelen worden gereserveerd in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en worden ter beschikking gesteld vanaf het ogenblik dat er in de respectieve bevoegde comités een akkoord wordt afgesloten over de gelijkwaardige verloning ten aanzien van het Gemeenschapsonderwijs.

We vragen dat dit item in het financieringsdebat opnieuw ter sprake komt.

 

Loonsverhoging directeurs

OVSG blijft het bereikte compromis verdedigbaar achten en vindt het positief dat de verhoging het loonspanningsprincipe als uitgangspunt neemt. De problematiek van de loonspanning geldt echter ook voor de directies uit het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Deze cao geeft een aanzet en brengt een beweging op gang voor bepaalde directies. De oefening zal echter volledig doorgetrokken moeten worden voor alle onderwijsniveaus, zowel in het leerplichtonderwijs als in het niet-leerplichtonderwijs. Een loon in verhouding tot de zwaarte van de functie blijft voor ons het uitgangspunt.
Ondanks de toegekende loonsverhoging blijven we wel met vragen zitten over het aantrekken van kwalitatieve directies voor ons onderwijs; werkdrukvermindering en ruimere rekruteringsmogelijkheden blijven in dit debat belangrijk. 

 

Versoepeling van de bekwaamheidsbewijzen voor de directeurs

Vanuit onze bekommernis over het aantrekken van goede directies blijven wij vragende partij voor een versoepeling van de bekwaamheidsbewijzen en meer mogelijkheden om zij-instromers te kunnen inschakelen in het onderwijs.
Onze inrichtende machten moeten over meer mogelijkheden kunnen beschikken om personeel aan te werven; de maatregelen die nu worden voorzien voor directies onder het regime van ‘andere’ zijn absoluut ontoereikend. We hopen dat dit element kan worden meegenomen in de komende besprekingen over de bekwaamheidsbewijzen.

 

Functiebeschrijving en evaluatie

Nu de principes en contouren zijn vastgelegd, wensen wij ten volle betrokken te blijven bij een degelijke implementatie van het geheel.
In dit verband is de voorziene evaluatie van het proces na twee jaar voor OVSG uitermate belangrijk. Wij willen dat deze evaluatie inderdaad breed wordt uitgevoerd waarbij voor alle onderwijsniveaus (ook basisonderwijs en DKO die pas starten met evalueren vanaf 1 september 2009) het volledige proces van functiebeschrijvingen en evaluatie tegen het licht wordt gehouden.

 

Mentorschap (punt 3.4.2.)

De verhoging van de middelen is meer dan welkom en is een stap in de goede richting.
Toch blijven wij pleiten voor het voortzetten van het groeipad dat hier in cao VIII wordt uitgezet om het mentorschap op een degelijke manier te implementeren voor alle onderwijsniveaus.

 

Regularisatie geco’s

Ondanks het engagement uit cao VI, moeten wij vaststellen dat er nog steeds geen organieke oplossing is voor de koepelcodo’s en de gesco’s Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit dossier verdient dringend een oplossing.

 

 

Brussel, 5 oktober 2006